Sociologie samenvatting hoofdstuk 11
Criminaliteit hoort bij een samenleving. Zonder boeven zijn er ook geen brave burgers. Mensen
hebben een collectief bewustzijn over wat ze wel en niet goed achtten. Zo vinden de meeste mensen
dat inbreken echt niet kan.
Durkheim: “In de eerste plaats is misdaad normaal omdat een samenleving zonder misdaad
onmogelijk is”.
Er worden altijd grenzen getrokken tussen goed en kwaad. Wanneer die grenzen er niet zijn,
zijn de mensen verward. Deze situatie van verwarring noemt Durkheim anomie
(normloosheid). Maar waarom worden bepaalde gedragingen als strafbaar bestempeld?
Hoe komt het dat de grenzen tussen goed en kwaad verschuiven? Dit soort vragen worden
in dit hoofdstuk behandelt.
11.1 Definities en benaderingen van criminaliteit
Criminaliteit (algemene omschrijving) = door de overheid strafbaar gesteld gedrag.
Criminaliteit (sociologische omschrijving) = criminaliteit is een subcategorie van afwijkend gedrag.
Onder afwijkend gedrag valt bijvoorbeeld ook alcoholisme en gokken.
Afwijkend gedrag= gedrag waarbij normen of Afwijkend gedrag= sociale reacties op
regels overtreden worden die in brede lagen afwijkend gedrag. Het is dan niets meer of
van de bevolking aanvaard zijn. minder dan wat mensen afwijkend gedrag
noemen en waarop afkeurend gereageerd
wordt.
Sommige sociologen proberen afwijkend gedrag te verklaren vanuit de anomische kenmerken:
onduidelijkheden over of botsingen tussen normen zouden mensen tot afwijkende gedragingen
brengen. Verwante verklaringen zijn:
Sociale desorganisatie (hoofdstuk 9)
Aangeleerde karakter
Gelegenheid
Subculturen
Relatieve deprivatie = het gevoel achtergesteld te worden
Statusfrustratie = niet aan de sociale verwachtingen te kunnen voldoen
Bindingstheorie: zwakke bindingen met de samenleving zorgen ervoor dat vooral jongeren crimineel
worden.
Etiketteringstheorie: sociale afkering wordt als oorzaak gezien van afwijkend gedrag. Omdat mensen
het label van crimineel opgeplakt krijgen, gaan ze zich ook zo gedragen.
Veel mensen worden als crimineel bestempeld terwijl ze dat niet zijn. En ook de overheid kijkt wel
eens door de vingers. Zo is schieten op een inbreker niet strafbaar. Te termen van dit begrip liggen
dus erg breed. We spreken dus liever van gecriminaliseerd gedrag dan van crimineel gedrag.
Criminaliteit hoort bij een samenleving. Zonder boeven zijn er ook geen brave burgers. Mensen
hebben een collectief bewustzijn over wat ze wel en niet goed achtten. Zo vinden de meeste mensen
dat inbreken echt niet kan.
Durkheim: “In de eerste plaats is misdaad normaal omdat een samenleving zonder misdaad
onmogelijk is”.
Er worden altijd grenzen getrokken tussen goed en kwaad. Wanneer die grenzen er niet zijn,
zijn de mensen verward. Deze situatie van verwarring noemt Durkheim anomie
(normloosheid). Maar waarom worden bepaalde gedragingen als strafbaar bestempeld?
Hoe komt het dat de grenzen tussen goed en kwaad verschuiven? Dit soort vragen worden
in dit hoofdstuk behandelt.
11.1 Definities en benaderingen van criminaliteit
Criminaliteit (algemene omschrijving) = door de overheid strafbaar gesteld gedrag.
Criminaliteit (sociologische omschrijving) = criminaliteit is een subcategorie van afwijkend gedrag.
Onder afwijkend gedrag valt bijvoorbeeld ook alcoholisme en gokken.
Afwijkend gedrag= gedrag waarbij normen of Afwijkend gedrag= sociale reacties op
regels overtreden worden die in brede lagen afwijkend gedrag. Het is dan niets meer of
van de bevolking aanvaard zijn. minder dan wat mensen afwijkend gedrag
noemen en waarop afkeurend gereageerd
wordt.
Sommige sociologen proberen afwijkend gedrag te verklaren vanuit de anomische kenmerken:
onduidelijkheden over of botsingen tussen normen zouden mensen tot afwijkende gedragingen
brengen. Verwante verklaringen zijn:
Sociale desorganisatie (hoofdstuk 9)
Aangeleerde karakter
Gelegenheid
Subculturen
Relatieve deprivatie = het gevoel achtergesteld te worden
Statusfrustratie = niet aan de sociale verwachtingen te kunnen voldoen
Bindingstheorie: zwakke bindingen met de samenleving zorgen ervoor dat vooral jongeren crimineel
worden.
Etiketteringstheorie: sociale afkering wordt als oorzaak gezien van afwijkend gedrag. Omdat mensen
het label van crimineel opgeplakt krijgen, gaan ze zich ook zo gedragen.
Veel mensen worden als crimineel bestempeld terwijl ze dat niet zijn. En ook de overheid kijkt wel
eens door de vingers. Zo is schieten op een inbreker niet strafbaar. Te termen van dit begrip liggen
dus erg breed. We spreken dus liever van gecriminaliseerd gedrag dan van crimineel gedrag.