Doelstelling les: Ik wil graag aan het einde van de les zien dat de kinderen een goede strakke pass kunnen geven. - Ontvangen bij binnenkomst
Ook wil ik zien dat de bal recht op de man word gespeeld. Bij het diepspringen wil ik zien dat de kinderen hun angst - Motiveren tijdens de gymles
overwinnen en gewoon springen. Bij iemand is ‘m niemand is ‘m gaat er vooral om plezier maar ook om het ontwijken - De oefenstof aanbieden m.b.t. de groep
van de bal.
- Ik zal proberen een kind zo lang mogelijk bij de groep te houden.
Doelstelling langer termijn: - 1x waarschuwen
We gaan werken naar het basketbal toernooi, we willen zien dat de kinderen ontwikkeling hebben laten zien na de 3 - 2x waarschuwen aan de kant
lessen basketbal. Graag willen we zien dat de kinderen een betere balcontrole hebben na de 3 lessen. Ook willen we zien - 3x waarschuwen omkleden en aan de kant
dat ze kunnen vrijlopen
Bewegingsvorm/ activiteit leerlingen Differentiatievormen Organisatie Methodische / didactische werkvormen
Vak 1: Basketbal - moeilijker + makkelijker Algemeen:
Dribbelen/aanspelen: -Langere/kortere afstand - Praatje / plaatje / daadje
De kinderen maken groepjes van 3 kinderen, ze dribbelen of gooien - loopt het, lukt het, leeft het.
gaan tegen over elkaar staan. 2 bij een pion en 1 -Korte stuiten/ grote stuiten - Motiveren van de les
bij een pion. Ze dribbelen tot de middelste pion - Wanneer een oefening niet wil of lukt, vraag
en spelen de bal naar de volgende. De bal word dan aan groepsgenoot om hulp en/of een hand.
zonder stuit aangespeeld, na dit een aantal keer
hebben gedaan, spelen ze de bal met een stuit Vak 1:
aan. Is er dan nog tijd over: Dribbelen, spelen -Altijd beginnen waar 2 leerlingen staan
met of zonder stuit, bal terug krijgen en scoren. - De bal wordt gespeeld en sluit achteraan bij
Vak 2: Diepspringen: Bij diepspringen is er - moeilijker + makkelijker de eenling.
een parcours voor de kinderen. Ze klimmen eerst -Hoger/lager dan de - Hou de bal op heup hoogte, beweeg met de
bij het klimrek naar boven, ze klimmen op aangegeven hoogte bal door de knieën.
ongeveer 2 meter hoogte en springen dan op de -Klimrek schuin/recht
grote mat. Daarna maken ze aanloop en springen
ze in de trampoline, ze springen zo hoog Vak 2:
mogelijk. De kunst is bij beide onderdelen dat ze - Maken kennis met hulpverlenen.
blijven staan. (sandwichgreep)
-Stroomvorm word gehanteerd
Vak 3: Iemand is ‘m, niemand is ‘m: - moeilijker + makkelijker
Het wel bekende iemand is ‘m, niemand is ‘m. - 1 bal of meerdere ballen
We spelen het met foamballen, word je op je - met/zonder obstakels
hoofd geraakt ben je niet af. Word je afgegooid -
ga je in het stoplicht staan, sta je in groen, mag je Vak 3:
weer mee doen. -Kinderen voeren dit vak zelfstandig uit
- Materiaal als obstakels gebruiken, dit is
uitdagender voor de leerlingen