100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

MTO-E samenvatting inclusief oefenvragen

Beoordeling
-
Verkocht
2
Pagina's
30
Geüpload op
10-10-2024
Geschreven in
2024/2025

In dit document vind je een uitgebreide samenvatting van de colleges van Methoden voor Kwalitatief Onderzoek (MTO-E), inclusief tabellen en voorbeelden. Daarnaast vind je de oefenvragen die besproken zijn, inclusief de juiste antwoorden. Genoeg stof om je goed voor te bereiden op je lessen en het tentamen! Personeelwetenschappen, Tilburg University

Meer zien Lees minder

















Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
10 oktober 2024
Aantal pagina's
30
Geschreven in
2024/2025
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Haven & de smet
Bevat
Alle colleges

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Methoden voor Kwalitatief Onderzoek (MTO-E)
Inhoud:
College 1: ……………………………………………..…………………………………........ 2
College 2: …………………………………….......................................................................... 3
College 3: …………………………………………………………………………………….. 7
College 4: …………………………………………………………………………………….. 8
College 5: ……………….......................................................................................................... 9
College 6: …………………………………………………………………………………… 10
College 7: …………………………………………………………………………………… 11
College 8: ………………........................................................................................................ 13
College 9: …………………………………………………………………………………… 15
College 10: ………………………………………………………………………………….. 16
College 11: ………………………………………………………………………………….. 18
College 12: ………………………………………………………………………………….. 20
College 13: ………………………………………………………………………………….. 21
College 14: Toelichting Oefententamen 2024 ……………………………………………. 23
Extra: Oefenvragen ………………………………………………………………………... 24

, 2

College 1: Kwalitatief versus Kwantitatief Onderzoek
Deductie: theorie toetsing; theorie > hypothese > observatie > confirmatie (vaak kwantitatief)
Inductie: theorievorming; observatie > patroon > hypothese > theorie (vaak kwalitatief)
Etic perspectief: buitenstaander perspectief; hoe niet-leden van een groep het gedrag van een
groep interpreteren. (vaak kwantitatief)
Emic perspectief: insider perspectief; hoe leden van een groep kijken naar hun wereld. (vaak
kwalitatief)
Kwantitatief versus kwalitatief onderzoek:




Paradigmatische kennis versus narratieve kennis:




Kwalitatief onderzoek: een benadering waarmee je de ervaringen van mensen in detail kunt
onderzoeken door gebruik te maken van een specifieke set onderzoeksmethoden.
Functies van kwalitatief onderzoek:
 Contextueel onderzoek: het beschrijven van de vorm en de aard van wat bestaat
 Verklarend onderzoek: onderzoek naar de redenen voor, of associaties tussen wat
bestaat.
 Evaluatief onderzoek: beoordeling van de effectiviteit van wat bestaat.
 Generatief onderzoek: helpen bij de ontwikkeling van theorieën, strategieën of acties

, 3

College 2: Grondslagen van Kwalitatief Onderzoek
Kwalitatief onderzoek door de geschiedenis heen:
- Traditionele periode (1900-1939): Eenzame etnografen reisden af naar onbekende
landen en schreven hierover in brieven en boeken > stukken uit die tijd romantiseerde
het beeld van de setting, over-identificeerde de setting vanuit de eigen cultuur gezien
en het kolonialisme was terug te zien.
- Vroeg moderne periode (1945-1970): Standaardiseren/formaliseren het
wetenschappelijk proces. Voorbeeld hiervan is de publicatie van het boek ‘Grounded
Theory’.
- Laat moderne periode (jaren 70): Opkomst toegepast kwalitatief onderzoek en
interpretatieve benadering.
- Jaren 90 tot nu: Reflexieve wending waarin men probeert te begrijpen vanuit welke
bril de onderzoeker naar data kijkt en het paradigma waarin diegene onderzoek
verricht.
Reflexiviteit: het proces van het verkennen van de manieren waarop onderzoekers en hun
subjectiviteiten (bijv. vooroordelen, associaties) van invloed zijn op wat wordt onderzocht,
welke data wordt verzameld, hoe die wordt geïnterpreteerd en geanalyseerd.
Positionaliteitsstatement: Statement over rol en identiteit van de onderzoeker in relatie tot de
context en setting van het onderzoek, de relatie tot de onderzoeksonderwerpen en
participanten en aannames binnen paradigma.
Reflexiviteit versus positionaliteit:
Reflexiviteit Positionaliteit
Aannames in twijfel trekken Duidelijke vermelding van aannames met
Strategieën vinden om deze aannames aan te betrekking tot het onderwerp, de
pakken onderzoeksopzet, de context en het proces
= volledig proces = verklaring die de uitkomst van dat proces
beschrijft

Onderzoeksparadigma’s: bestaan uit ontologie, epistemologie en methodologie
 Ontologische vraag: Wat is de vorm en aard van de werkelijkheid en wat kunnen we
er dus over weten? “Wat is er?” en “Wat is de aard van het bestaan?”
 Epistemologische vraag: Wat is de aard van de relatie tussen de onderzoeker en wat
kan worden gekend? “Wat kunnen we weten?” en “Hoe weten we dat?”
 Methodologische vraag: Hoe kan de onderzoeker alles te weten komen waarvan hij
of zij gelooft dat het gekend kan worden? “Welke methoden gebruiken we om kennis
te vergaren?” en “Hoe kunnen we onze onderzoeksresultaten valideren?”

, 4

Intermezzo: de vier paradigma’s als superhelden
Positivisme:




Postpositivisme:




Kritische theorie:




Constructivisme:

, 5

Ontologie: wat is de realiteit, wat bestaat er echt, hoe zit de wereld in elkaar?
Ontologische aannames per onderzoeksparadigma:
 Positivisme:
o Naïef realisme: Er is een enkele, objectieve werkelijkheid die onafhankelijk
bestaat van de waarnemer.
o Kennis: Deze werkelijkheid kan worden ontdekt en gemeten door middel van
wetenschappelijke methoden.
 Postpositivisme:
o Kritisch realisme: Er is een enkele, objectieve werkelijkheid, maar onze
kennis daarvan is altijd onvolledig en feilbaar.
o Kennis: Wetenschappelijke methoden kunnen ons helpen deze werkelijkheid te
benaderen, maar absolute waarheid is onbereikbaar.
 Kritische Theorie:
o Historisch realisme: De werkelijkheid is gevormd door sociale, politieke,
culturele, economische, etnische en genderfactoren.
o Kennis: Kennis is niet neutraal; het is altijd verbonden met macht en belangen.
Onderzoek moet gericht zijn op het onthullen en veranderen van deze
structuren.
 Constructivisme:
o Relativisme: Er zijn meerdere, geconstrueerde realiteiten die afhankelijk zijn
van de waarnemer.
o Kennis: Kennis is subjectief en wordt gecreëerd door interacties tussen mensen
en hun wereld. Onderzoek richt zich op het begrijpen van deze constructies
Epistemologie: hoe kan ik iets leren over die realiteit, hoe doe ik er kennis over op?
Epistemologische aannames per onderzoeksparadigma:
 Positivisme:
o Kennis: Kennis is objectief en kan worden ontdekt door middel van empirische
observatie en wetenschappelijke methoden.
o Relatie tussen onderzoeker en onderzochte: De onderzoeker is onafhankelijk
van het onderzochte object.
 Postpositivisme:
o Kennis: Kennis is waarschijnlijk en feilbaar, en kan benaderd worden door
empirische methoden, maar absolute zekerheid is onbereikbaar.
o Relatie tussen onderzoeker en onderzochte: De onderzoeker probeert
objectiviteit te behouden, maar erkent dat volledige onafhankelijkheid niet
mogelijk is.
 Kritische Theorie:
o Kennis: Kennis is historisch en sociaal geconstrueerd en wordt beïnvloed door
machtsdynamieken.
o Relatie tussen onderzoeker en onderzochte: De onderzoeker is betrokken en
probeert sociale rechtvaardigheid te bevorderen door onderzoek.
 Constructivisme:
o Kennis: Kennis is subjectief en wordt gecreëerd door interacties tussen mensen
en hun omgeving.

, 6

o Relatie tussen onderzoeker en onderzochte: De onderzoeker en de onderzochte
zijn onlosmakelijk verbonden in het proces van kenniscreatie.
Methodologie: hoe onderzoeken we wat er is?
Methodologische aannames per onderzoeksparadigma:
 Positivisme:
o Kwantitatieve methoden zijn dominant, met een focus op meten en
voorspellen.
 Post-positivisme:
o Zowel kwantitatieve als kwalitatieve methoden worden gebruikt, met een
nadruk op triangulatie om de betrouwbaarheid van bevindingen te vergroten.
 Kritische Theorie:
o Onderzoek is gericht op het ontmaskeren van machtsstructuren en het
bevorderen van sociale verandering, vaak door middel van participatieve en
actiegerichte methoden.
 Constructivisme:
o Kwalitatieve methoden zijn dominant, met een focus op het begrijpen van de
betekenissen en ervaringen van individuen.

, 7

College 3: Paradigma’s en Kwaliteit in Kwalitatief Onderzoek
Evaluatie van de kwaliteit van kwantitatief onderzoek via:
 Betrouwbaarheid (reliability): de consistentie of stabiliteit van een meetinstrument.
 Validiteit (validity): de mate waarin een meetinstrument daadwerkelijk meet wat het
beoogt te meten.
Evaluatie van de kwaliteit van kwalitatief onderzoek via:
 Vertrouwbaarheid (trustworthiness): de mate waarin de resultaten van het onderzoek
betrouwbaar en valide zijn, en in hoeverre ze door anderen als geloofwaardig worden
beschouwd.
Kwaliteitscriteria volgens de constructivist:
 Geloofwaardigheid (credibility): de mate waarin de onderzoeksresultaten
geloofwaardig en aanvaardbaar zijn voor de deelnemers en andere betrokkenen.
 Via langdurige observatie, aanhoudende observatie, triangulatie, debriefing door
collega’s, negatieve casusanalyse of member checks
 Betrouwbaarheid (dependability): de onderzoeksresultaten zijn consistent en
herhaalbaar onder vergelijkbare omstandigheden.
 Via audit
 Bevestigbaarheid (confirmability): de mate waarin de onderzoeksresultaten objectief
en vrij van vooroordelen zijn.
 Via audittrail onbewerkte data, duidelijk auditproces, coderingsschema's,
debriefing door collega's, reflexieve praktijken of preregistratie
 Overdraagbaarheid (transferability): de mate waarin de onderzoeksresultaten
toepasbaar zijn in andere contexten of met andere groepen.
 Via thick description
 Authenticiteit (authenticity): de eerlijkheid en volledigheid van de
onderzoeksresultaten, inclusief de erkenning van verschillende perspectieven en
ervaringen
Triangulatie: een methode die wordt gebruikt om de validiteit en betrouwbaarheid van
onderzoek te verhogen
 Data triangulatie: verschillende kwantitatieve óf kwalitatieve onderzoeksmethoden
worden gecombineerd om gegevens te verzamelen.
 Methodologische triangulatie: verschillende kwantitatieve én kwalitatieve
onderzoeksmethoden worden gecombineerd om een probleem te onderzoeken.
 Onderzoekerstriangulatie: meerdere onderzoekers zijn betrokken bij het verzamelen
en analyseren van gegevens.
 Theorie triangulatie: verschillende theoretische standpunten worden gecombineerd
voor het benaderen van een probleem.
Generaliseerbaarheid versus overdraagbaarheid: Generaliseerbaarheid is kwantitatief en gaat
over of de steekproef representatief is voor de populatie. Overdraagbaarheid is kwalitatief en
gaat over of de bevindingen zoals deze zijn gevonden in de context van het onderzoek ook
van toepassing (= overdraagbaar) zijn in een andere context/setting. Dit laatste is dus niet iets
dat de onderzoekers kunnen bepalen, maar iets dat de lezer moet doen. De onderzoeker kan
wel goed opschrijven hoe hij de steekproef heeft samengesteld en wat de context was waarin
het onderzoek plaatsvond ("thick descriptions").

, 8

College 4: Waarom Kwalitatief Onderzoek? (Verdiepingscollege)
Functies van Sociaalwetenschappelijk Onderzoek:
Functie van onderzoek Vb. Kwantitatief onderzoek Vb. Kwalitatief onderzoek
Beschrijvend/Contextueel De prevalentie van Redenen voor dakloosheid
Het beschrijven van de dakloosheid De ervaring of betekenis van
vorm en aard van wat Kenmerken van de dakloze dakloosheid
bestaat bevolking Aard van verschillende
vormen van dakloosheid
Verklarend Factoren die statistisch Gebeurtenissen die leiden tot
Onderzoek naar de redenen verband houden met dakloosheid
voor of associaties tussen dakloosheid Hoe dakloosheid in stand
wat bestaat Welke factoren correleren met wordt gehouden
de duur van dakloosheid
Evaluatief De mate waarin gebruik wordt De waardering van en
Beoordeling van de gemaakt van verschillende ervaringen met een bepaalde
effectiviteit van wat voorzieningen voor dak- en interventie
bestaat (bijv. thuislozen Welke factoren helpen
beleidsimplementaties) De mate waarin de doelen van perioden van dakloosheid
een interventie zijn behaald beëindigen
Generatief Voorspelling van toekomstige Suggesties voor
Helpen bij de ontwikkeling niveaus van dakloosheid maatregelen/strategieën voor
van theorieën, strategieën Gradatie van noden voor het ondersteunen van
of acties verschillende vormen van daklozen of om dakloosheid
verstrekking/interventie te voorkomen

Lincoln & Guba’s Trustworthiness/‘vertrouwbaarheidscriteria’:
Kwaliteitsprincipes: Kwaliteitscriteria in Kwaliteitscriteria in Kwalitatief
Kwantitatief Onderzoek Onderzoek
Waarheidsgehalte Interne validiteit Geloofwaardigheid
De mate waarin waargenomen De mate waarin de bevindingen
effecten kunnen worden van het onderzoek te vertrouwen
toegeschreven aan de zijn en geloofwaardig zijn voor
onafhankelijke variabele anderen
Toepasbaarheid Externe validiteit Overdraagbaarheid
De mate waarin de resultaten De mate waarin de bevindingen
kunnen worden gegeneraliseerd kunnen worden overgedragen of
van de steekproef naar de toegepast in verschillende settings
populatie
Consistentie Betrouwbaarheid Dependability/betrouwbaarheid
De mate waarin de resultaten De mate waarin de bevindingen
consistent zijn als het consistent zijn met betrekking tot
onderzoek zou worden herhaald de contexten waarin ze werden
genegeerd
Neutraliteit Objectiviteit Confirmability/bevestigbaarheid
De mate waarin persoonlijke De mate waarin de bevindingen
vooroordelen worden gebaseerd zijn op de deelnemers
verwijderd en waardevrije en hun omstandigheden in plaats
informatie wordt verzameld van op de vooroordelen van de
onderzoekers

, 9

College 5: Onderzoeksopzet en Steekproeven in Kwalitatief Onderzoek
Kwalitatief onderzoek is een iteratief proces: er is sprake van veel herhaling van ondernomen
stappen.
Kwantitatief onderzoek met grote Kwalitatief onderzoek met kleine
steekproeven steekproeven

Soort: Probabilistische/willekeurige Niet-probabilistische doelgerichte
steekproeven steekproeven

Doel: Representativiteit Diepgaand contextueel begrip

Strategie: De steekproef moet de De steekproef moet opvallende
doelpopulatie vertegenwoordigen kenmerken vertegenwoordigen die
om ervoor te zorgen dat de relevant zijn voor het bestudeerde
bevindingen naar die populatie fenomeen
worden gegeneraliseerd

Kenmerken steekproeven (kwalitatief onderzoek):
 Verzamelen van rijke informatie door middel van kleine maar rijke steekproeven.
 Selectie op basis van voorgeschreven selectiecriteria.
 Evenwicht tussen homogeniteit (voegt diepte toe & maakt vergelijkbaarheid mogelijk)
en heterogeniteit (voegt breedte toe & maakt verschil begrijpen mogelijk).
Steekproefmethoden:
 Sequentiële steekproef: opeenvolgend; Een typisch voorbeeld is theoretische
steekproeftrekking, waarin je deelnemers tijdens het proces van analyse systematisch
toevoegt obv hun relevantie voor verdere theoretische inzichten. Na elke deelnemer
kan je nadenken wie vervolgens interessant is om nog toe te voegen
(steekproeftrekking in opeenvolgende fasen, laat toe je strategie aan te passen
gaandeweg).
 Niet-sequentiële steekproef: niet-opeenvolgend, eenmalig; Een steekproef die aan het
begin van je analyse al volledig is/vaststaat. Dat is niet het meest ideaal, maar wel
gebruikelijk door praktische overwegingen zoals tijd en middelen (vb: je kan maar één
keer een bedrijf bezoeken om interviews af te nemen). Selectie gebeurt volgens
gemaks-of doelgerichte steekproeftrekking, maar laat niet toe gaandeweg nog
aanpassingen te doen.
Steekproefstrategieën:
 Gemakssteekproef: op basis van toegankelijkheid/beschikbaarheid van de
participanten. Dit heeft de zwakste onderbouwing en de laagste geloofwaardigheid.
 Theoretische steekproef: op basis van conceptueel gebaseerde steekproeftrekking
(selecteren van participanten op basis van hun potentiële theoretische waarde).
 Doelgerichte steekproef: Op basis van weloverwogen selectiecriteria. De reden
erachter is van cruciaal belang.
o Heterogene/maximale variatie steekproef: breed scala aan variatie op
interessante dimensies

, 10

College 6: Verzamelen van Gegevens – Interviewen, Focusgroepen, Documentanalyse
Interviews en focusgroepen:
 Aanname: deelnemers zijn individuen die actief hun sociale werelden construeren en
hierover mondeling inzicht kunnen overbrengen.
 Waarde: data geeft inzicht in het leven of de opvattingen van de deelnemers (interne
wereld/ervaring) via de actieve verbale communicatie van een groeps- of individueel
interview.
 Behoefte: ervaringen, opvattingen, betekenis, etc. kunnen we alleen bereiken door het
te vragen.
 Dit is gegenereerde data: data die specifiek door het onderzoeksproces tot stand komt
in een interactie tussen onderzoeker en deelnemer
Soorten interviews:
 Gestructureerd interview: checklist met vragen
 Semi-gestructureerd interview: onderwerpgids functioneert als agenda maar laat
ruimte
 Ongestructureerd interview: maximale ruimte voor respondent
Wanneer gebruik je interviews?
 Als je focus ligt op geleefde ervaring, perspectieven van het individu
 Bij gevoelige onderwerpen
 Als context vereist is: persoonlijke geschiedenis, omstandigheden en context
 Als het gaat om een complex onderwerp, proces of ervaring: behoefte aan detail en
verduidelijking
Probes (doorvragen): gebruik je om meer te weten te komen, in reactie op wat de interviewee
zei.
Prompts (aansporen): gebruik je om weer op het goede spoor te komen, in antwoord op de
behoefte van de interviewer.
Aandachtspunten voor een interview:
 Maak geen aannames
 Geef geen commentaar op antwoorden
 Onthoud je van samenvatten
 Vermijd overbodige opmerkingen
 Geen goede of foute antwoorden
 Gevoelig voor toon en lichaamstaal
 Tijd geven om te antwoorden (stilte is belangrijk)
 Cultureel sensitief zijn

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
lottessamenvattingen Tilburg University
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
62
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
21
Laatst verkocht
1 week geleden
Lotte\'s Samenvattingen van Personeelwetenschappen

Op mijn pagina vind je samenvattingen voor bijna alle vakken die jij tijdens jouw studie Personeelwetenschappen/Human Resource Studies krijgt. Ook zijn er een aantal samenvattingen van vakken die overlappen met de studie Organisatiewetenschappen en van verschillende minorvakken van Psychologie. Ik weet als geen ander hoe het is om hard te moeten strijden voor het behalen van vakken en zorg er daardoor al vanaf het begin van mijn studie voor dat ik goed gestructureerde samenvattingen heb om van te leren (zeker mijn samenvattingen van MTO). Hopelijk kan ik jou daardoor ook vooruit helpen! Succes met leren! Lotte

Lees meer Lees minder
3,5

2 beoordelingen

5
0
4
1
3
1
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen