Goederen
art 3:1 BW
vermogensrechten
zaken art 3:6 BW
art 3:2 BW een recht met een bepaalde waarde die is uit te
- voor menselijke beheersing vatbaar drukken in geld
- een stoffelijk object
onroerende zaken roerende zaken
art 3:3 lid 1 BW art 3:3 lid 2 Bw absoluut recht relatief recht
zaken die niet zaken die wel geldt tegenover één
verplaatsbaar zijn verplaatsbar zijn geldt tegenover iedereen
iemand
ofwel
registergoederen Volledig beperkt recht vorderingsrecht
art 3:10/3:16 BW afgeleid van het
recht eigensomsrecht
alle roerende zaken staan in
het openbaar register
(ook grote boten en
vliegtuigen)
eigendoms
recht pandrecht
het meest art 3:227 BW
omvattende recht niet op registergoed gevestigd
hypotheekrecht
art 3:227
wordt op registergoed gevesitgd
vruchtgebruik
art 3:201 BW
erfdienstbaarheid
art 5:70 BW
erfpacht
art 5:85 BW
1
opstal
art 5:101 BW
,Pandrecht
het recht op een niet-registergoed dat bij het niet-voldoen van de onderliggende
geldvordering zekerheid biedt aan een schuldeiser
Hypotheekrecht
het recht op een registergoed dat bij het niet-voldoen aan de onderliggende geldvordering
zekerheid biedt aan een schuldeiser
Vruchtgebruik
het geeft de vruchtgebruiker het recht een goed van een ander te gebruiken of de vruchten
van een goed van een ander in eigendom te verkrijgen
- ontstaat door verjaring of vesteging
- de duur van het vruchtgebruik wordt door de partijen bepaald
- bij natuurlijk persoon vruchtgebruik ten duur van diens leven
- bij rechtspersoon maximaal 30 jaar of bij ophouden van bestaan
1. Natuurlijke vruchten art 3:19 lid 1 BW
een zaak als vrucht van een andere zaak
- appel appelboom
- ongeboren puppy moederhond
bij afscheiding (geboorte, plukken) wordt het een zelfstandige zaak
2. Burgerlijke vruchten art 3:9 lid 2 BW
een vermogensrecht als vrucht van een goed
- recht op rente als vrucht van het geldbedrag
Zeker
- recht op betaling van vermogensrechten huur als vrucht van de
heids
woning of zakelijke rechten rechten
wordt zelfstandig als het als het een zaak berust opeisbaar wordt
(huuropbrengst einde van de maand)
Erfdienstbaarheidrecht
Praktisch gezien betekent dit dat de eigenaar van het ene erf iets moet dulden dat de
eigenaar van het andere erf doet. Het kan ook zo zijn dat de eigenaar van het ene erf iets
niet moet doen. De erfdienstbaarheid bestaat dus uit iets dulden of iets niet doen. Het is bij
erfdienstbaarheid nooit een plicht om iets wel te doen! Genots
rechten
bijvoorbeeld: Wanneer twee Zakelijke rechten erven naast elkaar liggen, heeft
men het wel eens over een ‘recht boek 5 van overpad’. Dit recht van
overpad is een bij veel mensen sprake van een zaak bekende constructie, die juridisch
onder het beperkte recht ‘erfdienstbaarheid’ valt.
- ontstaat door verjaring of vestiging (notariële akte)
2
, Erfpacht
Erfpacht is het recht om een stuk grond en de woonruimte daarop te gebruiken. De grond
met daarop de woning blijft eigendom van de erfverpachter, ofwel de eigenaar. Dit is
bijvoorbeeld de gemeente, een woningcorporatie of Staatsbosbeheer. Voor dit
gebruiksrecht betaalt de erfpachter een jaarlijkse vergoeding aan de eigenaar. Die
vergoeding noemen we een canon.
kan worden geëindigd wanneer:
- na minimaal 25 jaar
- door een rechter
- in strijd met redelijkheid en billijkheid
Recht van opstal
Het opstalrecht is het recht om in, op of boven een onroerende zaak (bijvoorbeeld een stuk
grond) van iemand anders gebouwen, werken of beplantingen in eigendom te hebben.
- gaat vaak samen met het recht van erfpacht
iemand is te goeder trouw wanneer hij niet wist/hoefde te weten dat feiten/rechten
waarop zijn goede trouw betrekking heeft niet juist waren
dit ontbreekt wanneer art 3:11 BW
1. Hij kende de feiten of het recht
je weet dat iets niet oké is en doet hier niets mee
bijv. gestolen telefoon kopen en dit weten
2. Hij behoorde het te kennen
persoon had moeten weten dat het niet oké was maar heeft niet ondernomen om dit
te achterhalen. Bijv. een te goedkope auto kopen -> onderzoek plicht om te
achterhalen hoe dit zo goedkoop kan zijn.
Uit het arrest van de hoge raad blijk dat:
portacabin-arrest
Is een portachin een roerend of onroerende goed?
1. Een gebouw kan duurzaam met de grond verenigd zijn in de zin van art. 3:3 BW,
doordat het naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven.
Niet van belang is dan meer dat technisch de mogelijkheid bestaat om het bouwsel te
verplaatsen.
2. De bedoeling van de bouwer om het duurzaam ter plaatse te houden
3
art 3:1 BW
vermogensrechten
zaken art 3:6 BW
art 3:2 BW een recht met een bepaalde waarde die is uit te
- voor menselijke beheersing vatbaar drukken in geld
- een stoffelijk object
onroerende zaken roerende zaken
art 3:3 lid 1 BW art 3:3 lid 2 Bw absoluut recht relatief recht
zaken die niet zaken die wel geldt tegenover één
verplaatsbaar zijn verplaatsbar zijn geldt tegenover iedereen
iemand
ofwel
registergoederen Volledig beperkt recht vorderingsrecht
art 3:10/3:16 BW afgeleid van het
recht eigensomsrecht
alle roerende zaken staan in
het openbaar register
(ook grote boten en
vliegtuigen)
eigendoms
recht pandrecht
het meest art 3:227 BW
omvattende recht niet op registergoed gevestigd
hypotheekrecht
art 3:227
wordt op registergoed gevesitgd
vruchtgebruik
art 3:201 BW
erfdienstbaarheid
art 5:70 BW
erfpacht
art 5:85 BW
1
opstal
art 5:101 BW
,Pandrecht
het recht op een niet-registergoed dat bij het niet-voldoen van de onderliggende
geldvordering zekerheid biedt aan een schuldeiser
Hypotheekrecht
het recht op een registergoed dat bij het niet-voldoen aan de onderliggende geldvordering
zekerheid biedt aan een schuldeiser
Vruchtgebruik
het geeft de vruchtgebruiker het recht een goed van een ander te gebruiken of de vruchten
van een goed van een ander in eigendom te verkrijgen
- ontstaat door verjaring of vesteging
- de duur van het vruchtgebruik wordt door de partijen bepaald
- bij natuurlijk persoon vruchtgebruik ten duur van diens leven
- bij rechtspersoon maximaal 30 jaar of bij ophouden van bestaan
1. Natuurlijke vruchten art 3:19 lid 1 BW
een zaak als vrucht van een andere zaak
- appel appelboom
- ongeboren puppy moederhond
bij afscheiding (geboorte, plukken) wordt het een zelfstandige zaak
2. Burgerlijke vruchten art 3:9 lid 2 BW
een vermogensrecht als vrucht van een goed
- recht op rente als vrucht van het geldbedrag
Zeker
- recht op betaling van vermogensrechten huur als vrucht van de
heids
woning of zakelijke rechten rechten
wordt zelfstandig als het als het een zaak berust opeisbaar wordt
(huuropbrengst einde van de maand)
Erfdienstbaarheidrecht
Praktisch gezien betekent dit dat de eigenaar van het ene erf iets moet dulden dat de
eigenaar van het andere erf doet. Het kan ook zo zijn dat de eigenaar van het ene erf iets
niet moet doen. De erfdienstbaarheid bestaat dus uit iets dulden of iets niet doen. Het is bij
erfdienstbaarheid nooit een plicht om iets wel te doen! Genots
rechten
bijvoorbeeld: Wanneer twee Zakelijke rechten erven naast elkaar liggen, heeft
men het wel eens over een ‘recht boek 5 van overpad’. Dit recht van
overpad is een bij veel mensen sprake van een zaak bekende constructie, die juridisch
onder het beperkte recht ‘erfdienstbaarheid’ valt.
- ontstaat door verjaring of vestiging (notariële akte)
2
, Erfpacht
Erfpacht is het recht om een stuk grond en de woonruimte daarop te gebruiken. De grond
met daarop de woning blijft eigendom van de erfverpachter, ofwel de eigenaar. Dit is
bijvoorbeeld de gemeente, een woningcorporatie of Staatsbosbeheer. Voor dit
gebruiksrecht betaalt de erfpachter een jaarlijkse vergoeding aan de eigenaar. Die
vergoeding noemen we een canon.
kan worden geëindigd wanneer:
- na minimaal 25 jaar
- door een rechter
- in strijd met redelijkheid en billijkheid
Recht van opstal
Het opstalrecht is het recht om in, op of boven een onroerende zaak (bijvoorbeeld een stuk
grond) van iemand anders gebouwen, werken of beplantingen in eigendom te hebben.
- gaat vaak samen met het recht van erfpacht
iemand is te goeder trouw wanneer hij niet wist/hoefde te weten dat feiten/rechten
waarop zijn goede trouw betrekking heeft niet juist waren
dit ontbreekt wanneer art 3:11 BW
1. Hij kende de feiten of het recht
je weet dat iets niet oké is en doet hier niets mee
bijv. gestolen telefoon kopen en dit weten
2. Hij behoorde het te kennen
persoon had moeten weten dat het niet oké was maar heeft niet ondernomen om dit
te achterhalen. Bijv. een te goedkope auto kopen -> onderzoek plicht om te
achterhalen hoe dit zo goedkoop kan zijn.
Uit het arrest van de hoge raad blijk dat:
portacabin-arrest
Is een portachin een roerend of onroerende goed?
1. Een gebouw kan duurzaam met de grond verenigd zijn in de zin van art. 3:3 BW,
doordat het naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven.
Niet van belang is dan meer dat technisch de mogelijkheid bestaat om het bouwsel te
verplaatsen.
2. De bedoeling van de bouwer om het duurzaam ter plaatse te houden
3