Vpb
WGR 6
Vraagstuk 1
Tussen moeder BV M, dochter BV D1 en de kleindochters/zusters BV KD1 en BV KD2
bestaat al jaren een fiscale eenheid ex art. 15 Wet VPB 1969. De 100%-dochter BV D2 (een
zuster van de gevoegde BV D1) behoort niet tot de fiscale eenheid. Op 15 maart 2015 heeft
tussen BV KD1 als afsplitser en BV KD2 als verkrijger een juridische afsplitsing
plaatsgevonden waarbij een ondernemingsgedeelte, fiscale boekwaarde € 1 miljoen en
waarde in het economische verkeer € 3,5 miljoen, van BV KD 1 civielrechtelijk onder
algemene titel is overgegaan naar BV KD 2. Sindsdien is de waarde van dit
ondernemingsdeel gestegen tot € 6 miljoen in begin 2018. Begin van 2018 wordt
overwogen BV M als verdwijnende rechtspersoon te laten fuseren in ofwel BV D1 ofwel BV
D2 als verkrijgende rechtspersoon. Voorts is gegeven dat met de fiscus de afspraak is
gemaakt dat jaarlijks 5% op het ondernemingsvermogen mag worden afgeschreven.
Schets de gevolgen van deze gegevens waarbij het de bedoeling is van partijen zo weinig
mogelijk vennootschapsbelasting verschuldigd te worden. Indien (theoretisch) meerdere
opties denkbaar zijn, dient u die in uw antwoord – onder cijfermatige adstructie – te
vermelden.
Dit vraagstuk gaat over art. 15ai. Er vindt een afsplitsing plaats binnen FE. Een afsplitsing is
civielrechtelijk een overgang van vermogensbestanddelen onder algemene titel. Voor art.
15ai heb je nodig een overdracht van een vermogensbestanddeel met een meerwaarde. Dus
civielrechtelijk heb je een overgang onder algemene titel, maar voor de toepassing van art.
15ai heb je een overdracht nodig. Zie ook het HC op dit punt. Wat zegt de Staatssecretaris op
dit punt? Als er sprake is van een splitsing, dan ga je naar art. 14a en in lid 1 staat dat er een
overdracht plaatsvindt. Waarom klopt dit niet? Het vindt binnen FE plaats, dus die handeling
is non-existent. Fiscaal vindt er dus geen overdracht plaats, dan heb je dus ook geen fusie en
kom je ook niet aan die overdrachtficties toe. De redenering van de Staatssecretaris is dus
fout. Maar in doel en strekking van art. 15ai zou je wel moeten zeggen dat een overgang
onder algemene titel eronder valt, want anders zou art. 15ai een papieren tijger zijn.
Dus je hebt een afsplitsing. Civielrechtelijk gaan de vermogensbestanddelen over onder
algemene titel. Fiscaal is er geen overdracht, want je komt aan de overdrachtficties niet toe,
want binnen FE. Maar gelet op doel en strekking is het toch waarschijnlijk dat dit onder art.
15ai valt. Dit is de eerste voorwaarde van art. 15ai.
Tweede voorwaarde:
Besmette overdracht. Ga er maar vanuit dat de overdracht besmet is, tenzij je van tevoren
met de inspecteur tot overeenstemming komt dat de overdracht niet besmet is. Een niet
1
WGR 6
Vraagstuk 1
Tussen moeder BV M, dochter BV D1 en de kleindochters/zusters BV KD1 en BV KD2
bestaat al jaren een fiscale eenheid ex art. 15 Wet VPB 1969. De 100%-dochter BV D2 (een
zuster van de gevoegde BV D1) behoort niet tot de fiscale eenheid. Op 15 maart 2015 heeft
tussen BV KD1 als afsplitser en BV KD2 als verkrijger een juridische afsplitsing
plaatsgevonden waarbij een ondernemingsgedeelte, fiscale boekwaarde € 1 miljoen en
waarde in het economische verkeer € 3,5 miljoen, van BV KD 1 civielrechtelijk onder
algemene titel is overgegaan naar BV KD 2. Sindsdien is de waarde van dit
ondernemingsdeel gestegen tot € 6 miljoen in begin 2018. Begin van 2018 wordt
overwogen BV M als verdwijnende rechtspersoon te laten fuseren in ofwel BV D1 ofwel BV
D2 als verkrijgende rechtspersoon. Voorts is gegeven dat met de fiscus de afspraak is
gemaakt dat jaarlijks 5% op het ondernemingsvermogen mag worden afgeschreven.
Schets de gevolgen van deze gegevens waarbij het de bedoeling is van partijen zo weinig
mogelijk vennootschapsbelasting verschuldigd te worden. Indien (theoretisch) meerdere
opties denkbaar zijn, dient u die in uw antwoord – onder cijfermatige adstructie – te
vermelden.
Dit vraagstuk gaat over art. 15ai. Er vindt een afsplitsing plaats binnen FE. Een afsplitsing is
civielrechtelijk een overgang van vermogensbestanddelen onder algemene titel. Voor art.
15ai heb je nodig een overdracht van een vermogensbestanddeel met een meerwaarde. Dus
civielrechtelijk heb je een overgang onder algemene titel, maar voor de toepassing van art.
15ai heb je een overdracht nodig. Zie ook het HC op dit punt. Wat zegt de Staatssecretaris op
dit punt? Als er sprake is van een splitsing, dan ga je naar art. 14a en in lid 1 staat dat er een
overdracht plaatsvindt. Waarom klopt dit niet? Het vindt binnen FE plaats, dus die handeling
is non-existent. Fiscaal vindt er dus geen overdracht plaats, dan heb je dus ook geen fusie en
kom je ook niet aan die overdrachtficties toe. De redenering van de Staatssecretaris is dus
fout. Maar in doel en strekking van art. 15ai zou je wel moeten zeggen dat een overgang
onder algemene titel eronder valt, want anders zou art. 15ai een papieren tijger zijn.
Dus je hebt een afsplitsing. Civielrechtelijk gaan de vermogensbestanddelen over onder
algemene titel. Fiscaal is er geen overdracht, want je komt aan de overdrachtficties niet toe,
want binnen FE. Maar gelet op doel en strekking is het toch waarschijnlijk dat dit onder art.
15ai valt. Dit is de eerste voorwaarde van art. 15ai.
Tweede voorwaarde:
Besmette overdracht. Ga er maar vanuit dat de overdracht besmet is, tenzij je van tevoren
met de inspecteur tot overeenstemming komt dat de overdracht niet besmet is. Een niet
1