Thema 1 Hersenanatomie
Corpus scolosum: verbinding tussen linker- en rechterhersenhelft.
Cellbody: celkern, bevat de genetische code.
Myeline: zorgt ervoor dat informatie sneller overgebracht wordt. Is een soort vettige laag om de
axon heen.
Dendrieten: structuren die informatie overgeven van de ene naar de andere cel.
Axon: verzend informatie naar andere neuronen.
GABA: zorgt dat overmatige activiteit in de neuronen voorkomen wordt.
Sulcus en fissuur: groeven in de hersenen
Fissuur: groeven die tussen de hersenhelften in zitten.
Sulcus: kleinere groeven
Gyrus: hersenbinding
Central sulcus: lijn tussen frontale en pariëtale kwab.
Pariëto-occipital sulcus: lijn tussen pariëtale en occipitale kwab.
Pre-occipital notch: lijn tussen temporale en occipitale kwab.
Frontale kwab: voorste hersenkwab, voor motoriek en planning.
Motor cortex: hersendeel betrokken bij motoriek.
Pariëtale kwab: betrokken bij de integratie van zintuiglijke prikkels en de verwerking daarvan.
Occipitale kwab: hersendeel voor visuele informatie en het verwerken ervan tot beeld.
Temporale kwab: hersendeel dat betrokken is bij het geheugen en de verwerking van auditieve
informatie.
Thalamus: hersendeel dat input van zintuiglijke organen verwerkt (behalve geur).
Basale ganglia: hersendeel betrokken bij bewegingen en het leren van skills en gewoontes.
Limbisch systeem: hersendeel betrokken bij het verwerken van emoties en het opslaan van
herinneringen.
Hippocampus: hersendeel betrokken bij de verwerking van het geheugen.
Amygdala: hersendeel betrokken bij emoties.
, Begrippenlijst Biologische Grondslagen: Cognitie
Hypothalamus: hersendeel dat is voor basale behoeften; temperatuur, honger en dorst.
Superior colliculi: grijze stof in het midbrain, dat informatie genereerd van verschillende zintuigen.
Inferior colliculi: grijze stof in midbrain dat is gespecialiseerd in het verwerken van auditieve
informatie.
Cerebellum: hersendeel dat vastzit aan het midbrain, belangrijk voor behendigheid en bewegingen.
Pons: belangrijke verbinding tussen het cerebellum en het cerebrum.
Medulla oblongata: zit in het hindbrain, reguleert de vitale functies.
Hersenrichting:
Anterior: richting voorkant
Posterior: richting achterkant
Superior: richting achterkant
Inferior: richting de onderkant
Dorsal: richting de top
Ventral: richting de onderkant
Lateral: de buitenkant
Medial: in of richting het midden
Brodmann’s area’s: scheiden van de hersenen op basis van een relatieve verdeling van celtypes over
de corticale lagen.
Somatosensory: het gevoel (tast, zintuigen).
Thema 2 Het brein in ontwikkeling.
Nature-nurture debat: debat over of cognitie en gedrag toegekend moeten worden aan de genen of
de omgeving.
Neuroconstructivisme: Benadering dat zegt dat het proces van interactie tussen de omgeving en het
basis brein leidt tot het meeste van het cognitieve systeem.
Neural tube: een set cellen gerangschikt in een holle cilinder.
Neuroblasts: stamcellen voor neuronen.
Radial glial cells: cellen die nieuwe neuronen vanuit de neural tube gidsen naar hun vaste locatie in
het brein.
Hebbian learning: versterken van de synaps dat voorkomt wanneer presynaptische en post
synaptische neuronen tegelijkertijd actief zijn.
Plasticity: plasticiteit, het vermogen van het brein om te veranderen als resultaat van ervaringen.
Kennard principe: het idee dat hoe jonger je bent tijdens breinschade, hoe beter je kan herstellen.
Fillial imprinting: Het proces waarbij jonge dieren hun ouders herkennen (duurt 15 uur tot 3 dagen).