WERKALLIANTIE IN HET SOCIAAL KADER
Uit onderzoeken blijkt dat niet zozeer de specifieke methoden en de technieken de werkzame
elementen zijn van het effectief begeleiden, maar met name algemene factoren bijdragen aan
het resultaat van de psychotherapie. De verdeling van de werkzame elementen zijn:
- 30% > Cliënt zelf
- 12% > Relatie tussen de werker en de cliënt
- 8% > Behandelmethode
- 7% > Individuele therapeut
- 3% > Andere factoren
- 40% > Onbekende factoren
De cijfers kunnen niet één op één vertaald worden naar de praktijk, omdat daarbinnen de
focus niet enkel op psychische problematiek ligt, maar ook op het netwerk en de omgeving.
Ook is de cliënt vaak zelf onderdeel van het probleem en zal er dus in mindere of meerdere
mate een ontwikkeling bij de cliënt moeten plaatsvinden om de problemen effectief aan te
kunnen pakken.
Het hart van de begeleiding bestaat uit:
Betekenisvolle relatie
Hoop geven
Empathisch zijn
Overeenstemming over doelen
Echtheid
Positieve feedback
Culturele aansluiting
Een goede relatie met de cliënt is nodig, als een voorwaarde om problemen aan te pakken.
HET BEGRIP ‘WERKALLIANTIE’
Volgens Freud en Rogers wordt het begrip ‘werkrelatie’ vaak in verband gebracht met vooral
de houdingsaspecten van de sociaal werker, los van het doel van de professionele relatie. Het
begrip ‘werkalliantie’ maakt ruimte voor het idee van een bewuste, doelgerichte
samenwerking tussen cliënt en sociaal werker. Het gaat om gezamenlijke inspanning in de
begeleiding, heeft een einddoel en is beperkt in tijd. Het staat voor de kwaliteit van
partnerschap en samenwerking tussen de werker en de cliënt. De werkalliantie ontwikkelt zich
en verandert gedurende het contact en heeft constant aandacht nodig.
De werkalliantie in de vrijwillige hulpverlening bestaat uit 3 kenmerken:
1. Bereiken van overeengekomen doelen.
2. De manier waarop er aan de overeengekomen doelen gewerkt gaat worden, de taken.
Uit onderzoeken blijkt dat niet zozeer de specifieke methoden en de technieken de werkzame
elementen zijn van het effectief begeleiden, maar met name algemene factoren bijdragen aan
het resultaat van de psychotherapie. De verdeling van de werkzame elementen zijn:
- 30% > Cliënt zelf
- 12% > Relatie tussen de werker en de cliënt
- 8% > Behandelmethode
- 7% > Individuele therapeut
- 3% > Andere factoren
- 40% > Onbekende factoren
De cijfers kunnen niet één op één vertaald worden naar de praktijk, omdat daarbinnen de
focus niet enkel op psychische problematiek ligt, maar ook op het netwerk en de omgeving.
Ook is de cliënt vaak zelf onderdeel van het probleem en zal er dus in mindere of meerdere
mate een ontwikkeling bij de cliënt moeten plaatsvinden om de problemen effectief aan te
kunnen pakken.
Het hart van de begeleiding bestaat uit:
Betekenisvolle relatie
Hoop geven
Empathisch zijn
Overeenstemming over doelen
Echtheid
Positieve feedback
Culturele aansluiting
Een goede relatie met de cliënt is nodig, als een voorwaarde om problemen aan te pakken.
HET BEGRIP ‘WERKALLIANTIE’
Volgens Freud en Rogers wordt het begrip ‘werkrelatie’ vaak in verband gebracht met vooral
de houdingsaspecten van de sociaal werker, los van het doel van de professionele relatie. Het
begrip ‘werkalliantie’ maakt ruimte voor het idee van een bewuste, doelgerichte
samenwerking tussen cliënt en sociaal werker. Het gaat om gezamenlijke inspanning in de
begeleiding, heeft een einddoel en is beperkt in tijd. Het staat voor de kwaliteit van
partnerschap en samenwerking tussen de werker en de cliënt. De werkalliantie ontwikkelt zich
en verandert gedurende het contact en heeft constant aandacht nodig.
De werkalliantie in de vrijwillige hulpverlening bestaat uit 3 kenmerken:
1. Bereiken van overeengekomen doelen.
2. De manier waarop er aan de overeengekomen doelen gewerkt gaat worden, de taken.