inner-drives
Sigmund Freud (1962/1923) probeerde
menselijk gedrag uit te leggen in termen van
motieven waarvan mensen zich niet bewust
zijn. Het onbewuste en wat er in gebeurt is
verantwoordelijk voor veel goede (en minder
mooie) dingen.
→ psychoanalyse → (seksuele) driften →
ik, ego, superego → onderbewuste →
bewuste
Leerdoelen 1a + b / leerdoel 2
1. Hoe is de drift-theorie van Freud toepasbaar? En wat is het?
2. Wat is slip of the tongue?
Leerdoelen 3 + 4
1. Welke psychoseksuele fases zijn er? (5)
2. Welke afweermechanismen zijn er? En wat houdt het in?
3. Waarom reageren mensen anders op stress?
4. Waarom zijn mensen tegenstrijdig in hun woorden en daden?
(Bewustzijn en onderbewustzijn)
Gebruikte literatuur:
● Carver H8
● Mischel H9
● Cervone H4
,Begrippen
Leerdoel 1a: Hoe is de drift-theorie van Freud toepasbaar? En wat is het?
Het psychoanalytische perspectief, dat hierna wordt behandeld, heeft een
heel andere kijk op de menselijke natuur. Het is gebaseerd op het idee dat
, persoonlijkheid een verzameling innerlijke krachten is die met elkaar
concurreren en conflicteren. De focus van dit perspectief ligt op de dynamiek
van deze krachten (en de manier waarop ze het gedrag beïnvloeden). De
menselijke natuur, vanuit dit gezichtspunt, heeft te maken met een reeks druk
binnenin de persoon die soms met elkaar werkt en soms in oorlog is met
elkaar. Eén specifieke theorie domineert het perspectief - de theorie van
Sigmund Freud.
WANNEER je naar je acties kijkt, zie je ze dan voor wat ze werkelijk zijn? Of heb
je ze om een of andere reden voor jezelf verwrongen? De meesten van ons
denken waarschijnlijk dat we ons bewust zijn van wat we doen en waarom.
Ongelukken kunnen gebeuren, maar ongevallen zijn willekeurig. Er is echter
een perspectief op persoonlijkheid dat deze visie sterk uitdaagt. Het ziet
gedrag als gedeeltelijk bepaald door innerlijke krachten die buiten je
bewustzijn en controle liggen. Ongevallen? Niet aannemelijk. Wat een ongeluk
lijkt, heb je meestal expres gedaan - je bent je gewoon niet bewust van het
doel. Deze benadering van persoonlijkheid wordt psychoanalyse genoemd.
(de theorie evolueerde van 1885 tot 1940).
Freud → de vader van de persoonlijkheidspsychologie.
Een van de thema's die ten grondslag liggen aan Freuds opvatting
→ de term psychodynamisch → is het idee dat persoonlijkheid een verzameling
processen is die altijd in beweging zijn.
Persoonlijkheid is een dynamo - of een bruisende lente. → het ontstaan van krachten die kunnen
worden gekanaliseerd, aangepast of getransformeerd. Persoonlijkheid is niet één proces
→ maar meerdere, die soms tegen elkaar werken - concurreren of worstelen om
controle te hebben over het gedrag van de persoon.
De druk binnen de persoonlijkheid kan met elkaar kan botsen, is een ander
thema dat prominent aanwezig is in de psychoanalytische visie.
Persoonlijkheid dat is gevuld met conflicten brengt een ander thema naar
voren: verdediging als een belangrijk aspect van menselijk functioneren: → \
De psychoanalytische visie gaat ervan uit dat iedereen bedreigingen ervaart
over aspecten van zichzelf.
→ voortdurende verdediging is een belangrijk aspect van het psychoanalytische denken
bijvoorbeeld: Misschien heb je verlangens waarvan je denkt dat die
schandelijk zijn; misschien heb je dingen gedaan waar je spijt van hebt;
misschien voel je je als mens onwaardig. Wat je ook het meest bedreigt, je
verdedigings- processen voorkomen dat je wordt overweldigd.
Een ander thema in de psychoanalytische theorie is → de menselijke ervaring is