1) Haploïde cel = Een geslachtscel die van alle chromosomen slechts 1
exemplaar heeft. Totaal dus 23 chromosomen.
2) Diploïde cel = Een lichaamscel met twee exemplaren van elk chromosoom in
de celkern. Cel met 46 chromosomen.
3) Conceptie = Het moment waarop een zaadcel een eicel bevrucht.
4) Zygote = Eerste cel van een nieuw individu die tijdens de bevruchting is
ontstaan na een versmelting van een eicel en zaadcel (als resultaat van de
conceptie).
5) Meiose = Reductiedeling of rijpingsdeling, een fase in de celdeling die leidt tot
de aanmaak van geslachtscellen. Resultaat is dat de haploïde cellen ontstaan.
6) Gonaden = Geslachtsklieren (ovaria en testes) die de organen uit het
voortplantingsstelsel omvatten.
7) Mono zygote tweeling = eeneiige tweeling.
8) Di zygote tweeling = twee-eiige tweeling.
9) Kun je twee structuren benoemen die in aanleg vrouwelijk zijn en zich
ontwikkelen naar een mannelijke structuur?
Clitoris en melkklieren.
Vrouwelijke geslachtsorganen:
Inwendig in het kleine bekken. Breder en ronder bij een vrouw.
Uitwendig: vulva.
Uitwendige/vulva:
Grote schaamlippen.
Venusheuvel.
Kleine schaamlippen