Economie en maatschappij hoofdstuk 3: Economie internationaal samenvatting
3.1 Internationale arbeidsverdeling
Importeren of invoeren is het kopen van goederen en diensten in het buitenland. Exporteren of
uitvoeren is het verkopen van goederen en diensten aan het buitenland. Bij doorvoer gaat het om
geïmporteerde goederen die onmiddellijk weer worden uitgevoerd. Als in Nederland goederen
worden ingevoerd en na een kleine bewerking direct weer worden uitgevoerd is er sprake van
wederuitvoer.
De wereldhandel enorm toegenomen. Dat komt doordat landen zich hebben gespecialiseerd in
goederen, die zij goedkoper of beter kunnen produceren dan andere landen. Oorzaken van deze
internationale arbeidsverdeling en handel zijn: verschil in klimaat, aanwezigheid van grondstoffen,
geografische Ligging, kostenverschillen en verschillen in kennis en scholing. Niet-eurolanden hebben
andere valuta’s. De wisselkoers is de prijs van een valuta uigedrukt in een andere valuta. Als de
waarde van de euro ten opzichte van andere valuta’s stijgt is er sprake van appreciatie van de euro.
Een waardedaling van de euro ten opzichte van andere valuta’s heet een depreciatie van de euro.
3.2 Export en import van Nederland
Een land dat veel handelt met het buitenland heet een open economie. Een land dat weinig handel
drijft met het buitenland is een gesloten economie. Nederland heeft een zeer open economie. Dat
blijkt uit de hoge cijfers van de exportquote (exportwaarde : binnenlands inkomen) en de
importquote (importwaarde : binnenlands inkomen).
De meeste handel drijft Nederland met de landen van de Europese Unie. Duitsland is de belangrijkste
handelspartner van Nederland. Nederland exporteert vooral hoogwaardige eindproducten. De
Nederlandse import bestaat vooral uit grondstoffen en halffabricaten.
Nederland heeft al jaren een uitvoeroverschot van goederen. Dit betekent dat de waarde van de
goederenexport hoger is dan de importwaarde. Dat is goed voor onze economie. Het geeft aan dat
onze goederen gevraagd zijn in het buitenland. Dit zorgt voor veel werkgelegenheid.
3.3 Protectie en vrijhandel
Protectie is het beschermen van binnenlandse bedrijven tegen buitenlandse concurrentie. Vormen
van protectie zijn exportsubsidies of belastingvoordelen aan exporterende bedrijven,
douanerechten, importcontingenten/quota, importverboden en kwaliteits- of gezondheidseisen voor
producten die worden geïmporteerd.
Protectie benadeelt de productie en de werkgelegenheid in het buitenland. Importproducten worden
duurder door douanerechten of doordat er kwaliteitseisen worden gesteld. Protectie roept
protectionistische tegenmaatregelen van het buitenland op. Door protectie worden goederen niet
meer daar gemaakt waar dat het naar verhouding het goedkoopst kan. De omvang van de
internationale handel neemt door protectie af, waardoor de wereldwelvaart daalt.
Pagina 1 van 3
3.1 Internationale arbeidsverdeling
Importeren of invoeren is het kopen van goederen en diensten in het buitenland. Exporteren of
uitvoeren is het verkopen van goederen en diensten aan het buitenland. Bij doorvoer gaat het om
geïmporteerde goederen die onmiddellijk weer worden uitgevoerd. Als in Nederland goederen
worden ingevoerd en na een kleine bewerking direct weer worden uitgevoerd is er sprake van
wederuitvoer.
De wereldhandel enorm toegenomen. Dat komt doordat landen zich hebben gespecialiseerd in
goederen, die zij goedkoper of beter kunnen produceren dan andere landen. Oorzaken van deze
internationale arbeidsverdeling en handel zijn: verschil in klimaat, aanwezigheid van grondstoffen,
geografische Ligging, kostenverschillen en verschillen in kennis en scholing. Niet-eurolanden hebben
andere valuta’s. De wisselkoers is de prijs van een valuta uigedrukt in een andere valuta. Als de
waarde van de euro ten opzichte van andere valuta’s stijgt is er sprake van appreciatie van de euro.
Een waardedaling van de euro ten opzichte van andere valuta’s heet een depreciatie van de euro.
3.2 Export en import van Nederland
Een land dat veel handelt met het buitenland heet een open economie. Een land dat weinig handel
drijft met het buitenland is een gesloten economie. Nederland heeft een zeer open economie. Dat
blijkt uit de hoge cijfers van de exportquote (exportwaarde : binnenlands inkomen) en de
importquote (importwaarde : binnenlands inkomen).
De meeste handel drijft Nederland met de landen van de Europese Unie. Duitsland is de belangrijkste
handelspartner van Nederland. Nederland exporteert vooral hoogwaardige eindproducten. De
Nederlandse import bestaat vooral uit grondstoffen en halffabricaten.
Nederland heeft al jaren een uitvoeroverschot van goederen. Dit betekent dat de waarde van de
goederenexport hoger is dan de importwaarde. Dat is goed voor onze economie. Het geeft aan dat
onze goederen gevraagd zijn in het buitenland. Dit zorgt voor veel werkgelegenheid.
3.3 Protectie en vrijhandel
Protectie is het beschermen van binnenlandse bedrijven tegen buitenlandse concurrentie. Vormen
van protectie zijn exportsubsidies of belastingvoordelen aan exporterende bedrijven,
douanerechten, importcontingenten/quota, importverboden en kwaliteits- of gezondheidseisen voor
producten die worden geïmporteerd.
Protectie benadeelt de productie en de werkgelegenheid in het buitenland. Importproducten worden
duurder door douanerechten of doordat er kwaliteitseisen worden gesteld. Protectie roept
protectionistische tegenmaatregelen van het buitenland op. Door protectie worden goederen niet
meer daar gemaakt waar dat het naar verhouding het goedkoopst kan. De omvang van de
internationale handel neemt door protectie af, waardoor de wereldwelvaart daalt.
Pagina 1 van 3