Generieke module intensief
(GMI)
Geschreven door Iris Burgers
,Thema klinisch redeneren
Doel klinisch redeneren:
Leveren van goed doordachte en dus optimale, patiëntgerichte zorg.
De zes stappen van klinisch redeneren zijn:
1. Orientatie op de situatie.
2. Klinische probleemstelling.
3. Aanvullend klinisch onderzoek.
4. Klinisch beleid.
5. Klinisch verloop.
6. Nabeschouwing.
Orientatie op de situatie
In kaart brengen van de acute gezondheidssituatie van de patient. Dit wordt ook wel het klinisch beeld
genoemd. Dit is dus de nauwkeurige beschrijving hoe een ziekte/aandoening zich op dat oment
openbaart bij een patient. Dit wordt ondersteund door observaties en metingen. Een hulpmiddel hierbij
is de EWS score. Het in kaart gebracht van de actuele gezondheidssituatie wordt in kaart gebracht
door middel van de SBAR.
SBAR:
,EWS score:
Klinische probleemstelling
In deze stap ga je kijken wat er mis is. Er wordt verwacht dat je de problematiek inzichtelijk kan
maken. Deze stap wordt gedaan aan de hand van zorgthema’s. zij verantwoorden allemaal een
bepaalde fysieke, mentale of levensfunctie van de mens. Denk hierbij aan mentaal functioneren, stem
en spraak, ademhaling, circulatie etc. Deze zorgthema’s zijn allemaal geïnspireerd op de zogenoemde
ICF classificatie van de WHO. De volgorde kan bepaald worden aan de hand van de ABCDE
methodiek.
SCEGS:
S: signalen en klachten.
C: cognitief.
E: emotioneel.
G: gedragsmatig.
S: sociaal.
, ABCD methodiek:
Aanvullend klinisch onderzoek
Dit is vaak nodig om de oorzaak en/of de gevolgen van een ziekte of aandoening aan te tonen.
Aanvullend onderzoek is gericht op: bevestigen van de diagnose, uitsluiten van differentiaal diagnosen
en het (dis) functioneren van organen en orgaansystemen. Bij aanvullend onderzoek kan je denken
aan: anamnese, lichamelijk onderzoek, lab onderzoek, beeldvormend onderzoek, fysiologisch
functieonderzoek.
Klinisch beleid
In deze stap wordt beredeneerd welke zorg nodig is. Zorg = het geheel aan interventies om de
gezondheid van de zorgvrager in stand te houden of in goede conditie, of zo goed mogelijk te doen
zijn of te maken. Interventies kunnen worden onderverdeeld in drie gebieden: somatisch,
psychosociaal en zelfzorgfuncties.
Klinisch verloop
In deze stap kijk je naar het verwachte verloop van de ziekte.
Nabeschouwing
In deze stap neem je afstand van de casus en kijk je door middel van evaluatie en reflectie naar de
gebeurtenissen. Kan in algemene zin, maar ook via de vier specifieke onderwerpen:
1. Waar en wanneer was de patiëntveiligheid niet optimaal?
2. Waar en wanneer was de kwaliteit van de beroepsuitoefening niet optimaal?
3. Waar en wanneer was er sprake van een ethisch dilemma?
4. Wat heb jij van de casus geleerd?