° Indicaties voor een infuus:
° Inbrengen van vocht.
° Inbrengen van voeding.
° Inbrengen van bloed of bloedproducten.
° Inbrengen van medicijnen.
° Openhouden van een ader voor een snelle toediening zo nodig.
Parenterale toediening van infuusvloeistoffen:
° Perifeer katheter (voorkeur hand of onderarm).
° Centrale katheter (cvk).
Complicaties infusietherapie:
° Subcutaan lopen van infuus.
° Tromboflebitis (stolsel).
° Sepsis.
° Lijninfecties.
° Overvulling circulatie.
° Luchtembolie.
° Allergische reacties.
Subcutaan lopen:
° Infuus gaat langzamer lopen.
° Huid is bleek en koud rondom de insteekplaats.
° Een zichtbare zwelling.
° Gebied is pijnlijk, afhankelijk van de vloeistof soms zeer pijnlijk.
° Wanneer je kolf laag hangt zal er geen bloed teruglopen in het systeem.
Verpleegkundige acties:
° Infuus stilzetten.
° Infuuscanule verwijderen.
° Bij ontdekken binnen 30 minuten koelen met ijs indien pijnlijk.
° Later: ledemaat hoger leggen met warme kompressen (vasodilatie).
° Soms aanvullende maatregelen nodig op aanwijzing van de arts.
Flebitis en tromboflebitis:
° Flebitis: Vene is dik en hard, gebied is rood, dik en pijnlijk.
° Tromboflebitis: Het bloedvat wordt ook nog vernauwd doordat er een bloedstolsel
is. Risico op het loslaten van het stolsel wordt dan een embolie.
Lijninfectie:
° Groot risico bij cvk.
° Bij zorgvragers met een verminderde weerstand.
° Voorkomen: protocollair en hygiënisch werken.
° Bij ontstekingsreacties alert zijn op lijninfecties.