Anesthesiologie = anesthesie
o Het tijdelijk uitschakelen /onderdrukken van een deel van het zenuwstelsel,
waardoor de zorgvrager zich de pijn niet gewaarwordt.
o Gevoel = esthesie.
o Analgesie = zonder pijn
De verantwoordelijkheden van de anesthesioloog voor, tijdens en na de operatie
o Screening
o Voorschrijven van premedicatie
o Premedicatie toedienen.
o Atropine vermindering speekselaanmaak. Dit is tevens een anti-bradycardie
middel.
o Spierverslappers
o Op indicatie: antibiotica (o.a. bij orthopedische ingrepen)
o Toediening van anesthesie.
o Bewaking vitale functies (P, AH, RR).
o Pijnbestrijding en vochtbeleid (tot 24 na de operatie).
Anesthesie
o Algehele anesthesie
o Spinale anesthesie
o Epidurale anesthesie
o Regionale anesthesie
o Lokale anesthesie
Narcose/algehele anesthesie
Kenmerken:
o Bewusteloos.
o Analgesie: verdoving of pijnstilling.
o Spierrelaxatie (spierverslapping).
o Onderdrukken van reflexen.
o Narcose toedienen: via infuus of via inhalatie.
o Intuberen.
o Saturatiemeter voor de bewaking van de vitale
functies.
o Ogen dicht.
Narcose
o Na de operatie soms heesheid.
o Uitleiden.
*Ruggenprik.
o Bewustzijn is aanwezig.