voor professionals in het sociale domein
Hoofdstuk 2: sociale inclusie van kwetsbare burgers via arbeid
2.1 het begrip sociale inclusie
Het lectoraat beschouwd de volgende definitie van sociale uitsluiting als goed startpunt
voor onderzoek naar in- en uitsluiting via arbeid:
‘SOCIAL EXCLUSION IS A COMPLEX AND MULTI-DIMENSIONAL PROCES. IT INVOLVES THE LACK OR DENIAL OF
RESOUCES, RIGHTS, GOODS AND SERVICES, AND THE INABILITY TO PARTICIPATE IN THE NORMAL RELATIONSCHIPS
AND ACTIVITITES TOT HE MAJORITY OF PEOPLE IN A SOCIETY, WHETER IN ECONOMIC, SOCIAL, CULTURAL OF
POLITICAL ARENAS. IT AFFECTS BOTH THE QUALITY OF LIFE OF INDIVIDUALS AND THE EQUITY AND COHESION OF
SOCIETY AS A WHOLE’.
Relevant aan de definitie is dat deze in- en uitsluiting omschrijft als een proces dat in
meerdere dimensies kan plaats vinden.
Ook is het zowel een individueel als maatschappelijk vraagstuk.
Inclusie en exclusie kun je onderzoeken op micro-, meso- en macroniveau.
- Macroniveau: via instituties, herverdelingsmechanismen, sociale structuren en
dominante culturele normen en waarden
- Mesoniveau: door het functioneren van sociale netwerken, organisaties en
selectiemechanismen die bepalen wie er wel en niet ‘bij hoort’
- Microniveau: door relaties tussen burgers binnen hun persoonlijke en
professionele netwerken
Het lectoraat wil bij het onderzoek naar in- en uitsluiting rekening houden met
structurele maatschappelijke oorzaken op macro- en mesoniveau. Verklaringen die gaan
over kenmerken en gedrag van individuele uitgeslotenen vinden ze te eenzijdig, wat leidt
naar processen over het hoofd zien en kan leiden tot de blaming the victim-verklaring.
De benadering van sociale uitsluiting als sociaal verschijnsel is bij onderzoek naar
inclusieve arbeid belangrijk omdat het activeringsbeleid structurele oorzaken over het
hoofd ziet en de focus legt op alleen het individu zelf.
Samengevat beschouwt het lectoraat sociale inclusie als:
‘WEDERKERIG PROCES, DAT OP MEERDERE NIVEAUS EN DIMENSIES PLAATSVINDT, EN DAT BESTAAT UIT
HET VERLENEN EN VERKRIJGEN VAN TOEGANG VAN BURGERS TOT RELEVANTE SOCIALE NETWERKEN,
SOCIALE GRONDRECHTEN EN HULPBRONNEN DIE BIJDRAGEN AAN KWALITEIT VAN HET LEVEN EN SOCIALE
SAMENHANG.’
2.1.1 sociale inclusie als subjectief begrip
Er zijn 4 botsende perspectieven van sociale inclusie te onderscheiden:
1. Het perspectief van kwetsbare burgers op hun eigen sociale inclusie in relatie tot
gewenste kwaliteit van het leven
2. Het perspectief van sociale netwerken zoals organisaties, peergroups scholen etc.
3. Het perspectief op inclusie van de overheid, dat zich uit in sociaal beleid
4. Het perspectief van de professionals die aan de inclusievraagstukken werken
Onderzoekers die sociale insluiting onderzoeken kunnen geen rekening houden met
pluriformiteit. Het SCP heeft het bijv. over een geobjectiveerde maat van uitsluiting.
Volgens het lectoraat is er geen objectieve maat. Het lectoraat beschouwt pluriformiteit
van normen en waarden namelijk als empirisch gegeven dat invloed heeft op verloop van
inclusieprocessen. We moeten zicht krijgen op deze pluriformiteit om de processen te
snappen.
Het onderzoek zal zich richten op de vraag welke normen actoren in de praktijk hanteren
en hoe deze inclusieprocessen en de uitkomst daarvan beïnvloeden.