Probleem 3
Leerdoel 1: wat is de contacthypothese en wat zijn die visies daarop? + voorwaarden.
Contacttheorie: contact tussen verschillende culturen in een samenleving leidt tot meer positieve
interculturele relaties. Het basisidee is dat contact en uitwisseling tussen groepen leidt tot meer
wederzijdse acceptatie (Allport).
Hierbij moet er wel sprake zijn van een aantal voorwaarden (condities):
Gelijke status tussen groepen.
Gemeenschappelijke doelen.
Samenwerking.
Steun van autoriteiten, wetten en normen.
3 belangrijke variabelen bij het verminderen van vooroordelen d.m.v. de contacttheorie:
- Vergoten van kennis over de outgroup.
- Wegnemen van angst m.b.t. intercultureel contact.
- Bevorderen van empathie en het innemen van een andere positie.
Onderzoek laat zien dat direct contact (zelf vrienden van een andere cultuur hebben) en e (vrienden
hebben vrienden van een andere cultuur) elkaar versterken. Als je beiden hebt dan heb je een
positievere houding t.o.v. andere culturen.
Direct contact: vermindert zowel de individuele als de collectieve threat.
Indirect contact: vermindert de collectieve threat.
Bewijs/tegenbewijs van de contacttheorie
Artikel Bakker
Welke factoren zijn van invloed op de attitude van leerlingen jegens andere etnische groepen:
- Eigen etnische achtergrond.
Zorgt voor een positievere attitude jegens de eigen ingroup.
- Etnische samenstelling van de klas.
Als leden van bepaalde groepen in de klas toenemen dan zorgt dat niet voor een positievere
houding van andere groepen tegenover die groep. Alleen als leden van de eigen groep
toenemen dan zorgt dat voor een positievere houding tegenover de eigen groep.
- Persoonlijke interetnische contacten.
Geen positieve invloed op de houding jegens andere groepen.
- Intercultureel onderwijs.
Turken, Marokkanen en Surinamers gingen er positiever door denken over elkaar, maar Nlers
werden alleen maar negatiever over de outgroups, maar ook over henzelf.
- Jaargroep (leeftijd).
Naarmate de leeftijd toeneemt minder positieve attitude t.o.v. NLers door de 3 andere
groepen, maar ook door de NLers zelf. Terwijl de waardering voor Turkse, Marokkaanse en
Surinaamse leerlingen nam toe.
- Sekse.
Nlse meisjes staan positiever tegenover ander groepen dan jongens.
Marokkaanse meisjes staan positiever tegenover Nlers dan jongens.
Leerdoel 1: wat is de contacthypothese en wat zijn die visies daarop? + voorwaarden.
Contacttheorie: contact tussen verschillende culturen in een samenleving leidt tot meer positieve
interculturele relaties. Het basisidee is dat contact en uitwisseling tussen groepen leidt tot meer
wederzijdse acceptatie (Allport).
Hierbij moet er wel sprake zijn van een aantal voorwaarden (condities):
Gelijke status tussen groepen.
Gemeenschappelijke doelen.
Samenwerking.
Steun van autoriteiten, wetten en normen.
3 belangrijke variabelen bij het verminderen van vooroordelen d.m.v. de contacttheorie:
- Vergoten van kennis over de outgroup.
- Wegnemen van angst m.b.t. intercultureel contact.
- Bevorderen van empathie en het innemen van een andere positie.
Onderzoek laat zien dat direct contact (zelf vrienden van een andere cultuur hebben) en e (vrienden
hebben vrienden van een andere cultuur) elkaar versterken. Als je beiden hebt dan heb je een
positievere houding t.o.v. andere culturen.
Direct contact: vermindert zowel de individuele als de collectieve threat.
Indirect contact: vermindert de collectieve threat.
Bewijs/tegenbewijs van de contacttheorie
Artikel Bakker
Welke factoren zijn van invloed op de attitude van leerlingen jegens andere etnische groepen:
- Eigen etnische achtergrond.
Zorgt voor een positievere attitude jegens de eigen ingroup.
- Etnische samenstelling van de klas.
Als leden van bepaalde groepen in de klas toenemen dan zorgt dat niet voor een positievere
houding van andere groepen tegenover die groep. Alleen als leden van de eigen groep
toenemen dan zorgt dat voor een positievere houding tegenover de eigen groep.
- Persoonlijke interetnische contacten.
Geen positieve invloed op de houding jegens andere groepen.
- Intercultureel onderwijs.
Turken, Marokkanen en Surinamers gingen er positiever door denken over elkaar, maar Nlers
werden alleen maar negatiever over de outgroups, maar ook over henzelf.
- Jaargroep (leeftijd).
Naarmate de leeftijd toeneemt minder positieve attitude t.o.v. NLers door de 3 andere
groepen, maar ook door de NLers zelf. Terwijl de waardering voor Turkse, Marokkaanse en
Surinaamse leerlingen nam toe.
- Sekse.
Nlse meisjes staan positiever tegenover ander groepen dan jongens.
Marokkaanse meisjes staan positiever tegenover Nlers dan jongens.