100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

samenvatting Goederenrecht

Beoordeling
2,3
(3)
Verkocht
11
Pagina's
37
Geüpload op
22-02-2019
Geschreven in
2018/2019

Samenvatting van het vak goederenrecht, tweede leerjaar op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Het boek 'compendium' en 'Goederenrecht geschetst' en de bijbehorende jurisprudentie.












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
22 februari 2019
Aantal pagina's
37
Geschreven in
2018/2019
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting goederenrecht



Week 1: Eigendom
Hoofstuk 1: Algemene inleiding



Systeem van het vermogensrecht

Boek 3 bevat bepalingen die voor alle goederen van belang kunnen zijn (Goederen zijn alle zaken en
vermogensrechten)

Boek 5 behandelt de rechten die alleen op zaken kunnen bestaan



Hoofdstuk 2: Inleiding en begripsbepalingen



Goederen, zaken en vermogensrechten (art 3:1 , 3:2, 3:6)

Goederen zijn alle vermogensbestanddelen. De goederen kunnen worden onderscheiden in (3:1):

 Zaken (De voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten)
 Vermogensrechten (Een recht is een vermogensrecht indien het aan ten minste één van de in
art 3:6 genoemde criteria voldoet)
- Overdraagbaarheid (hetzij afzonderlijk, hetzij tezamen met een ander recht)
- Verband met stoffelijk voordeel: (het recht strekt ertoe de rechthebbende stoffelijk
voordeel te verschaffen of het recht is verkregen in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht
gesteld stoffelijk voordeel)



Roerende en onroerende zaken: 3:3

Het onderscheid roerend-onroerend ziet alleen op zaken. Het wordt ten aanzien van
vermogensrechten niet gehanteerd.

Roerend zijn alle zaken die niet onroerend zijn op grond van art 3:3.

Onroerende zaken zijn genoemd in art 3:3:

 De grond
 De nog niet gewonnen delfstoffen
 De met de grond verenigde beplantingen (waarbij het niet ter zake doet of zij reeds wortel
hebben geschoten)
 De gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij
door vereniging met andere gebouwen of werken (Portacabin arrest)

Portacabin-arrest  als het naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven,
wordt het gezien als een onroerende zaak.

,De opsomming van onroerende zaken zijn limitatief. Dit neemt niet weg dat bestanddelen van een
onroerende zaak – als zelfstandige onderdelen daarvan – ook onroerend zijn.

Bestanddelen 3:4

Naast zelfstandige zaken kent de wet bestanddelen: onzelfstandige zaaksdelen die opgaan in de zaak
waarvan zij deel uitmaken. Bestanddelen zijn zelf geen zaken in de zin van art 3:1 BW.

Criteria:

 Al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel van een zaak uitmaakt, is bestanddeel van
die zaak (art 3:4 lid 1). Dit moet in het licht van alle omstandigheden van het geval worden
beoordeeld. De rechtspraak heeft enkele aanwijzingen ontwikkeld

De volgende omstandigheden pleiten gewoonlijk vóór het aannemen van een bestanddeel:

 De hoofdzaak is zonder het bestanddeel onvoltooid of anderszins incompleet
 De hoofdzaak en het object zijn qua constructie specifiek op elkaar afgestemd.



Een zaak verliest haar zelfstandige karakter indien zij zodanig met een hoofdzaak wordt verbonden,
dat zij daarvan niet kan worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis wordt
toegebracht aan een der bestanddelen  bestanddeelvorming door verbinding (bijvoorbeeld een
ingemetselde gevel of het frame van een fiets)



Gevolgen van het zijn van een bestanddeel

1. De eigenaar van de zaak is eigenaar van al haar bestanddelen
2. Bestanddelen van een onroerende zaak zijn ook onroerend
3. Goederenrechtelijke handelingen met betrekking tot een afzonderlijk bestanddeel zijn niet
mogelijk zonder beëindiging van de onzelfstandigheid
4. Goederenrechtelijke handeling met betrekking tot de zaak omvatten ook alle bestanddelen
van die zaak



Volledige rechten

De volledige rechten zijn een benaming die wordt gebruikt ter onderscheiding van de beperkte
rechten en vallen in drie groepen uiteen:

1. Eigendom (Het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben (art 5:1 lid
1)
2. Vorderingsrechten (die recht geven op een door een bepaalde schuldenaar te verrichten
prestatie)
3. Volledige rechten op voortbrengselen van de geest (auteursrecht, octrooirecht, merkenrecht)



Beperkte rechten 3:8

Een beperkt recht is een recht dat is afgeleid uit een meer omvattend recht (b.v. eigendomsrecht)
hetwelk met het beperkte recht is bezwaard. De beperkte rechten kunnen worden onderscheiden in:

, 1. Gebruiksrechten kennende: vruchtgebruik, erfdienstbaarheid, erfpacht, opstal (ook wel
genotsrechten genoemd)
2. Zekerheidsrechten kennende: Pand en hypotheek



Het recht waaruit een beperkt recht wordt afgeleid noemt men het moederrecht. Als moederrecht
kan dienen:

 Volledig recht
 Een ander beperkt recht (zo kan bijvoorbeeld een pandrecht worden gevestigd op het
vruchtgebruik van een roerende zaak)



De beperkte rechten zijn limitatief geregeld in de wet. Voor zover zij op alle goederen kunnen
voorkomen staan zij in boek 3 (vruchtgebruik, pand en hypotheek)

Beperkte rechten die alleen op zaken kunnen voorkomen staan in boek 5 (erfdienstbaarheid,
erfpacht, opstal)



Zakelijke rechten

Dit zijn alle rechten op zaken, kennende:

 Eigendomsrecht (5:1 BW)
 Vruchtgebruik op een zaak
 Hypotheek op een zaak
 Pand op een zaak
 Erfdienstbaarheid, opstal, erfpacht

Beperkte rechten in boek 3 zijn pas zakelijke rechten als ze op een zaak rusten. Beperkte rechten in
boek 5 zijn altijd zakelijke rechten, omdat ze enkel op zaken van toepassing zijn.



Afhankelijke rechten

Een afhankelijk recht is een recht dat zodanig verbonden is aan een ander recht, dat het niet zonder
dat andere recht kan bestaan (3:7). Een afhankelijk recht volgt dan ook het recht waaraan het
verbonden is.

Afhankelijke rechten zijn niet zelfstandig overdraagbaar. Afhankelijke rechten gaan teniet als het
recht waarop het rust teniet gaat.

Tot de afhankelijke rechten behoren o.a:

 Pand- en hypotheekrecht
 Mandeligheid en erfdienstbaarheid

, Vruchten 3:9

1. Natuurlijke vruchten: zaken die volgens verkeersopvatting als vruchten van zaken worden
aangemerkt (appel, ei, kalf, mest, melk)
2. Burgerlijke vruchten: rechten die volgens de verkeersopvatting als vruchten van goederen
worden aangemerkt (huur, pachtpenningen)



Een natuurlijke vrucht wordt een zelfstandige zaak door haar afscheiding, een burgerlijke vrucht
wordt een zelfstandig recht door haar opeisbaar worden (3:9 lid 4). De nieuwe ontstane goederen
komen toe aan de rechthebbende op het vruchtdragende goed, tenzij de wet anders bepaalt (b.v. bij
vruchtgebruik)



Registergoederen 3:10

Registergoederen zijn goederen voor de overdracht of vestiging waarvan inschrijving in daartoe
bestemde openbare registers noodzakelijk is.

Registergoederen zijn:

 Onroerende zaken (3:89 BW)
 Teboekgestelde schepen en luchtvaartuigen (roerend maar toch registergoed)
 Aandelen in registergoed (3:96)
 Beperkte rechten op een registergoed (3:98)



Misbruik van bevoegdheid 3:13

Een bevoegdheid kan niet worden ingeroepen voor zover men haar misbruikt. Meestal zal het gaan
om misbruik van een recht.

Drie gevallen waarbij in ieder geval misbruik van bevoegdheid is:

1. Uitoefening van een bevoegdheid met geen ander doel dan een ander te schaden
2. Uitoefening met een ander doel dan waarvoor de bevoegdheid is verleend.
3. Als de bevoegde persoon – in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen gediend en
geschaad belang – naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen



Kenmerken van goederenrechtelijke rechten

De belangrijkste kenmerken van een goederenrechtelijk recht zijn:

1. Het recht rust op een zaak of op een vermogensrecht (Hierdoor vallen af vorderingsrechten
en rechten op voortbrengselen van de geest)
2. Goederenrechtelijke rechten zijn absoluut en exclusief (Goederenrechtelijke rechten werken
jegens een ieder, niet slechts tegen bepaalde persoon (absoluut) en de rechthebbende is
gerechtigd met uitsluiten van alle anderen (exclusiviteit)
3. Verder kennen goederenrechtelijke rechten; Droit de suit en droit de priorité.
€4,49
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 11 studenten

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 3 reviews worden weergegeven
6 jaar geleden

6 jaar geleden

6 jaar geleden

2,3

3 beoordelingen

5
0
4
0
3
2
2
0
1
1
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
esmeevhhof Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
180
Lid sinds
8 jaar
Aantal volgers
122
Documenten
29
Laatst verkocht
1 maand geleden

3,4

32 beoordelingen

5
5
4
14
3
6
2
4
1
3

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen