INSOLVENTIERECHT
Insolventie algemeen
Elke schuldeiser kan zich verhalen op alle goederen van zijn schuldenaar art. 3:276 BW
Schuldeisers hebben onderling gelijke rang, behoudens de erkende redenen van voorrang
(pand, hypotheek, voorrechten e.d.).
Schuldenaar bepaalt in welke volgorde hij zijn schulden voldoet, maar dat functioneert alleen
als hij voldoende solvabel is (positief vermogen) en voldoende liquide middelen heeft om de
schulden te voldoen.
Schuldenaar is insolvent als hij onvoldoende solvabel is en/of beschikt over onvoldoende
liquide middelen
Concursus creditorum: gezamenlijk optreden t.b.v. alle schuldeisers
Paritas creditorum: gelijkheid schuldeisers (staat centraal)
Insolventieprocedures:
Faillissement art. 1 lid 1 Fw
- Schuldenaar die in toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen
- Gericht op vereffening van vermogen t.b.v. schuldeisers
Surceance van betaling art. 214 Fw
- = uitstel van betaling
- Schuldenaar die voorziet dat hij opeisbare schulden niet kan betalen
- Tijdelijke maatregel gericht op voldoening concurrente schuldeisers
- Alleen voor ondernemingen
Schuldsanering natuurlijke personen art. 284 Fw
- Natuurlijke persoon die schulden niet meer kan voldoen
- Bewindvoerder
- Na succesvol doorlopen zijn restantvorderingen van de schuldeisers niet meer
afdwingbaar (worden natuurlijke verbintenissen)
- Gericht op saneren schulden van de schuldenaar
Tijdens insolventieprocedure volgt solvabiliteitstoets: kunnen alle schulden uiteindelijk
worden voldaan uit vermogen schuldenaar?
Schuldeiser: degene die op de dag dat de insolventieprocedure wordt geopend een
geldvordering heeft op de schuldenaar (of andere vordering die kan worden omgezet in
geldvordering). Nieuwe vorderingen van nieuwe schuldeisers nadat insolventieprocedure is
geopend spelen geen rol.
Preferente schuldeisers (met voorrechten, verhalen zich als eerste)
Concurrente schuldeisers (zonder voorrechten, restant)
Boedel = vermogen
Boedelvorderingen = kosten afhandeling insolventie
Rangorde insolventieprocedure
1. Boedelvorderingen
2. Preferente vorderingen (eerst op bepaalde goederen, dan op alle goederen)
3. Concurrente vorderingen
Fixatiebeginsel: op de dag waarop insolventieprocedure wordt geopend worden alle
vorderingen van de schuldeisers en de goederen van de schuldenaar bepaald
Fixatie activa en passiva
, Insolventieprocedures hebben alleen betrekking op het vermogen van de schuldenaar, niet
op de persoon (niet onder curatele en nog steeds handelingsbevoegd). Overeenkomsten
tijdens insolventieprocedure aangegaan die leiden tot vorderingen kunnen niet verhaald
worden op vermogen dat wordt beheerst door insolventieprocedure (want fixatiebeginsel).
Faillissement in het algemeen
Faillissement: gerechtelijk beslag op en executie van gehele vermogen van de schuldenaar
t.b.v. gezamenlijke schuldeisers
gezamenlijk beslag i.p.v. afzonderlijk om vermogen schuldenaar te verdelen onder
schuldeisers
Rechtbank stelt curator aan bij faillissementsvonnis.
Curator is belast met beheer en vereffening van vermogen (de boedel). Maakt vermogen te
gelde en verdeelt de opbrengst in wettelijke rangorde.
Rechter-commissaris houdt toezicht op curator.
Faillissement: 2 fasen
1. Beheersfase
Curator beheert vermogen waarop faillisementsbeslag rust en vorderingen van de
schuldeisers worden vastgesteld. Fase eindigt met verificatievergadering
(vergadering van alle schuldeisers waarin alle vorderingen en voorrechten worden
vastgesteld).
2. Vereffeningsfase (als faillissement tijdens vergadering niet eindigt door akkoord)
Staat van insolventie treedt in art. 173 lid 1 Fw
Curator vereffent vermogen en betaalt vorderingen uit opbrengt
De faillietverklaring art. 1-19 Fw
Wordt uitgesproken op:
Eigen aangifte
Verzoek van schuldeiser(s) vorderingsrecht moet blijken art. 6 lid 3 Fw
Vordering van het OM om redenen van openbaar belang
Vereist dat summierlijk blijkt van het bestaan van feiten en omstandigheden die aantonen dat
de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen
Toestand van te hebben opgehouden te betalen
Schuldenaar heeft meerdere schuldeisers (pluraliteitsvereiste) &
Schuldenaar is opgehouden met betalen
Aanvrager faillissement moet redelijk belang daarbij hebben. Bevoegdheid aanvragen
faillissement mag ook niet misbruikt worden.
Failliet verklaard kunnen worden:
Natuurlijke personen
Personenassociaties met afgescheiden vermogen (VOF, CV)
Privaatrechtelijke rechtspersonen (nv, bv, stichting, vereniging, etc.)
Misschien publiekrechtelijke rechtspersonen (onzeker)
Niet: curator en failliet (2e keer)
Bevoegde rechter art. 2 Fw
Hoofdregel: rechtbank woonplaats schuldenaar
Indiening verzoek schuldenaar mondeling/schriftelijk griffie rechtbank art. 4 lid 1 Fw
Gehuwde schuldenaar alleen met medewerking van echtgenoot
Insolventie algemeen
Elke schuldeiser kan zich verhalen op alle goederen van zijn schuldenaar art. 3:276 BW
Schuldeisers hebben onderling gelijke rang, behoudens de erkende redenen van voorrang
(pand, hypotheek, voorrechten e.d.).
Schuldenaar bepaalt in welke volgorde hij zijn schulden voldoet, maar dat functioneert alleen
als hij voldoende solvabel is (positief vermogen) en voldoende liquide middelen heeft om de
schulden te voldoen.
Schuldenaar is insolvent als hij onvoldoende solvabel is en/of beschikt over onvoldoende
liquide middelen
Concursus creditorum: gezamenlijk optreden t.b.v. alle schuldeisers
Paritas creditorum: gelijkheid schuldeisers (staat centraal)
Insolventieprocedures:
Faillissement art. 1 lid 1 Fw
- Schuldenaar die in toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen
- Gericht op vereffening van vermogen t.b.v. schuldeisers
Surceance van betaling art. 214 Fw
- = uitstel van betaling
- Schuldenaar die voorziet dat hij opeisbare schulden niet kan betalen
- Tijdelijke maatregel gericht op voldoening concurrente schuldeisers
- Alleen voor ondernemingen
Schuldsanering natuurlijke personen art. 284 Fw
- Natuurlijke persoon die schulden niet meer kan voldoen
- Bewindvoerder
- Na succesvol doorlopen zijn restantvorderingen van de schuldeisers niet meer
afdwingbaar (worden natuurlijke verbintenissen)
- Gericht op saneren schulden van de schuldenaar
Tijdens insolventieprocedure volgt solvabiliteitstoets: kunnen alle schulden uiteindelijk
worden voldaan uit vermogen schuldenaar?
Schuldeiser: degene die op de dag dat de insolventieprocedure wordt geopend een
geldvordering heeft op de schuldenaar (of andere vordering die kan worden omgezet in
geldvordering). Nieuwe vorderingen van nieuwe schuldeisers nadat insolventieprocedure is
geopend spelen geen rol.
Preferente schuldeisers (met voorrechten, verhalen zich als eerste)
Concurrente schuldeisers (zonder voorrechten, restant)
Boedel = vermogen
Boedelvorderingen = kosten afhandeling insolventie
Rangorde insolventieprocedure
1. Boedelvorderingen
2. Preferente vorderingen (eerst op bepaalde goederen, dan op alle goederen)
3. Concurrente vorderingen
Fixatiebeginsel: op de dag waarop insolventieprocedure wordt geopend worden alle
vorderingen van de schuldeisers en de goederen van de schuldenaar bepaald
Fixatie activa en passiva
, Insolventieprocedures hebben alleen betrekking op het vermogen van de schuldenaar, niet
op de persoon (niet onder curatele en nog steeds handelingsbevoegd). Overeenkomsten
tijdens insolventieprocedure aangegaan die leiden tot vorderingen kunnen niet verhaald
worden op vermogen dat wordt beheerst door insolventieprocedure (want fixatiebeginsel).
Faillissement in het algemeen
Faillissement: gerechtelijk beslag op en executie van gehele vermogen van de schuldenaar
t.b.v. gezamenlijke schuldeisers
gezamenlijk beslag i.p.v. afzonderlijk om vermogen schuldenaar te verdelen onder
schuldeisers
Rechtbank stelt curator aan bij faillissementsvonnis.
Curator is belast met beheer en vereffening van vermogen (de boedel). Maakt vermogen te
gelde en verdeelt de opbrengst in wettelijke rangorde.
Rechter-commissaris houdt toezicht op curator.
Faillissement: 2 fasen
1. Beheersfase
Curator beheert vermogen waarop faillisementsbeslag rust en vorderingen van de
schuldeisers worden vastgesteld. Fase eindigt met verificatievergadering
(vergadering van alle schuldeisers waarin alle vorderingen en voorrechten worden
vastgesteld).
2. Vereffeningsfase (als faillissement tijdens vergadering niet eindigt door akkoord)
Staat van insolventie treedt in art. 173 lid 1 Fw
Curator vereffent vermogen en betaalt vorderingen uit opbrengt
De faillietverklaring art. 1-19 Fw
Wordt uitgesproken op:
Eigen aangifte
Verzoek van schuldeiser(s) vorderingsrecht moet blijken art. 6 lid 3 Fw
Vordering van het OM om redenen van openbaar belang
Vereist dat summierlijk blijkt van het bestaan van feiten en omstandigheden die aantonen dat
de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen
Toestand van te hebben opgehouden te betalen
Schuldenaar heeft meerdere schuldeisers (pluraliteitsvereiste) &
Schuldenaar is opgehouden met betalen
Aanvrager faillissement moet redelijk belang daarbij hebben. Bevoegdheid aanvragen
faillissement mag ook niet misbruikt worden.
Failliet verklaard kunnen worden:
Natuurlijke personen
Personenassociaties met afgescheiden vermogen (VOF, CV)
Privaatrechtelijke rechtspersonen (nv, bv, stichting, vereniging, etc.)
Misschien publiekrechtelijke rechtspersonen (onzeker)
Niet: curator en failliet (2e keer)
Bevoegde rechter art. 2 Fw
Hoofdregel: rechtbank woonplaats schuldenaar
Indiening verzoek schuldenaar mondeling/schriftelijk griffie rechtbank art. 4 lid 1 Fw
Gehuwde schuldenaar alleen met medewerking van echtgenoot