§4.1 van eicel tot baby.
Eisprong / ovulatie: het vrijkomen van een eicel uit de eierstok
Zygote : de bevruchte eicel
Klievingsdelingen: eerste delingen van de zygote waarbij geen celgroei plaatsvindt.
Blastula: een klompje cellen met een holte met vocht erin.
Innesteling: de buitenste laag van de blastula vormen uitstulpingen en groeien in het
baardmoederslijmvlies.
Placenta: orgaan dat in de baarmoeder door het embryo gemaakt wordt voor uitwisselingen
van stoffen tussen moeder en kind.
Foetus: het embryo vanaf 8 weken als alle organen in aanleg aanwezig zijn.
Zaadballen|; orgaan dat testosteron en zaadcellen produceert.
Penis: mannelijk geslachtsorgaan
Zwellichamen: holtes in de penis die zich vullen met bloed bij seksuele opwinding.
Zaadlozing: zaadcellen en vloeistof uit de prostaatklier en zaadblaasjes worden
samengevoegd tot sperma dat via die urinebuis word uitgedreven.
Prostaatklier: orgaan dat vocht produceert met voeding voor de zaadcellen.
Zaadblaasjes: orgaan dat basisch vocht produceert die de zaadcellen activeren.
Sperma: zaadcellen met vocht uit de prostaatklier en de zaadblaasjes.
Menstruatie: Het afstoten van een deel van het baarmoederslijmvlies.
Vagina: vrouwelijk geslachtsorgaan.
Maagdenvlies: een randje weefsel rond de ingang van de vagina.
Schaamlippen: organen die de vagina aan de buitenkant bedekken.
Masturberen: zelfbevrediging.
Orgasme: klaarkomen
Heteroseksueel: seksuele voorkeur hebben voor iemand van het andere geslacht.
Homoseksueel: seksuele voorkeur hebben voor iemand van hetzelfde geslacht.
Biseksueel: seksuele voorkeur hebben voor iemand van hetzelfde geslacht of van het andere
geslacht.
Verkrachting: ongewenste penetratie.
Ongewenste intimiteiten: ongewensten opmerkingen, aanrakingen of seksuele handelingen.
Incest: ongewenste intimiteiten door een familielid.
, Aanranding: ongewenst aangeraakt worden op intieme delen.
Tekst 4.1 van eicel tot baby.
Het bevruchten van de eicel:
- Ovulatie is één keer per maand.
- Rondom de eisprong geslachtsgemeenschap -> zwangerschap.
- Zaadlozing:100.000.000 zaadcellen komen vrij.
- Zaadcellen in de vagina op weg naar de eileiders ( honderden ).
- Één zaadcel bevrucht de eicel.
- Kern van de zaadcel dringt de eicel binnen.
- De chromosomen uit de zaadcel komen bij de chromosomen van eicel.
- De eicel is bevrucht !
Eicel naar de baarmoeder:
- De bevruchte eicel ( zygote ) vormt na het samensmelten met zaadcel een
ondoordringbare laag.
- Voorkomt bevruchting van 2e zaadcel.
- Na 30 uur deelt de zygote zich.
- Gevormde cellen vormen het eerste ontwikkelingsstadium. ( Binas tabel 86E )
- Cellen delen verder.
- Tijdens deze delen groeien er geen cellen ( klievingsdeling )
- 3 dagen later zijn er 16 cellen gevormd. ( Even groot als de bevruchte eicel van eerst)
- Trilhaarcellen in wand van de eileider vervoeren het klompje delende cellen na 5
dagen naar de baarmoeder.
Embryonale ontwikkeling:
- In de baarmoeder aangekomen bestaat het klompje uit 100 cellen.
- Er ontstaat een holte in. ( blastula )
- In de holte groeit de kleine groep cellen uit tot een baby.
Innestelling:
- Buitenste cellaag van de holte vormt uitstulpingen ( vlokken ).
- Deze groeien in het baarmoederslijmvlies.
Ontwikkeling placenta:
- In baarmoederslijmvlies vormen zich rond de uitstulpingen bloedholten.
- Deze uitstulpingen en bloedholten groeien uit tot placenta.
Werking van de placenta:
- Bloedvaten van moeder en het embryo.
- In het embryo ontstaat eerst her hard en de bloedvaten.
- Navelstreng krijgt 3 bloedvaten
- 2 navelstrengslagaders : vervoeren afvalstoffen van het embryo naar de placenta.
- 1 navelstrengader vervoert zuurstof en voedingsstoffen van de placenta naar het
embryo.