Heeft geen start- en einddatum
Geen geschreven bronnen
Archeologische vondsten
Economie: Nomandische leefstijl
Politiek: Stamoudsten hadden het meeste te zeggen
Sociaal: Kleine groepen met weinig onderlinge verschillen
Cultuur: grotschilderingen, natuurreligie
Ontstaan van de landbouw en landbouwsamenleving:
Op zeer vruchtbare plekken -> permanente bewoning
Vruchtbare halve maandag
Ontdekking landbouw-> de Neolithische revolutie: overgang van
jagen en verzamelen naar landbouw -> vanaf 11.000 v. chr.
o Langzame revolutie met grote gevolgen
Economie: landbouw en veeteelt, eigen boerderij→ secundaire
leefstijl
Politiek: dorpoudsten krijgen meer de leiding
Sociale verhoudingen: door meer bezit ook meer onderlinge
verschillen
Cultuur: versierde potten, natuurreligie
Ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen:
Mesopotamië = tweestromenland -> huidige Irak
4000 v. chr.
Irrigatielandbouw: uitgraven van kanalen, voor vruchtbaardere grond
o Ontstaan van de steden
o Zorgde voor productietoename
o Bevolkingsgroei
o Specialisatie: mensen met een ander beroep dan boer -> er
komen mensen vrij voor andere zaken
Stadstaten: kleine staten ter grootte van een stad met omliggend
bestuur, met eigen bestuur
o Hierdoor ontstonden bestuurslagen + sociale verschillen
Gemeenschappelijke kenmerken van de eerste stadstaten:
Hierarchische opbouw van de samenleving:
o Bovenaan de koning, onderaan de slaven
o Specialisten
o Gebruik van schrift
o Godsdienstig centrum
Trijntje: 5500 v. chr.
Oudste herkenbare mens
7500 jaar geleden
Graf stamt af uit 5500 v. chr.
Behoorde tot de groep jagers en verzamelaars
Beeldvormer: afbeeldingen
,10.000 jaar geleden: van nomandische samenleving -> argrarische
samenleving = Neolithische revolutie
Bandenkeramiekcultuur: 5300 v. chr.
5300 v. chr. Eerste boeren in Zuid-Limburg
Boerenvolk maakte karakterstieke aardwerk
Grote veranderingen in het landschap en samenleven
Neolithische revolutie
Beeldvormen: doen als
Ontstaan van het schrift: 3400 v. chr.
De grens tussen historie en prehistorie
Word gebruikt om het verleden van de mens te bestuderen en
reconstrueren
Beeldvormer: geschreven/gedrukte woord
Trechterbekercultuur: 3000 v. chr.
Grote monumenten: hunnebedden
Gebruikt als grafkelder
Beeldvormer: gesproken woord
Hunnebedden: 3000 v. chr.
Representeren de jagers-verzamelaars en de eerste boeren in het
gebied dat nu van Nederland is
Beeldvormer: werkelijkheid
,Vakdidactiek:
Het didactische aspect: de lesvoorbereiding
In een geschiedenisles kun je de volgende onderdelen onderscheiden:
a. Algemene gegevens: hier vermeld je de gegevens van de school, de
groep, groepsgrootte, naam van de groepsleerkracht, datum en
indien nodig extra informatie over de school.
b. Beginsituatie: hier beschrijf je wat de kinderen al aan kennis en
vaardigheden hebben opgedaan. Je geeft aan of je:
Voortborduurt op zaken dei zij al gehad hebben;
Terugkomt op een moeilijkheid;
Probeert een aanknopingspunt te vinden voor iets nieuws
c. Doelstellingen: formuleren van de lesdoelstellingen in termen van
concreet meetbaar leerlinggedrag -> smart formuleren van de
lesdoelen:
Specifiek: het leerdoel is in termen van concreet gedrag
beschreven
Meetbaar: het leerdoel is meetbaar, het behalen ervan valt te
beoordelen aan de hand van vooraf te stellen criteria.
Acceptabel: het leerdoel is voor leerlingen en docenten de
moeite waard.
Realistisch: het doel is haalbaar, niet te laag of te hoog
gegrepen en sluit aan op de zone van naaste ontwikkeling van
de doelgroep
Tijdgebonden: het doel is binnen een bepaalde tijd te bereiken
en voorzien van een deadline
d. Praktische voorbereiding (materialen, literatuur, bronnen): bij dit
onderdeel beschrijf je kort welke acties je hebt ondernomen om deze
les te kunnen geven
e. Aanbieding (didactische aanpak, leeractiviteit): hier komt een
beschrijving van de manier waarop je denkt dat de les moet gaan
verlopen
f. Achtergrondinformatie (leerinhouden): bij dit onderdeel geef je een
overzicht van de kennis die volgens jou noodzakelijk is om deze les
te geven
g. Evaluatie en/of reflectie: bij de evaluatie geef je aan in hoeverre de
gestelde doelen zijn bereikt
h. Conclusie: vat samen wat de belangrijkste opbrengst voor de
leerlingen en jou is
Invalshoeken:
a. Economische invalshoek: hoe voorzien mensen in hun
levensonderhoud? → Verschillende maatschappijtypen, de overgang
naar nieuwe maatschappijtypen.
, b. Politieke invalshoek: hoe is de macht verdeeld? → het begrip in
macht in macro- en microsituaties: van gezin tot staatsbestel →
emancipatiebewegingen/revoluties
c. Culturele invalshoek: hoe worden de betekenissen met betrekking
tot heden en verleden overdraagbaar gemaakt? Culturele
verscheidenheid: religieuze en maatschappelijke stromingen, kunst
en literatuur → de plaats van het individu binnen een cultuur
d. Ecologische invalshoek: de manier waarop de mensheid in de
geschiedenis in haar onderhoud heeft voorzien → de invloed van het
natuurlijke milieu op de cultuur → de houding van de groep ten
opzichte van de natuur