Week 1
Gedragsbeïnvloeding gaat over hoe gedrag tussen mensen ontstaat en hoe je het kunt beïnvloeden.
Kracht v/d situatie:
Omstander/bystander effect
Gehoorzaamheid
Betekenisgeving
Sociale constructie werkelijkheid
Wishful thinking /motivationele vertekening
Self-fulfilling prophecy: jouw aanname over de eerste indruk wordt bevestigd
Fundamentele atrributiefout
Cognitieve dissonantie
Week 2
Cognitieve efficiëntie: de eerste indruk wordt in een aantal milliseconden gevormd
Eerste indruk is gebaseerd op:
Uiterlijk (aantrekkelijkheid, lichaamskenmerken, kleding etc.)
Non-verbaal gedrag (oogcontact, afstand, mimiek, lichaamshouding etc.)
Sociale categorieën
De eerste indruk wordt automatisch gevormd zonder dat je er bewust van bent
De eerste indruk is niet altijd juist en meestal onvolledig
Halo-effect: de neiging om iemand positief te beoordelen
HORN-effect: de neiging om iemand negatief te beoordelen
Attributie: het afleiden van eigenschappen uit gedrag, zoeken naar gedragskenmerken die iets zeggen
over een persoon.
3 processen bij attributie op volgorde:
1. Spontaan: activeren van eigenschap (associatie)
2. Intentioneel: eigenschap toeschrijven (koppeling persoon en eigenschap)
3. Gecontroleerd: corrigeren voor situatie
Factoren van invloed op het attributieproces
Stap 1: spontane gevolgtrekking: associatie
, Priming: toegankelijkheid, assimilatie/contrast
Stap 2: intentionele gevolgtrekking: koppeling eigenschap
Keuzevrijheid, sociale wenselijkheid, effecten van gedrag
Causale attributie: intern/extern en stabiel/variabel
Fundamentele attributiefout/ correspondentievertekening
Stap 3: corrigeren voor situatie
Meer weloverwogen attribueren door nagaan van: consistentie, distinctiviteit en consensus
Fundamentele attributiefout: gedrag van anderen te veel vertalen naar persoonlijkheids- eigenschappen
en (te) weinig rekening houden met situationele invloeden.
Causale attributie: nadenken over oorzaken/verklaringen voor gedrag
Covariatiemodel van Kelley: 3 soorten informatie waarmee we onze attributie controleren
Hoe vormen we een totaalindruk van personen?
Gedragsbeïnvloeding gaat over hoe gedrag tussen mensen ontstaat en hoe je het kunt beïnvloeden.
Kracht v/d situatie:
Omstander/bystander effect
Gehoorzaamheid
Betekenisgeving
Sociale constructie werkelijkheid
Wishful thinking /motivationele vertekening
Self-fulfilling prophecy: jouw aanname over de eerste indruk wordt bevestigd
Fundamentele atrributiefout
Cognitieve dissonantie
Week 2
Cognitieve efficiëntie: de eerste indruk wordt in een aantal milliseconden gevormd
Eerste indruk is gebaseerd op:
Uiterlijk (aantrekkelijkheid, lichaamskenmerken, kleding etc.)
Non-verbaal gedrag (oogcontact, afstand, mimiek, lichaamshouding etc.)
Sociale categorieën
De eerste indruk wordt automatisch gevormd zonder dat je er bewust van bent
De eerste indruk is niet altijd juist en meestal onvolledig
Halo-effect: de neiging om iemand positief te beoordelen
HORN-effect: de neiging om iemand negatief te beoordelen
Attributie: het afleiden van eigenschappen uit gedrag, zoeken naar gedragskenmerken die iets zeggen
over een persoon.
3 processen bij attributie op volgorde:
1. Spontaan: activeren van eigenschap (associatie)
2. Intentioneel: eigenschap toeschrijven (koppeling persoon en eigenschap)
3. Gecontroleerd: corrigeren voor situatie
Factoren van invloed op het attributieproces
Stap 1: spontane gevolgtrekking: associatie
, Priming: toegankelijkheid, assimilatie/contrast
Stap 2: intentionele gevolgtrekking: koppeling eigenschap
Keuzevrijheid, sociale wenselijkheid, effecten van gedrag
Causale attributie: intern/extern en stabiel/variabel
Fundamentele attributiefout/ correspondentievertekening
Stap 3: corrigeren voor situatie
Meer weloverwogen attribueren door nagaan van: consistentie, distinctiviteit en consensus
Fundamentele attributiefout: gedrag van anderen te veel vertalen naar persoonlijkheids- eigenschappen
en (te) weinig rekening houden met situationele invloeden.
Causale attributie: nadenken over oorzaken/verklaringen voor gedrag
Covariatiemodel van Kelley: 3 soorten informatie waarmee we onze attributie controleren
Hoe vormen we een totaalindruk van personen?