We kennen allemaal de uitdrukking ‘haastige spoed is zelden goed’ wel. Dat heeft het
slachtoffer in deze zaak, Hanke, op maandagochtend 16 januari 2017 mogen ervaren. Hij is
het slachtoffer geworden van een ongeval. Hendrik-Pieter moest zich de ochtend van het
ongeval haasten om op tijd te komen. Onderweg naar school reed hij Hanke aan. Hanke
heeft zware verwondingen en een hersenschudding opgelopen door het ongeval. Ik vind het
subsidiair ten laste gelegde, art. 5 Wegenverkeerswet 1994 (hierna te noemen: WVW 1994),
wettig en overtuigend bewezen. Mijn standpunt is dat verdachte moet worden gestraft met
een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden en een rijontzegging van 1 jaar.
Hieronder zal ik toelichten waarom ik dat vind.
Aan verdachte is art. 6 WVW 1994 primair ten laste gelegd. Ik ben van mening dat dit niet
bewezen kan worden, omdat niet aan alle vereisten van dit artikel is voldaan. Een van de
vereiste van art. 6 WVW 1994 is dat er sprake moet zijn van schuld en dit kan niet worden
vastgesteld. Verdachte heeft namelijk schade aan de rechtervoorzijde van de auto. Dit zou
erop kunnen wijzen dat het slachtoffer in de verkeerde rijrichting is gereden. Ook heeft het
slachtoffer eerder verklaard dat hij ‘linksaf moest’. Doordat niet is vastgesteld of het
slachtoffer in de juiste rijrichting van de rotonde is gereden kan er niet worden gesproken van
schuld en moet verdachte van het primair ten laste gelegde worden vrijgesproken.
Subsidiair is aan verdachte art. 5 WVW 1994 ten laste gelegd. Ik ben van mening dat dit
bewezen kan worden. Hierbij moet er gekeken worden of er sprake is van gevaar dat op de
weg veroorzaak is of kon worden veroorzaakt, of dat het verkeer op de weg is gehinderd of
kon worden gehinderd. De keuze is gemaakt voor het veroorzaken van gevaar op de weg.
Het ongeval dat verdachte heeft veroorzaakt, is het ultieme bewijs dat er sprake is van het
veroorzaken van gevaar op de weg. Verdachte had haast en de auto was bedekt met een
laag ijs. Te laat komen was geen optie en hij heeft besloten zijn auto snel schoon te maken.
Hij heeft de ruiten naar zijn mening voldoende schoongemaakt om er doorheen te kunnen
kijken. Hij ging er vanuit dat zolang hij maar iets kon zien het wel goed zou komen. Hierdoor
heeft hij bewust het risico genomen om zonder goed zicht in de auto te stappen.
Verdachte heeft de avond voor het ongeval flink doorgehaald, waarbij verdachte ook
alcoholische dranken heeft genuttigd. Het is onverantwoord om vermoeid achter het stuur te
zitten, laat staan met nog niet uitgewerkte verdovende middelen. Dat de alcohol nog niet was
uitgewerkt bleek uit de alcoholtest. Deze test resulteerde in een alcoholpromillage van 0,20
promillage.