1.5 Beleidsdoel
beleidsdoel: een beschrijving van de gewenste situatie die hopelijk ontstaat door het
toedoen van het beleid
- beleid is zowel doelstellend als probleemoplossend
Van een doel wordt gesproken als voldaan is aan 3 criteria;
1) een concrete beleidsactor spreekt een voorkeur voor een bepaalde situatie of
conditie uit
2) de actor geeft aan die situatie te willen bereiken
3) de actor kan die situatie bereiken
beleidsinstrument: een in te zetten middelen= een actie, bijv. voeren intakegesprek
1.8 Framing
framen: keuze maken voor een bepaald perspectief om naar een kwestie te kijken
- frames roepen associaties met onderliggende waarden en normen op
een geslaagd frame bevat een mening en roept emoties
- kenmerk: anderen te verleiden om het met een door de inbrenger van het frame
gekozen perspectief eens te zijn
- niet meegaan in het frame van een ander, debatteren wordt dan lastig en plaats je
op een achterstand
spin: als frames gebruikt worden om iets beschamends een onschuldig gezicht te
geven of iets dat fout is als goed te presenteren
3 soorten frames
Projectframe: als het ingaat op de vragen: 1) Wat is het probleem? 2) Waardoor komt
het probleem, wat is de oorzaak? 3) hoe lossen we het op? Welke
handelingsperspectief hebben we nodig = vrij zakelijk en inhoudelijk.
- Verliest het vaak van een drama-frame of beleidsframe
Dramaframe: schurken, slachtoffers en helden
Beleidsframe: het inhoudelijke beleid zelf, de persoonlijke betrokkenheid daarbij en
principes
2.2 Woordwolk
woordwolk: eenvoudige manier om feeling met een situatie te krijgen en eerste stap
om toe te werken naar een gedeeld beeld ervan
priming: techniek om ergens de aandacht op te laten focussen (1 woord voldoende
om de focus weer naar de rode draad te brengen)
2.4 Veldmodel
variabelen: eigenschappen
indicatoren: om variabelen die niet direct zichtbaar zijn, zoals kwaliteit van het leven
of clienttevredenheid, toch te kunnen meten
- die indicatoren substitueren (invullen) we voor niet rechtstreeks waarneembare
beleidsdoel: een beschrijving van de gewenste situatie die hopelijk ontstaat door het
toedoen van het beleid
- beleid is zowel doelstellend als probleemoplossend
Van een doel wordt gesproken als voldaan is aan 3 criteria;
1) een concrete beleidsactor spreekt een voorkeur voor een bepaalde situatie of
conditie uit
2) de actor geeft aan die situatie te willen bereiken
3) de actor kan die situatie bereiken
beleidsinstrument: een in te zetten middelen= een actie, bijv. voeren intakegesprek
1.8 Framing
framen: keuze maken voor een bepaald perspectief om naar een kwestie te kijken
- frames roepen associaties met onderliggende waarden en normen op
een geslaagd frame bevat een mening en roept emoties
- kenmerk: anderen te verleiden om het met een door de inbrenger van het frame
gekozen perspectief eens te zijn
- niet meegaan in het frame van een ander, debatteren wordt dan lastig en plaats je
op een achterstand
spin: als frames gebruikt worden om iets beschamends een onschuldig gezicht te
geven of iets dat fout is als goed te presenteren
3 soorten frames
Projectframe: als het ingaat op de vragen: 1) Wat is het probleem? 2) Waardoor komt
het probleem, wat is de oorzaak? 3) hoe lossen we het op? Welke
handelingsperspectief hebben we nodig = vrij zakelijk en inhoudelijk.
- Verliest het vaak van een drama-frame of beleidsframe
Dramaframe: schurken, slachtoffers en helden
Beleidsframe: het inhoudelijke beleid zelf, de persoonlijke betrokkenheid daarbij en
principes
2.2 Woordwolk
woordwolk: eenvoudige manier om feeling met een situatie te krijgen en eerste stap
om toe te werken naar een gedeeld beeld ervan
priming: techniek om ergens de aandacht op te laten focussen (1 woord voldoende
om de focus weer naar de rode draad te brengen)
2.4 Veldmodel
variabelen: eigenschappen
indicatoren: om variabelen die niet direct zichtbaar zijn, zoals kwaliteit van het leven
of clienttevredenheid, toch te kunnen meten
- die indicatoren substitueren (invullen) we voor niet rechtstreeks waarneembare