Toetstips bij hoofdstuk 4 : ZOUT! (niveau 4)
Beste studenten,
Hierbij ontvangen jullie enkele toetstips bij hoofdstuk 4 (Politiek Juridische Dimensie). Lees het
hoofdstuk goed door, maak zelf vragen bij de verschillende paragrafen en ga niet op de laatste avond
voor de toets pas starten met leren.
Paragraaf 4.1 (Burger en politiek)
Je moet uit kunnen leggen wat we met politiek bedoelen.
Je moet de verschillende staatsvormen kunnen noemen en uitleggen.
Paragraaf 4.2 (Burger en soorten overheden)
Je moet kunnen uitleggen waar gemeente, provincie en rijk zich mee bezighouden.
Je moet de rechten van de Tweede Kamer kunnen noemen.
Je moet kunnen uitleggen wat bedoeld wordt met de regering en wat haar taken zijn.
Je moet weten hoe de samenstelling is van de Eerste en Tweede Kamer.
Je moet je de begrippen Kiesrecht, Verkiezingen, Staten Generaal en Formatie eigen maken.
Je moet de belangrijkste internationale organisaties kunnen noemen en toelichten.
Paragraaf 4.3 (Burger en politieke partijen)
Je moet de begrippen links en rechts kunnen uitleggen en toepassen op de partijen.
Je moet verschillen kunnen noemen en toelichten tussen SGP en CU.
Paragraaf 4.4 (Burger en rechtsstaat)
Je moet de begrippen grondrechten en Trias Politica begrijpen en kunnen uitleggen.
Je moet de begrippen privaatrecht en publiekrecht begrijpen en kunnen uitleggen.
Je moet de niveaus van rechtspraak kunnen noemen.
Je moet de personen die een rol spelen bij rechtszittingen kunnen noemen en hun rol toelichten.
Paragraaf 4.5 (Strafrecht)
Je moet de rechtsbronnen kunnen noemen, uitleggen en zo nodig toepassen.
Je moet – met voorbeelden – het onderscheid tussen straffen en maatregelen kunnen uitleggen.
Je moet de aspecten kunnen noemen die een rol spelen bij de beoordeling van strafbare feiten.
Paragraaf 4.6 (Criminologie)
Je moet de oorzaken van crimineel gedrag kunnen noemen en toelichten.
Je moet de gevolgen van criminaliteit kunnen noemen en toelichten.
Paragraaf 4.7 (Politiek krachtenveld)
Je moet de grote politieke stromingen kunnen uitleggen.
Paragraaf 4.8 (Politieke filosofie)
Je moet het begrip politieke filosofie begrijpen en kunnen uitleggen.
Je moet in hoofdlijnen de visie kunnen aangeven van een aantal belangrijke politieke denkers.
Veel succes!
De docenten burgerschap
Beste studenten,
Hierbij ontvangen jullie enkele toetstips bij hoofdstuk 4 (Politiek Juridische Dimensie). Lees het
hoofdstuk goed door, maak zelf vragen bij de verschillende paragrafen en ga niet op de laatste avond
voor de toets pas starten met leren.
Paragraaf 4.1 (Burger en politiek)
Je moet uit kunnen leggen wat we met politiek bedoelen.
Je moet de verschillende staatsvormen kunnen noemen en uitleggen.
Paragraaf 4.2 (Burger en soorten overheden)
Je moet kunnen uitleggen waar gemeente, provincie en rijk zich mee bezighouden.
Je moet de rechten van de Tweede Kamer kunnen noemen.
Je moet kunnen uitleggen wat bedoeld wordt met de regering en wat haar taken zijn.
Je moet weten hoe de samenstelling is van de Eerste en Tweede Kamer.
Je moet je de begrippen Kiesrecht, Verkiezingen, Staten Generaal en Formatie eigen maken.
Je moet de belangrijkste internationale organisaties kunnen noemen en toelichten.
Paragraaf 4.3 (Burger en politieke partijen)
Je moet de begrippen links en rechts kunnen uitleggen en toepassen op de partijen.
Je moet verschillen kunnen noemen en toelichten tussen SGP en CU.
Paragraaf 4.4 (Burger en rechtsstaat)
Je moet de begrippen grondrechten en Trias Politica begrijpen en kunnen uitleggen.
Je moet de begrippen privaatrecht en publiekrecht begrijpen en kunnen uitleggen.
Je moet de niveaus van rechtspraak kunnen noemen.
Je moet de personen die een rol spelen bij rechtszittingen kunnen noemen en hun rol toelichten.
Paragraaf 4.5 (Strafrecht)
Je moet de rechtsbronnen kunnen noemen, uitleggen en zo nodig toepassen.
Je moet – met voorbeelden – het onderscheid tussen straffen en maatregelen kunnen uitleggen.
Je moet de aspecten kunnen noemen die een rol spelen bij de beoordeling van strafbare feiten.
Paragraaf 4.6 (Criminologie)
Je moet de oorzaken van crimineel gedrag kunnen noemen en toelichten.
Je moet de gevolgen van criminaliteit kunnen noemen en toelichten.
Paragraaf 4.7 (Politiek krachtenveld)
Je moet de grote politieke stromingen kunnen uitleggen.
Paragraaf 4.8 (Politieke filosofie)
Je moet het begrip politieke filosofie begrijpen en kunnen uitleggen.
Je moet in hoofdlijnen de visie kunnen aangeven van een aantal belangrijke politieke denkers.
Veel succes!
De docenten burgerschap