BOEK – Kindertandheelkunden
Hoofdstukn 4 – angst loor de TA
* Angst is een emote ie no ig is om te overleven.
* Fight-fight-reacte.
* Angst is us te zien als een sein tot zelfehou at e fysiologische hulpbronnen v/h organisme mobiliseert. Het
verhoog e hartslag en bloe ruk, oet het suikergehalte stigen en actveert e afschei ing van a renaline en
nora renaline. Hier oor is met beter in staat het gevaar, zowel gevecht als vlucht, het hoof te bie en.
* Angst voor e TA is een probleem waar 25% v/ bevolking last van heef.
- De meest voor e han liggen e oorzaken van tan artsangst ziin: irecte con itonering,
plaatsvervangen leren of verbale info over racht.
* Als een kin ADHD heef zal e TA moeten zorgen at het kin ziin me icate heef ingenomen en
voor e overige zich heel strikt moet hou en aan een schematsche behan eling. met e ou ers
moet overlegt wor en hoe groot e belastbaarhei v/h kin is.
* Een psychologisch trauma wor t gekenmerkt oor e geliikti ige inwerking van:
- Een onontkoombare schokken e gebeurtenis ie buiten e normale menseliike ervaring valt.
- Extreme angstbeleving.
- Ontwrichtng v/h bestaan of ernstge be reiging v/h leven gekoppel aan en gevoel van
machtelooshei .
● Situatie gebonden angst = state anxiety = reacte op een specifek gevaar. Een kortston ige
reacte op gevaar, gebaseer op ene on erschatng v/ eigen kracht/macht, vergeleken met e
kracht ie v/ be reiging uitgaat.
- Het kin met een state anxiety kan in e regel goe on erschei maken tussen
be reigen e en niet-be reigen e zaken.
● Persoonsgebonden angst = trait anxiety = voorgevoel na na eren onheil. Van meer algemene
en bliiven e aar . Angst komt veel van binnenuit.
- De angst is meer een karaktertrek v/h kin an een reacte op iets wat het meemaakt of
waarneemt.
- Het ziin kin eren bii wie naarmate ze ou er wor en emotonele reactes op nieuwe
zaken hun sporen achterlaten.
- Ze ziin overal bang voor.
- Kin eren met persoonsgebon en angst ziin ver er heel gewoon. Hun intellectuele
capaciteiten vertonen een normale ontwikkelingspatroon. Het betref situates waarin ze
waarschiinliik e controle kwiitraken.
- Beh. van eze kin eren is moeiliiker.
- De opbouw van contact is lastger, kost meer ti om at e kin eren oor hun angstge
aar zich liiken af te sluiten voor contact.
- TA/MH moet veel ge ul hebben. 2x of meer iets moeten uitleggen.
- Kin eren kunnen geen on erschei maken tussen be reigen e en niet-be reigen e prikkels.
- Aan e ou ers vragen: ‘’ziin er nog an ere situates waarin uw kin bang is’ vaak
antwoor : ZH of okters.
- Bange kin eren ie elk ½ ir curatef moeten wor en behan el ziin ge oem bang te bliiven.
● Extrolert = huilen, vertellen wat ze warszit.
● Introlert = naar binnen gericht, na enken, piekeren.
1
,● Coping = het omgaan met angsten.
* Vermii ingsge rag is ge rag at e angst vaak instant hou .
● Cognitiele coping = iezelf toespreken at het wel meevalt, het is wel snel over, etc.
*Jonge kin eren met een a equate coping beschouwen zichzelf niet als bang.
* De allereerste reacte van een iong kin in een be reigen e situate is vluchten. Als het kin
enigszins woor vaar ig is, zal aar e verbale afwiizing bii komen.
* Angst van kin eren:
1. Aangeboren angsten angsten ie al bii e geboorte aanwezig ziin.
- Het bang ziin voor plotselinge onvoorspelbare bewegingen.
- Het plotseling ichterbii komen van iets.
- Het plotseling een har irect gelui horen
Vb. hon en.
2. Leeftijdsgebonden angsten angsten ie op een bepaal e leefii omhoog komen.
3. Traumatische angsten angsten ie voortkomen uit een ervaring.
* Hoe ionger het kin is, hoe slechter het instaat is een teveel aan in rukken te verwerken.
* Halverwege het 1e levensiaar is e angst voor vreem e mensen vaak samen met angst om v/
ou ers geschei en te wor en.
* Eenkennighei perio e is e 2e helf v/h 1e levensiaar. angst voor ieren ontstaat.
* Peuter:
- 2 – 3 ir angst om te wor en geschei en v/ ou ers is het ergst op eze leefii .
* Kleuter:
- Biina 90% v/ kin eren ontwikkelt bepaal e angstgevoelens ie vaak gevon en ziin aan een
leefii sfase.
- Angst voor won ies / bescha igingen angst voor piin.
- Angst voor vreem e mensen in het 4 – 5 ir.
* Kin op e basisschool:
- 6 – 12/13 ir vin t bii e meeste kin eren een voorspelbare ontwikkeling plaats m.b.t. het
angstpatroon.
* Puberti :
- Vermii ingsge rag is een vb. van operante con itonering met negateve reinforcement.
- Erkenning van angst beteken niet alleen at er begrip moet ziin at het probleem bestaat,
maar ook moet oor e pt wor en erken en geaccepteer at e TA/MH er aarwerkeliik iets
aan kan oen.
- Communicate: een puber kan ie als volwassenen behan elen. Een volwassen spreektoon,
soms formeel.
- Zelfwerkzaamhei .
* Richtliin:
- Bie een vaste structuur aan.
- Vraag info aan kin en ou er. ie kan beter inschaten of er angstg ge rag vertoont
wor t vooraf weten is beter an achteraf herstellen.
- Werk piinloos.
2
, Hoofdstukn 5 – methoden lan gedragsbeïnlloeding
* Leren is een veran ering in vermogen of kennis en is afankeliik van een aantal factoren:
- Eigen ervaringen een bon na te har rii en, volgen e keer aan snelhei hou en.
- Toevallighe en met toeval in e stlstaan e lif bliiven ziten, volgen e keer trap.
- De leefii ie leert ie hele leven maar het meest in e kin eriaren.
- Capaciteiten erfeliik bepaal , e omstan ighe en bepelen in hoeverre e maximale vermogens benut wor en .
* Jonge leefii leren: instrumenteel leren. wet van het efect.
* Later tree t generalisate op: wat een kin leert zal hii niet snel weer verleren.
* Veel con itoneringen verlopen via het schema lan Pallol een refex is alti het gevolg van een
bepaal e prikkel.
- De naal wor t geassocieer met piin e naal wor t een gecon itoneer e prikkel.
- Oorzaak en gevolg er is een gecon itoneer e prikkel ontstaan.
1. Het aantal prikkels zo laag mogeliik hou en.
2. Opleten at in ziin eigen ge rag geen gecon itoneer e prikkels besloten liggen.
- Het is natuurliik moeiliik om op elk woor at ie zegt te leten in stressvolle situates.
- De TA/MH moet zeggen wat hii oet at geef structuur aan e beh.
3. Zorgen at het kin e gelegenhei kriigt onaangename behan elingen te verwerken.
* Con itonering is wel aan te leren, maar moeiliik af te leren.
* Ge ragsbeïnvloe ing metho en:
- De meest efecteve manier om een kin te laten leren is e operante conditionering.
- Klassieke conditionering waarbii hetzelf e ge rag wor t bewerkstellig oor een
veran er e prikkel vooraf.
- Operante conditionering het ge rag wor t bepaal oor at wat erop volgt en niet
oor wat eraan voorafgaat. (geen oorzaak-gevolg).
o Is gebaseer op instrumenteel leren oor trial-an -error. 2 typen:
Positeve bekrachtger.
Negateve bekrachtger.
* Operante con itonering met positeve bekrachtger:
- Meest gebruikt.
- Alles wat het voorgaan e ge rag versterkt, wor t een bekrachtger (reinforcement).
- Om succesvol te verlopen moet het aan e volgen e eisen vol oen:
o Het gewenste ge rag moet kort en ui eliik wor en omschreven,
o Het goe e ge rag moet irect wor en beloon .
o Evt. ongewenst ge rag mag niet wor en bestraf maar ient genegeer te wor en.
o Het kin moet aan e beh. toe ziin.
* Een beloning kan tastbaar ziin (stcker, traktate), sociaal (schou erklopie) of uit een actviteit bestaan (naar oma gaan).
- Een beloning moet een zel zaamhei swaar e behou en.
- Het is niet gewenst om een evt. beloning van te voren aan het kin wor t beloof.
* Operante con itonering met negateve bekrachtger:
- Han -over-mouth-metho e als het kin stl is, bekrachtg ie het ge rag en haalt e han weg.
- Metho e om het tegenovergestel e efect te bereiken:
o On erhan elen.
3