TIJD VAN GRIEKEN EN ROMEINEN
Kenmerkende aspecten
4 - De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de
Griekse stadstaat
5 - De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa
verspreidde
6 - De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
7 - De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-
Europa
8 - De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheı̈stische
godsdiensten
, TIJDVAK 2 | TIJD VAN GRIEKEN EN ROMEINEN
Kenmerkend aspect 4
De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over
burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat
De klassieke Grieken woonden niet in het land ‘Griekenland’ maar leefden in πολεις (stadstaten).
Voorbeelden van deze steden waren Athene, Sparta en Korinthe, maar ook Neapolis (Napels),
Massalia (Marseille) en Buzantion (Istanbul); daar waren de Grieken namelijk naartoe getrokken
vanwege een bevolkingsoverschot en slechte landbouwgrond in hun eigen gebied.
Hoewel ze vaak niet bijzonder groot waren, hadden deze stadstaten allemaal een eigen bestuur,
leger en eigen wetten. De meeste stadstaten waren begonnen als monarchie, maar werden in de
loop van de tijd tot een aristocratie of een tirannie. Vaak was er wel een volksvergadering, maar had
die niet veel macht. Athene was een uitzondering op die regel; vanaf 507 v. Chr. was deze stad een
democratie, waar alle burgers gelijk waren, vrijheid van meningsuiting hadden en een volksver-
gadering over wetten en bestuurders stemde. De democratie was direct, wat betekende dat de kies-
gerechtigde burgers (mannen van ≥24 jaar van Atheense a komst) er in persoon moesten zijn om te
stemmen. Dit klinkt als een mooie bestuursvorm maar de beroemde Griekse ilosofen zoals
Socrates, Plato en Aristoteles vonden dat in het geheel niet. Zij vroegen zich af waarom men wé l een
opleiding nodig had om timmerman, beeldhouwer of kleermaker te worden, maar niet om een stad
te besturen. Ze vonden dat niet zomaar elke man die voldeed aan eerder genoemde criteria zou
mogen stemmen, maar dat de kiesgerechtigdheid a hankelijk moest zijn van verstand en vermogen.
Zo zou de stemmende massa zich niet laten leiden door emoties, maar door rationele beslissingen.
De ilosofen hadden meer respect voor en vertrouwen in de bestuursvorm van bijvoorbeeld Sparta,
een aristocratie waar oude, gezaghebbende mannen de macht in handen hadden. Toch bleef de
Atheense democratie zo’n 200 jaar in stand, tot de vader van Alexander de Grote heel ‘Griekenland’
in 338 v. Chr. bij zijn rijk voegde.
Hoewel ze dus geen politieke eenheid vormden, waren de oude Grieken wel met elkaar ver-
bonden, namelijk door hun taal en cultuur. De gehele Griekse wereld was polytheı̈stisch en had een
mythologisch wereldbeeld. Behalve de mythologie hadden Griekse ilosofen ook al een rationeel-
wetenschappelijke denkwijze ontwikkeld. Wetenschappers zoals Archimedes en Pythagoras ont-
wikkelden aparte takken van wetenschap en ontdekten natuurwetten.
De Griekse politiek en iloso ie hebben zo de basis gevormd voor onze huidige cultuur en maat-
schappij. Daarom wordt de Griekse cultuur ook wel de bakermat van onze westerse beschaving ge-
noemd.
1