, lOMoARcPSD|2668334
Hoofdstuk 1: De onderneming en algemene economie
Welvaart: Het beschikken over goederen en diensten voor de bevrediging van behoeften.
Economisch handelen: Het streven naar maximale welvaart met behulp van schaarse middelen. Dit is overal in de
samenleving terug te vinden.
Economische wetenschap: Bestudeert het economisch handelen.
Economie: Bestudeert het streven naar
welvaart. Algemene Economie:
Meso en micro-economie Bestuderen de kenmerken van marken en bedrijfstakken waarmee
ondernemingen te maken hebben, vraag en aanbod van het goed.
Macro-economie Geeft een beschrijving en analyse van allerlei verschijnselen voor
een heel land. (bijv. totale consumptie)
Monetaire Economie Houdt zich bezig met het verschijnsel geld en de rol van banken in
de economie.
Internationale economische betrekkingen IEB. Bestudeerd buitenlandse handel, internationale
kapitaalstromen en monetaire betrekking tussen landen.
Bedrijfsomgeving: Externe omgeving van een onderneming die invloed heeft op de resultaten van een onderneming.
• Directe omgeving
• Indirecte omgeving
• Macro omgeving
Macro Economie: Onderdeel van het vak economie waarin de bestudering van de verbanden tussen geaggregeerde
grootheden voorop staat. (nationaal inkomen, werkgelegenheid, consumptie, investeringen en inflatie)
Eurogebied: Gebied bestaande uit de landen die de euro als geldeenheid gebruiken
EU: Europese landen die een economische unie vormen.
, lOMoARcPSD|2668334
Algemeen Economische en bedrijfseconomische vaardigheden:
Nominale Stijging: Waardestijging van een variabele.
Reële Stijging: Volumeverandering
Verband tussen productie, werknemer en arbeidsproductiviteit kan als volgt worden weergeven:
Bbp = Av x ap
Bbp : Bruto Binnenlands product
Av : Vraag naar arbeidskrachten, aantal werknemers of totale werkgelegenheid
Ap : Arbeidsproductiviteit
L=Lwn x Av
L : Totale Loonsom
Lwn : Loonsom per werknemer
Av : Hoeveelheid
werknemers Relatie is als volgt
weer te geven:
Gl =Glwn + Gav
Gl : Relatieve groei van de loonsom
Glwn : Relatieve groei van de loonsom per werknemer
Gav : Relatieve groei van de hoeveelheid werknemers
LKp.e.p. = Lwn /ap
LKp.e.p : Loonkosten per eenheid product
Lwn : Loon per werknemer
Ap : Arbeidsproductiviteit
ook wel : Glkpep = Glwn – Gap
Basisrelatie in de economie:
Productie is het product van werkgelegenheid en arbeidsproductiviteit
Loonsom is het product van werkgelegenheid en loon per werknemer
Loonkosten per eenheidproduct zijn gelijk aan het loon per werknemer gedeeld door de arbeidsproductiviteit.