Inhoud
Sociale Psychologie - Huiswerkopgaven en Antwoorden........................................................................1
Huiswerkopgaven Les 1.......................................................................................................................2
Antwoorden Les 1...............................................................................................................................5
Huiswerkopgaven Les 2.......................................................................................................................6
Antwoorden Les 2...............................................................................................................................9
Huiswerkopgaven Les 3.....................................................................................................................10
Antwoorden Les 3.............................................................................................................................13
Huiswerkopgaven Les 4.....................................................................................................................15
Antwoorden Les 4.............................................................................................................................18
Huiswerkopgaven Les 5.....................................................................................................................19
Antwoorden Les 5.............................................................................................................................22
Huiswerkopgaven Les 6.....................................................................................................................23
Antwoorden Les 6.............................................................................................................................27
Huiswerkopgaven Les 7.....................................................................................................................28
Antwoorden Les 7.............................................................................................................................31
Huiswerkopgaven Les 8.....................................................................................................................32
Antwoorden Les 8.............................................................................................................................35
Huiswerkopgaven Les 9.....................................................................................................................36
Antwoorden Les 9.............................................................................................................................39
Huiswerkopgaven Les 10...................................................................................................................40
Antwoorden Les 10...........................................................................................................................43
,Huiswerkopgaven Les 1
Vraag 1
Stelling 1: Filosoferen is het vrije denken over menselijke fysiologische processen
Stelling 2: Met Innere Wahrnehmung doelde Wundt op filosoferen over experimenten met
proefpersonen
a. Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist
b. Stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist
c. Stelling 1 en 2 zijn beide juist
d. Stelling 1 en 2 zijn beide onjuist
Vraag 2
Structuralisme staat binnen de psychologie voor:
a. Meten en bestuderen van het gedrag van de mens: wie doet wat?
b. Meten en bestuderen van de structuur van het menselijk bewustzijn: wat bevindt zich waar?
c. Meten en bestuderen van de structuur van de menselijke organen: wat bevindt zich waar?
d. Geen van de bovenstaande antwoorden is juist
Vraag 3
Welk verschil kenmerkt de structuralist ten opzichte van de gestaltpsycholoog?
a. De een bestudeert de psyche en de ander het gedrag van de mens: wie doet wat?
b. Meten en bestuderen van de structuur van het menselijk bewustzijn: wat bevindt zich waar?
c. Meten en bestuderen van de structuur van de menselijke organen: wat bevindt zich waar?
d. Geen van de bovenstaande antwoorden is juist
Vraag 4
Stelling 1: Behaviorisme besteedt, naast gedrag, aandacht aan het bewustzijn van de mens
Stelling 2: een respons kan volgens het behaviorisme alleen maar tot stand komen indien men zich
bewust is van de aanwezige stimulus
a. Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist
b. Stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist
c. Stelling 1 en 2 zijn beide juist
d. Stelling 1 en 2 zijn beide onjuist
,Vraag 5
Welke kritiek hadden psychologen tussen 1954 en 1962 op het behaviorisme en de psychoanalyse?
a. Er was te weinig aandacht voor de wetenschappelijke kant van het objectief waarneembaar
menselijk gedrag
b. Er was te weinig aandacht voor de gezonde, normale mens en zijn ontwikkeling
c. Er was te weinig aandacht voor het menselijke gedrag en de bijbehorende ziektebeelden
d. Er was te weinig aandacht voor de menselijke driften
Vraag 6
Wat bestudeert de hedendaagse psychologie?
a. De mens
b. De menselijke geest
c. De menselijke geest en zijn ziel
d. Het menselijke gedrag
Vraag 7
Stelling 1: Volgens Marx leidt economische ongelijkheid in de samenleving tot conflicten
Stelling 2: Volgens Durkheim leidt integratie van de samenleving tot conflicten
a. Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist
b. Stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist
c. Stelling 1 en 2 zijn beide juist
d. Stelling 1 en 2 zijn beide onjuist
Vraag 8
Mirjam zegt: “Bij sociologie staat het individu in interactie met zijn omgeving centraal”
Corrie zegt: “Sociologie gaat over wederzijdse beïnvloeding van mens en omgeving”
Annemarie zegt: “Sociologie richt zich niet op het individu maar op de groep”
Tonny zegt: “Sociologie richt zich op hoe sociaal je je gedraagt
Wie heeft er het meest gelijk?
a. Mirjam
b. Corrie
c. Annemarie
d. Tonny
, Vraag 9
Waarom is de procesbegeleidende functie van de sociale psychologie zo belangrijk in contact met
cliënten?
a. Omdat de meest voorkomende problemen omgevingsproblemen zijn
b. Omdat mensen als individu onderdeel uitmaken van een groter geheel
c. Omdat je via omgevingsverandering cliënten dient te veranderen
d. Alle bovenstaande antwoorden zijn juist
Vraag 10
Je bent wie je denkt dat anderen denken dat je bent
a. Is een psychologische uitspraak
b. Is een sociologische uitspraak
c. Is een sociaalpsychologische uitspraak
d. Alle bovenstaande antwoorden zijn juist
Vraag 11 Open vraag
a. Zoek de begrippen nature, nurture en epigenetica op en leg in eigen woorden uit wat deze
beteken.
b. Breng deze begrippen in verband met de lesstof.