SV H19 AP Positive Interventions
19.2 The Context of Positivity
POB: de studie en applicatie van postief georienteerde resource strengths an psychologische
capaciteiten die gemeten, ontwikkelt en gemanaged kunnen worden om prestatie op de
werkvloer te verbeteren. Positieve kwalitieiten van individuele werknemer
POS: nadruk op organisationele dynamische processen die de ontwikkeling van sterkte en
resilience kunnne stimuleren, herstel faciliteren en prestatie ontwikkelen. Positieve
kenmerken van de organisatie zelf
19.3 Positive Psychology Challenges the Success Paradigm
Succes paradigma is dat mensen positief zijn vanwege productief zijn op het werk. Dus
positieve gevoelens en productiviteit zijn gecorreleerd, en wat blijkt, positief affect leidt ook
tot succes op verschillende vlakken in het leven zoals werk, relaties, gezondheid en anderen.
Werknemers hoog in positieve affect kregen meer betaald en positievere evaluaties.
Daarnaast hadden ze minder burnout en counterproductive behaviour. Ook voorspelde het
absenteeisme 5 mnd later.
19.4 What is Unique about Positivity (and Negativity)?
Heliotropisme; de neiging om te bewegen naar bronnen van leven en positieve energie (denk
aan plant en zon).
Cameron zegt dat een negatieve bias verklaard wordt door 4 verschillen tussen positiviteit
en negativiteit:
1. Intensity; Negatieve stimuli worden intenser beleefd omdat ze als meer
geconcentreerd, specifiek en urgent ervaren worden. Ze vragen vaak om directe
reactie vanwege de ervaren potentiele consequenties van negatieve feedback.
2. Novelty; men ervaart meer positieve dan negatieve events, dus zijn negatieve vaak
onverwachts waardoor ze meer opvallen
3. Adaptation; negatieve ervaringen signaleren maladaptatie en de noodzaak tot
verandering.
4. Singularity; een negatieve component kan falen veroorzaken, maar een positieve
garanteert vaak geen succes. Dus negatieve dingen krijgen meer prioriteit.
Frederickson’s Broaden and Build Model zegt dat positieve emoties twee verschillende
effecten hebben die werkprestatie kunnen beïnvloeden:
1. Broadening effect; motiveert de zoektocht naar alternatieven en neiwusgierigheid om
ongewone acties te onderzoeken creativiteit en innovatie zodra positief.
Negativiteit vernauwd de kijk juist vanwege de FFF respons.
2. Building effect; positieve emoties kunnen ontwikkeling en herstel van mentale,
fysieke, sociale en psychologische bronnen faciliteren. Positiviteit zorgt ervoor dat
een setback ook met resilience wordt tegengegaan.
19.5 Positive Workplace Interventions
Een interventie moet:
1. De gewenste uitkomsten hebben door de interventie
19.2 The Context of Positivity
POB: de studie en applicatie van postief georienteerde resource strengths an psychologische
capaciteiten die gemeten, ontwikkelt en gemanaged kunnen worden om prestatie op de
werkvloer te verbeteren. Positieve kwalitieiten van individuele werknemer
POS: nadruk op organisationele dynamische processen die de ontwikkeling van sterkte en
resilience kunnne stimuleren, herstel faciliteren en prestatie ontwikkelen. Positieve
kenmerken van de organisatie zelf
19.3 Positive Psychology Challenges the Success Paradigm
Succes paradigma is dat mensen positief zijn vanwege productief zijn op het werk. Dus
positieve gevoelens en productiviteit zijn gecorreleerd, en wat blijkt, positief affect leidt ook
tot succes op verschillende vlakken in het leven zoals werk, relaties, gezondheid en anderen.
Werknemers hoog in positieve affect kregen meer betaald en positievere evaluaties.
Daarnaast hadden ze minder burnout en counterproductive behaviour. Ook voorspelde het
absenteeisme 5 mnd later.
19.4 What is Unique about Positivity (and Negativity)?
Heliotropisme; de neiging om te bewegen naar bronnen van leven en positieve energie (denk
aan plant en zon).
Cameron zegt dat een negatieve bias verklaard wordt door 4 verschillen tussen positiviteit
en negativiteit:
1. Intensity; Negatieve stimuli worden intenser beleefd omdat ze als meer
geconcentreerd, specifiek en urgent ervaren worden. Ze vragen vaak om directe
reactie vanwege de ervaren potentiele consequenties van negatieve feedback.
2. Novelty; men ervaart meer positieve dan negatieve events, dus zijn negatieve vaak
onverwachts waardoor ze meer opvallen
3. Adaptation; negatieve ervaringen signaleren maladaptatie en de noodzaak tot
verandering.
4. Singularity; een negatieve component kan falen veroorzaken, maar een positieve
garanteert vaak geen succes. Dus negatieve dingen krijgen meer prioriteit.
Frederickson’s Broaden and Build Model zegt dat positieve emoties twee verschillende
effecten hebben die werkprestatie kunnen beïnvloeden:
1. Broadening effect; motiveert de zoektocht naar alternatieven en neiwusgierigheid om
ongewone acties te onderzoeken creativiteit en innovatie zodra positief.
Negativiteit vernauwd de kijk juist vanwege de FFF respons.
2. Building effect; positieve emoties kunnen ontwikkeling en herstel van mentale,
fysieke, sociale en psychologische bronnen faciliteren. Positiviteit zorgt ervoor dat
een setback ook met resilience wordt tegengegaan.
19.5 Positive Workplace Interventions
Een interventie moet:
1. De gewenste uitkomsten hebben door de interventie