LOEP korte samenvatting Blok B
Evidence based practice : tijdens ieder onderzoek/behandeling stel je je zelf vragen, hoe ga je iets
vergroten of verbeteren.
Evidence based medicine EBM : zorgvuldig, expliciet en oordeelkundig gebruik van huidige beste
bewijsmateriaal om een beslissing te nemen. Waarbij de voorkeuren, wensen en verwachten van de
patiënt centraal staan. Je neemt dus beslissing op basis van : beschikbare info + voorkeur cliënt + eigen
ervaring. Hierbij wordt ook vaak evidence based practice gebruikt.
Stappen evidence based practice
1. Vertalen praktische vraag / klinisch probleem in beantwoordbare vraag
2. Zoeken / selecteren van wetenschappelijke literatuur om vraag te beantwoorden
a. Meta-analyse : analyse waarin de resultaten van verschillende onderzoeken worden
samengevoegd en herberekend tot een afgelemene uitkomst
b. Systematic review : overzichtsartikel, bestaande literatuur op systematische wijze in kaart
wordt gebracht om tot algemene conclusie te komen
c. Narrative review : overzichtsartikel waarbij een samenvatting gegeven wordt van bestaande
literatuur, meestal vanuit gezichtspunt van auteur
d. Relevantie : doe je op basis van de titel, lijkt het je een zinvolle studie abstract (doel) net
zoals methoden
3. Kritische beoordelen van gevonden literatuur en interpreteren van de resultaten
a. Wordt ingedeeld in level of evidence (mate van kwaliteit literatuur) en gaat uti vanuit de
onderzoeksopzet. RCT
1. Gerandomiseerde gecondoleerde klinische trialis RCT (randomized clinc. Trailis)
2. Propsectief cohortonderz. + niet-gerandomiseerde exp. (quisai-experimenten)
3. Patiënt-controle onderzoek
4. Patiëntenseries
5. Meningen van deskundigen
4. Nemen van een beslissing op grond van de beschikbare evidence
5. Regelmatig evalueren van de kwaliteit van het proces van evidence based practice.
a. CAT : Clinicically Appraised Topic : korte samenvatting van de zoektocht en de gevonden
literatuur rondom het onderwerp een voorstel voor de toepassing van de gevonden
evidence.
b. Intercollegiale toetsing : vergelijking eigen zorgverlenign met die van je collega’s en bepaal je
op basis van beschikbare bewijsmateriaal wat de beste manier van handelen is.
Richtlijnen : geven systematische ontwikkelende aanbevelingen, zijn geen dwingende voorschriften en
bieden alleen ondersteuning en kan je met goede argumenten vanaf wijken.
Protocollen : vaak gebaseerd op richtlijnen en geven aan hoe je moet handelen in specifieke situaties
Standaarden : beschrijving hoe je moet handelen
Standpunten : geef voorlopig advies over zorgverlening waarover onvoldoende onderbouwing voor is,
zijn vaak resultaten van meerdere discussies tussen zorgverleners onderling.
1
, LOEP korte samenvatting Blok B
Onderzoeksindeling : bewijskracht van richtlijnen hangt af van onderzoeksmethoden en de kwaliteit
hiervan, de onderzoeksindeling kan je op basis van meerdere onderwerpen doen.
Indeling o.b.v. doel :
Definiërend onderzoek : aangeven van bepaalde kenmerken van het onderwerp
Beschrijvend onderzoek : aangeven eigenschappen van onderwerp
Vergelijkend onderzoek : verschillen tussen 2of meer variabelen
Verklarend onderzoek : gericht op oorzaak van verschillen of verbanden
Voorspellend onderzoek : gevolgen van het onderwerp bekijken
Explorerend onderzoek : op zoek naar verband/verklaringen
Toetsend onderzoek : theorie/verwachtingen/hypotheses toetsen of effect van interventie of
maatregel onderzoeken.
Indeling o.b.v. gegevens die je verzamelt / onderzoeksmethoden
Fundamenteel onderzoek : nog onduidelijk wat maatschappelijk belang is, patiënt heeft er nog
niet direct wat aan
Toegepast onderzoek : directe relevantie patiënt (hoe bestrijd je bepaalde pijn-toepassen)
Kwalitatief onderzoek : beleving, ervaring, verwachtingen in verhaalvorm en meestal d.m.v.
interview, observatie, focusgroepdisccusies, document analyse met hoe en waarom vagen met
een laag aantal proefpersonen (kleine steekpoef). Verder symmetrische, controleerbaar en
gedetailleerde beschrijving.
Kwantitatief onderzoek : uitkomst maten zijn cijfers (bloeddruk, spierkracht, intelligentie),
meestal meer poefpersonen omdat onderzoek minder tijd kost (vragenlijst)
Indeling o.b.v. tijdspad van je onderzoek
Dwarsdoorsnede/transversal/cross-sentioneel onderzoek : 1 meetmoment (vragenlijst), nadeel is
geen oorzaak-gevolg relatie en kan alleen verband leggen.
Longitudinaal/folluw-up onderzoek: meerdere meetmomenten, volgt proefpers. (ontwikkeling)
Prospectief onderzoek: kijkt vooruit in tijd uitkomst moet bij start onderzoek nog komen
Retrospectief onderzoek: kijkt terug tijd, welk variabelen op uitkomst waren van invloed
Indeling o.b.v. onderzoeksdesign ( onderzoeksopzet, ontwerp, onderzoeksstrategie, onderzoeksschema)
Experimenteel onderzoek : onderzoek verandert bewust wat in onderzoeksgroep, interventie
wordt in de onderzoeksgroep gedaan.
Experiment, randomized controlled/clinical traialis RCT, double blind randozmied
controlled trailis : verdeling proefpersonen op basis van toeval/randomisatie, de
experimentele groep krijgt de interventie en controlegroep krijgt placebo. Doel : heeft
interventie daadwerkelijk effect, geschikt voort causale verbanden onderzoek ( is ook
enige onderzoek hiervoor ).
Je hebt niet altijd twee groepen dus daar gebruik observationeel onderzoek voor.
Quasi-experiment : GEEN randomisatie, bestaande groepen gebruikt, WEL controlegroep
Pre-experiment (natuurlijk experiment/voor-en-navergelijking) : NIET mogelijk om
controlegroep samen te stellen, GEEN controle groep, GEEN causale relatie of oorzaak
Observationeel onderzoek : beperkt onderzoeker zich tot het verrichten van waarneming en
metingen en wordt dus NIET ingegrepen.
2
Evidence based practice : tijdens ieder onderzoek/behandeling stel je je zelf vragen, hoe ga je iets
vergroten of verbeteren.
Evidence based medicine EBM : zorgvuldig, expliciet en oordeelkundig gebruik van huidige beste
bewijsmateriaal om een beslissing te nemen. Waarbij de voorkeuren, wensen en verwachten van de
patiënt centraal staan. Je neemt dus beslissing op basis van : beschikbare info + voorkeur cliënt + eigen
ervaring. Hierbij wordt ook vaak evidence based practice gebruikt.
Stappen evidence based practice
1. Vertalen praktische vraag / klinisch probleem in beantwoordbare vraag
2. Zoeken / selecteren van wetenschappelijke literatuur om vraag te beantwoorden
a. Meta-analyse : analyse waarin de resultaten van verschillende onderzoeken worden
samengevoegd en herberekend tot een afgelemene uitkomst
b. Systematic review : overzichtsartikel, bestaande literatuur op systematische wijze in kaart
wordt gebracht om tot algemene conclusie te komen
c. Narrative review : overzichtsartikel waarbij een samenvatting gegeven wordt van bestaande
literatuur, meestal vanuit gezichtspunt van auteur
d. Relevantie : doe je op basis van de titel, lijkt het je een zinvolle studie abstract (doel) net
zoals methoden
3. Kritische beoordelen van gevonden literatuur en interpreteren van de resultaten
a. Wordt ingedeeld in level of evidence (mate van kwaliteit literatuur) en gaat uti vanuit de
onderzoeksopzet. RCT
1. Gerandomiseerde gecondoleerde klinische trialis RCT (randomized clinc. Trailis)
2. Propsectief cohortonderz. + niet-gerandomiseerde exp. (quisai-experimenten)
3. Patiënt-controle onderzoek
4. Patiëntenseries
5. Meningen van deskundigen
4. Nemen van een beslissing op grond van de beschikbare evidence
5. Regelmatig evalueren van de kwaliteit van het proces van evidence based practice.
a. CAT : Clinicically Appraised Topic : korte samenvatting van de zoektocht en de gevonden
literatuur rondom het onderwerp een voorstel voor de toepassing van de gevonden
evidence.
b. Intercollegiale toetsing : vergelijking eigen zorgverlenign met die van je collega’s en bepaal je
op basis van beschikbare bewijsmateriaal wat de beste manier van handelen is.
Richtlijnen : geven systematische ontwikkelende aanbevelingen, zijn geen dwingende voorschriften en
bieden alleen ondersteuning en kan je met goede argumenten vanaf wijken.
Protocollen : vaak gebaseerd op richtlijnen en geven aan hoe je moet handelen in specifieke situaties
Standaarden : beschrijving hoe je moet handelen
Standpunten : geef voorlopig advies over zorgverlening waarover onvoldoende onderbouwing voor is,
zijn vaak resultaten van meerdere discussies tussen zorgverleners onderling.
1
, LOEP korte samenvatting Blok B
Onderzoeksindeling : bewijskracht van richtlijnen hangt af van onderzoeksmethoden en de kwaliteit
hiervan, de onderzoeksindeling kan je op basis van meerdere onderwerpen doen.
Indeling o.b.v. doel :
Definiërend onderzoek : aangeven van bepaalde kenmerken van het onderwerp
Beschrijvend onderzoek : aangeven eigenschappen van onderwerp
Vergelijkend onderzoek : verschillen tussen 2of meer variabelen
Verklarend onderzoek : gericht op oorzaak van verschillen of verbanden
Voorspellend onderzoek : gevolgen van het onderwerp bekijken
Explorerend onderzoek : op zoek naar verband/verklaringen
Toetsend onderzoek : theorie/verwachtingen/hypotheses toetsen of effect van interventie of
maatregel onderzoeken.
Indeling o.b.v. gegevens die je verzamelt / onderzoeksmethoden
Fundamenteel onderzoek : nog onduidelijk wat maatschappelijk belang is, patiënt heeft er nog
niet direct wat aan
Toegepast onderzoek : directe relevantie patiënt (hoe bestrijd je bepaalde pijn-toepassen)
Kwalitatief onderzoek : beleving, ervaring, verwachtingen in verhaalvorm en meestal d.m.v.
interview, observatie, focusgroepdisccusies, document analyse met hoe en waarom vagen met
een laag aantal proefpersonen (kleine steekpoef). Verder symmetrische, controleerbaar en
gedetailleerde beschrijving.
Kwantitatief onderzoek : uitkomst maten zijn cijfers (bloeddruk, spierkracht, intelligentie),
meestal meer poefpersonen omdat onderzoek minder tijd kost (vragenlijst)
Indeling o.b.v. tijdspad van je onderzoek
Dwarsdoorsnede/transversal/cross-sentioneel onderzoek : 1 meetmoment (vragenlijst), nadeel is
geen oorzaak-gevolg relatie en kan alleen verband leggen.
Longitudinaal/folluw-up onderzoek: meerdere meetmomenten, volgt proefpers. (ontwikkeling)
Prospectief onderzoek: kijkt vooruit in tijd uitkomst moet bij start onderzoek nog komen
Retrospectief onderzoek: kijkt terug tijd, welk variabelen op uitkomst waren van invloed
Indeling o.b.v. onderzoeksdesign ( onderzoeksopzet, ontwerp, onderzoeksstrategie, onderzoeksschema)
Experimenteel onderzoek : onderzoek verandert bewust wat in onderzoeksgroep, interventie
wordt in de onderzoeksgroep gedaan.
Experiment, randomized controlled/clinical traialis RCT, double blind randozmied
controlled trailis : verdeling proefpersonen op basis van toeval/randomisatie, de
experimentele groep krijgt de interventie en controlegroep krijgt placebo. Doel : heeft
interventie daadwerkelijk effect, geschikt voort causale verbanden onderzoek ( is ook
enige onderzoek hiervoor ).
Je hebt niet altijd twee groepen dus daar gebruik observationeel onderzoek voor.
Quasi-experiment : GEEN randomisatie, bestaande groepen gebruikt, WEL controlegroep
Pre-experiment (natuurlijk experiment/voor-en-navergelijking) : NIET mogelijk om
controlegroep samen te stellen, GEEN controle groep, GEEN causale relatie of oorzaak
Observationeel onderzoek : beperkt onderzoeker zich tot het verrichten van waarneming en
metingen en wordt dus NIET ingegrepen.
2