KC: Ademhaling Intro (herhaling)
Belang voor de tandarts
• Interactie tussen longaandoeningen en tandgezondheid:
o Cariës en gingivitis = bron van bacteriën, deze kunnen in longen terechtkomen = gevaar voor mensen met
longaandoeningen
• Tandvleesproblemen kunnen COPD verergeren
• Medicatie voor longproblemen effect op mond
• Astma – uitlokkende factoren
• Aanpassen behandeling
Doel en componenten van de ademhaling
Doel ademhaling: de lichaamscellen van O2 voorzien + het CO2, dat vrijkomt bij de cellulaire oxidatie (= het produceren van ATP
uit voedingstoffen), afvoeren.
Componenten van de ademhaling:
• Ventilatie: het verplaatsen van lucht de longen in en uit.
• Longperfusie: doorbloeding van de longen.
o Bloed vanuit lichaam in RA (= RB) à RV (= RK) à arterie
pulmonalis (= longslagader) à alveoli à bloed van zuurstof
voorzien (= geoxygeneerd) à LA à LV à AO.
• Alveolaire diffusie: O2 diffundeert vanuit de lucht in de alveoli over het
membraan het bloed in. CO2 diffundeert vanuit het bloed naar de alveoli.
o De ventilatie-perfusie verhouding bepaalt de mate van
oxygenatie v/h bloed en is dus heel belangrijk in het bepalen v/d
hoeveelheid zuurstof die uiteindelijk in het bloed terecht komt.
§ Als er veel meer bloed stroomt dan dat er lucht geventileerd wordt, zal niet al het bloed van O2
worden voorzien.
• Gastransport: zuurstof wordt door het bloed getransporteerd (vooral door de rode bloedcellen), en komt bij
verschillende weefsels aan.
• Weefseldiffusie: uitwisseling van gassen over het membraan bij weefsels.
• Cellulair metabolisme/intermediair metabolisme/cellulaire respiratie: verbruik van O2 en productie van CO2 in de
cellen.
Bij ademhaling betrokken processen
• Ventilatie: transport van gassen de long in en uit.
• Gaswisseling: diffusie tussen alveoli en bloed.
• Longperfusie: doorbloeding van de longen.
• Ventilatie-perfusie verhouding: afstemming van ventilatie en longdoorbloeding.
• Gastransport: transport van gassen in het bloed.
• Gaswisseling/weefseldiffusie: uitwisseling tussen bloed en cellen.
• Intermediair metabolisme: verbruik van O2 en productie van CO2 in de cellen.
1
, Ventilatie
• Om in te ademen trekken we verschillende ademhalingsspieren samen:
1. Diafragma (belangrijkst!) à wordt plat getrokken.
2. Intercostale spieren/tussenribspieren: intern (binnenkant) en
extern (buitenkant)
§ Om in te ademen: externe intercostaalspieren à
trekken de ribben naar buiten en omhoog.
o Als de thoraxholte afgesloten is v/d buitenwereld, houden we
‘druk (P) x volume (V)’ constant à door het volume v/d thoraxholte te vergroten (= mechanische ventilatie),
daalt de druk à lucht stroomt van buiten (hoge druk) in de longen (lage druk).
• Ontspannen v ademhalingsspieren à thoraxholte wordt weer kleiner, druk omhoog.
• Mechanische ventilatie leidt tot drukveranderingen in de long à drukverandering leidt tot verplaatsing v lucht.
Spirometrie
Persoon aangesloten op een spirometer (= gesloten systeem met daarin een bak
met water en een bak met lucht; er zit een pennetje vast aan de spirometer). Als
de persoon inademt (dus lucht aanzuigt vanuit de luchtbak), wordt de
hoeveelheid lucht in de spirometer kleiner, waardoor de bovenste bak naar
beneden getrokken wordt, en het pennetje omhoog gaat à bij iedere
ademhaling komt lucht de longen in (dus uit de spirometer) en weer uit (dus in
de spirometer à pennetje weer naar beneden).
• Ademvolume (VT) (tidal volume; TV): hoeveelheid lucht die je per ademhaling binnenkrijgt (ong. 0,5L)
• Inspirator reserve volume (IRV): de hoeveelheid lucht die je extra kunt inademen (3,0L).
• Expiratoir reserve volume (ERV): de hoeveelheid lucht die je extra kunt uitademen (1-1.5 L).
• Residuaal (long)volume (R(L)V): hoeveelheid lucht die in de longen achterblijft (1-1,5L).
• Functionele residuale capaciteit (FRC): hoeveelheid lucht die al in de
longen zit als je begint met inademen (ong. 2,5L) à ERV + RV.
• Inspiratoire capaciteit (IC): hoeveelheid lucht die je kan ademen als je FRC
in je longen hebt zitten à VT + IRV.
• Vitale capaciteit ((F)VC): het totaal van wat je maximaal in en uit kunt
ademen à IC + ERV.
• Totale longcapaciteit (TLC): VC + RV.
Alveoli en capillaire netwerken
• Afbeelding: ingezoomd op de alveoli.
o Ventilatie: lucht gaat er in en uit
o Liggen hele uitgebreide netwerken van capillairen (haarvaten) rond
de alveoli à overal diffusie.
o Bloedvoorziening = perfusie
o Diffusie is afhankelijk van het diffusie-oppervlak.
o Hoe beter ventilatie en perfusie op elkaar afgesteld zijn, hoe beter de
ventilatie-perfusie verhouding
2