KC: Lichaamsvloeistoffen
Lichaamsvloeistoffen in verschillende componenten: het bepalen van de inhoud van lichaamsvloeistoffen
Verdeling lichaamsvloeistoffen
Gezonde jonge man (van 20 jaar oud) bestaat voor 60% uit water.
Totale lichaamswater (TBW): 0,6 x lichaamsgewicht
• Extracellulaire vloeistof (ECF): 0,2 x lichaamsgewicht
o Interstitiële vloeistof: ¾ van het ECF
o Bloedplasma: ¼ van het ECF
• Intracellulaire vloeistof (ICF): 0,4 x lichaamsgewicht
ICF en ECF worden gescheiden door celmembraan. ICF en bloedplasma worden gescheiden door
capillairwand.
Lichaamsvloeistoffen, geslacht en leeftijd
• Een slank persoon bestaat uit meer water dan een obese persoon (onderste plaatje).
• Vrouwen bestaan uit minder water, want hebben meer vetten (hormonaal bepaald) à
vet en water stoten elkaar af, dus waar vet zit, kan geen water zitten.
• Neonaten (pasgeboren) beginnen met meer lichaamswater. 35% van hun totale
lichaamsgewicht bestaat uit water à bevatten veel meer water buiten de cellen,
kunnen dit water dan ook sneller verliezen (d.m.v. verdamping) à makkelijk
uitdrogen.
• Bij ouder en dikker worden à minder TBW in relatie tot gewicht.
De indicatorverdunningsmethode
Uit hoeveel water verschillende compartimenten bestaan, kunnen we bepalen met de indicatorverdunningsmethode.
• Hoeveelheid indicator in A = Volume A x Concentratie A.
o Indicator A wordt intraveneus (in de bloedbaan) toegediend à verspreidt zich over een deel
van het totale lichaamswater.
§ Hoeveelheid indicator in B = Volume B x Concentratie B
• Wachten tot ‘steady state’ ontstaat in B.
o Steady state: hoeveelheid indicator in B = hoeveelheid indicator in A
• Bloed opzuigen, en van het bloedplasma de concentratie bepalen.
o Volume B = Hoeveelheid indicator in A / [B]
+"),))-+)(. '")0).()*. (2,)&-"&)*)
o V!"#$%&'(#)*' = !"*!)*'&%'() (* $-%4#%
Bepalingen
Vereisten van een indicator:
• Is niet toxisch à willen patiënten niet vergiftigen.
• Wordt niet metabool omgezet of gesynthetiseerd à willen indicator niet kwijtraken.
1
, • Verspreidt zich snel en gelijkmatig à hoeveelheid plasma die wordt opgezogen is anders niet representatief voor een
goede verdeling van de indicator over het volume.
• Verlaat de ruimte van het compartiment niet tijdens de bepaling.
• Wordt na de bepaling vlot uitgescheiden.
Bepalen van de TBW:
• Met stoffen die de celwand kunnen passeren à moeten zich verspreiden door het hele lichaam (het interstitium + de
cellen in gaande).
• Kan met isotopen van water, zoals deuterium (D2O).
Bepalen van de ECF
• Met stoffen die de capillairwand wel kunnen passeren, maar de celwand niet.
• Kan met polysachariden, zoals inuline, sucrose, mannitol (onderschatten).
• Kan ook met isotopen van Na+, Cl- etc. (overschatten).
Bepalen van het plasmavolume
• Met gemerkt albumine à dat zal de capillairwand niet over gaan (blijft in de circulatie zitten)
• Kan met Evans Blauw of met isotopen gemerkt albumine (131I-albumine)
Berekenen van de:
• Intracellulaire vloeistof (ICF):
o ICF = TBW – ECF
• Interstitiële vloeistof (ISF):
o ISF = ECF – plasmavolume
Samenstelling van de lichaamsvloeistoffen + reacties op veranderingen in de verdeling van ECF en ICF
Samenstelling van lichaamsvloeistoffen
Samenstelling bloedplasma (300 mosm/kg H2O):
• Na+ (140 mmol/L), Cl- (100mmol/L), HCO3- (24 mmol/L), andere ionen, glucose, ureum, eiwitten.
Samenstelling interstitiële vloeistof (ISF):
• Precies hetzelfde als bloedplasma, alleen geen eiwitten à eiwitten blijven in de circulatie en worden dus niet
getransporteerd over de capillair-wand.
Samenstelling intracellulaire vloeistof (ICF):
• Verschilt per soort cel.
• Skeletspier: Na+, Cl-, HCO3- (kleine hoeveelheden) + K+ (veel) + Mg++ (redelijk veel) + andere ionen + organische fosfaten
+ eiwitten en andere stikstof bevattende opgeloste stoffen
Reacties op veranderingen in ICF/ECF-verdeling
Stappen bij veranderingen van lichaamsvloeistoffen
1. Wat wordt het lichaam aangedaan (welke verandering heeft plaatsgevonden)?
2. Hoe reageert het lichaam daarop?
o Niet-regulatief:
§ Osmose (1): verplaatsing van water tussen ICF en ECF (enkelen seconde)
o Regulatief:
2