Marjolein In der Maur
Oefentoets Business for Creatives
Deze oefentoets is gemaakt door een student en kan dus fouten bevatten.
, Marjolein In der Maur
College 1: Wat is waarde?
1. Het Mosler experiment is een voorbeeld van waard creatie. Wat toonde dit experiment aan?
a. Als er veel vraag is en veel aanbod, wordt de waarde hoger
b. Als er minder vraag is dan aanbod, is er sprake van schaarste
c. Als er veel vraag is en weinig aanbod, wordt de waarde hoger
d. Als er weinig vraag is en weinig aanbod, is er sprake van schaarste
2. Welke aspecten voegen waarde toe?
a. Je ervaring en combinatie van skills
b. Secundaire arbeidsvoorwaarden
c. Merken uit dezelfde branche
d. Meer producten op voorraad hebben
e. Latente behoefte creëren
f. Schaarste
3. Is marktaandeel een doel of een resultaat?
a. Doel
b. Resultaat
4. Volgens de beleidspiramide zijn er drie niveaus in een beleid. In die niveaus wordt er bepaald
wat er gedaan gaat worden, hoe dat gedaan gaat worden en wie dat gaan doen? In welke
volgorde gebeurt dit?
a. Tactisch – Strategisch – Operationeel
b. Operationeel – Tactisch – Strategisch
c. Strategisch – Operationeel – Tactisch
d. Strategisch – Tactisch – Operationeel
5. Als een bedrijf meer winst wil behalen door meer producten te verkopen, is het dan
kostengericht of productgericht?
a. Kostengericht
b. Productgericht
College 2: De bouwstenen van een organisatie
6. Een bedrijf is een organisatie die goederen en diensten produceert met een winstoogmerk.
Juist of onjuist?
a. Juist
b. Onjuist
7. Een verandering in wetten en subsidies zijn interessant voor bedrijven. Juist of onjuist?
a. Juist
b. Onjuist
Oefentoets Business for Creatives
Deze oefentoets is gemaakt door een student en kan dus fouten bevatten.
, Marjolein In der Maur
College 1: Wat is waarde?
1. Het Mosler experiment is een voorbeeld van waard creatie. Wat toonde dit experiment aan?
a. Als er veel vraag is en veel aanbod, wordt de waarde hoger
b. Als er minder vraag is dan aanbod, is er sprake van schaarste
c. Als er veel vraag is en weinig aanbod, wordt de waarde hoger
d. Als er weinig vraag is en weinig aanbod, is er sprake van schaarste
2. Welke aspecten voegen waarde toe?
a. Je ervaring en combinatie van skills
b. Secundaire arbeidsvoorwaarden
c. Merken uit dezelfde branche
d. Meer producten op voorraad hebben
e. Latente behoefte creëren
f. Schaarste
3. Is marktaandeel een doel of een resultaat?
a. Doel
b. Resultaat
4. Volgens de beleidspiramide zijn er drie niveaus in een beleid. In die niveaus wordt er bepaald
wat er gedaan gaat worden, hoe dat gedaan gaat worden en wie dat gaan doen? In welke
volgorde gebeurt dit?
a. Tactisch – Strategisch – Operationeel
b. Operationeel – Tactisch – Strategisch
c. Strategisch – Operationeel – Tactisch
d. Strategisch – Tactisch – Operationeel
5. Als een bedrijf meer winst wil behalen door meer producten te verkopen, is het dan
kostengericht of productgericht?
a. Kostengericht
b. Productgericht
College 2: De bouwstenen van een organisatie
6. Een bedrijf is een organisatie die goederen en diensten produceert met een winstoogmerk.
Juist of onjuist?
a. Juist
b. Onjuist
7. Een verandering in wetten en subsidies zijn interessant voor bedrijven. Juist of onjuist?
a. Juist
b. Onjuist