Week 1 – Introductie: Theorie in de criminologie
• 3 algemene dingen die gesteld kunnen worden
1. Iedereen wordt beïnvloed door levenservaring, zowel burgers als criminologen en
politici:
▪ Criminologen + Politici → Neutraal beleid opstellen
2. Als stelling 1 klopt – Zal bij verandering van de samenleving → Kijk op criminaliteit
veranderen:
▪ Sociale context speelt een belangrijke rol bij het ontstaan van theorieën
3. Huidige theorieën die nu waar lijken, zijn ook beïnvloed door huidige samenleving:
▪ Latere generaties zullen hier wellicht op terugkijken, zoals nu wordt
teruggekeken op ‘onnozele’ theorieën van vroeger
Theorie & Beleid
• Voorwaarde – Ontwikkeling beleid
o Begrijpen waarom criminaliteit voorkomt (Theorie)
▪ Verschillende theorieën → Verschillend beleid
▪ Tijdsgeest = Bepalend
Eerste criminologische theorieën
• 2 stromingen – Fundament – Moderne criminologie
o Klassieke School
▪ Verlichting
• Straffen → Rechtvaardig + Net waar genoeg om te weerhouden
o Rationele Keuze theorie
o Positivistische School
▪ Geneeskunde → Wat maakt iemand crimineel? (Lombroso)
• Oplossingen – Biologie
, • Chicago School (+/- 1930, naast positivistische school)
o Criminaliteit verklaren vanuit sociale omstandigheden waarin iemand verkeert
▪ Crisis VS → Meer criminaliteit → 3 nieuwe theorieën
1. Controle theorie (Gebaseerd op Chicago S.)
2. Differentiële associatietheorie (Gebaseerd op Chicago S.)
3. Anomie-strain theorie
• Deze 3 theorieën → “Mainstream” criminologische theorieën
Ontstaan – Kritische theorieën
• Jaren ’60 – Veranderende sociale context van de Amerikaanse samenleving
o Effect van conflict en macht op criminaliteit en het strafrechtssysteem
▪ Theorieën
• Labeling theorie
• Conflict theorie
• Feministische theorie
• Theorieën over witteboordencriminaliteit
Theorieën – Conservatieve tijdperk
• Jaren ’80 → VS – Reagan & Bush – Politiek rechts
o Conservatievere kijk op criminaliteit
▪ Criminaliteit = Schuld van het individu zelf
• → Conservatieve theorieën
• Tegenhanger – Conservatieve stroming + Andere eerdere theorieën
o Stroming → Alle elementen van criminaliteit begrijpen
▪ Routine activiteiten theorie
• Focus → Gelegenheid die nodig is voor het plegen van een delict
o Niet alleen de dader → Situationele preventie
• Andere theorieën – Jaren ‘80
o Rationele keuze theorie + Afschrikkingstheorie
▪ Verschil – Conservatieve theorie:
• Conservatieve theorie → Zware straffen
Criminologische theorieën – 21e eeuw
• Mix van oude en nieuwe denkwijzen
o Nieuwe focuspunten:
▪ Bio-sociologisch perspectief
▪ Levensloopcriminologie
Voorbeeld – Scared straight
• Jongeren → Gevangenis (Bang gemaakt om delinquent gedrag te voorkomen)
o Resultaat → Blijft gelijk / Neemt iets toe
o Verklaring - Zelfbeeld van jongeren ingedeukt (geïntimideerd) → In echte wereld
anders laten zien – Niet bang voor anderen
Voorbeeld – Belastingfraude
• Kans op belastingfraude in de jaren na inspectie neemt toe → bomb crater effect
,Waarom komen theorieën vandaan?
• Persoonlijke ervaringen
• Media – Ervaringen van anderen
• Autoriteit – Ouders / Leraren
• Consensus – Traditie / Religie / Politieke stroming
Mogelijke fouten
• Gebrekkige/selectieve waarneming
• Overgeneralisatie
• Persoonlijke betrokkenheid bij onderwerp
• Onlogisch of onvolledig redeneren (elliptisch)
• Partiële verklaring
Wat is een theorie?
• Wetenschappelijke theorieën zijn voorlopige antwoorden op kennisvragen, gebaseerd op
nauwkeurig omschreven samenhangen tussen observeerbare gebeurtenissen.
o Voorlopige
▪ Scepticisme:
• Nieuw empirisch onderzoek kan feiten opleveren die niet in
overeenstemming zijn met de huidige theorie
▪ Algemene uitspraken
• Algemene uitspraken waarop de theorie gebaseerd is, kunnen zelf
onderwerp van nieuwe verklaringen worden gemaakt.
o Antwoorden op kennisvragen
▪ Context:
• Welke kennisvragen worden op een bepaald moment als probleem
ervaren?
▪ Karl Popper (1985)
• Doel wetenschap = Uitleg geven over wat uitleg nodig heeft
▪ Antwoord = Startpunt van beleid
• Theorie gebaseerd op onjuiste premissen kunnen ‘werken’
▪ Theorieën = Nooit volledige accurate beschrijving van de werkelijkheid
• Map is not the territory
o Theorie is een versimpeling van de werkelijkheid
▪ Géén enkele wetenschapper is 100% objectief
• Reden → Het ligt eraan waar de focus op ligt
o Nauwkeurig omschreven samenhangen
▪ Wetenschappelijke theorieën moeten zo zijn opgesteld dat toetsbare
hypothesen kunnen worden afgeleid
o Observeerbare gebeurtenissen
▪ Theorieën moeten gebaseerd zijn op observeerbare gebeurtenissen
• Bij gebrekkige operationalisatie voldoet een theorie hier niet aan.
o Theorie → Voldoende geoperationaliseerd
, Elementen – Theorie
• Object
o De eenheden waarover de theorie uitspraak doet
• Explanans
o De ‘verklaring’ / Het mechanisme / Oorzaak
▪ Mensbeeld
• Explanandum Voorbeeld – Elementen van een theorie
o Dat wat de theorie verklaart
Jongens met delinquente vrienden zijn vaker
zelf delinquent
Operationalisatie
• Het vertalen van theoretische eigenschappen in waarneembare variabelen
o Object
▪ Eenheden waarover uitspraak wordt gedaan
• Steekproefkader
o Explanans
▪ Verklarend mechanisme
• (On)volledige weergave van theoretische concepten
o Explanandum
▪ Criminaliteit
• Onder/over-rapportage
• Gedrag individu / Gedrag strafrechtelijk systeem
• Verklaringsniveau
Verklaringsniveaus
• Micro-theorieën
o Individuele verschillen
▪ Individueel gedrag / Sociaal proces
• Macro-theorieën
o Samenleving en groepspatronen in crimineel gedrag
▪ Epidemiologie / Sociale structuur
o Macro-theorieën verklaren verschillen tussen groepen, maatschappelijke klassen,
buurten en samenlevingen m.b.v. verschillen in hun sociale of culturele kenmerken
Voorbeeld – Verklaringsniveaus
• 3 algemene dingen die gesteld kunnen worden
1. Iedereen wordt beïnvloed door levenservaring, zowel burgers als criminologen en
politici:
▪ Criminologen + Politici → Neutraal beleid opstellen
2. Als stelling 1 klopt – Zal bij verandering van de samenleving → Kijk op criminaliteit
veranderen:
▪ Sociale context speelt een belangrijke rol bij het ontstaan van theorieën
3. Huidige theorieën die nu waar lijken, zijn ook beïnvloed door huidige samenleving:
▪ Latere generaties zullen hier wellicht op terugkijken, zoals nu wordt
teruggekeken op ‘onnozele’ theorieën van vroeger
Theorie & Beleid
• Voorwaarde – Ontwikkeling beleid
o Begrijpen waarom criminaliteit voorkomt (Theorie)
▪ Verschillende theorieën → Verschillend beleid
▪ Tijdsgeest = Bepalend
Eerste criminologische theorieën
• 2 stromingen – Fundament – Moderne criminologie
o Klassieke School
▪ Verlichting
• Straffen → Rechtvaardig + Net waar genoeg om te weerhouden
o Rationele Keuze theorie
o Positivistische School
▪ Geneeskunde → Wat maakt iemand crimineel? (Lombroso)
• Oplossingen – Biologie
, • Chicago School (+/- 1930, naast positivistische school)
o Criminaliteit verklaren vanuit sociale omstandigheden waarin iemand verkeert
▪ Crisis VS → Meer criminaliteit → 3 nieuwe theorieën
1. Controle theorie (Gebaseerd op Chicago S.)
2. Differentiële associatietheorie (Gebaseerd op Chicago S.)
3. Anomie-strain theorie
• Deze 3 theorieën → “Mainstream” criminologische theorieën
Ontstaan – Kritische theorieën
• Jaren ’60 – Veranderende sociale context van de Amerikaanse samenleving
o Effect van conflict en macht op criminaliteit en het strafrechtssysteem
▪ Theorieën
• Labeling theorie
• Conflict theorie
• Feministische theorie
• Theorieën over witteboordencriminaliteit
Theorieën – Conservatieve tijdperk
• Jaren ’80 → VS – Reagan & Bush – Politiek rechts
o Conservatievere kijk op criminaliteit
▪ Criminaliteit = Schuld van het individu zelf
• → Conservatieve theorieën
• Tegenhanger – Conservatieve stroming + Andere eerdere theorieën
o Stroming → Alle elementen van criminaliteit begrijpen
▪ Routine activiteiten theorie
• Focus → Gelegenheid die nodig is voor het plegen van een delict
o Niet alleen de dader → Situationele preventie
• Andere theorieën – Jaren ‘80
o Rationele keuze theorie + Afschrikkingstheorie
▪ Verschil – Conservatieve theorie:
• Conservatieve theorie → Zware straffen
Criminologische theorieën – 21e eeuw
• Mix van oude en nieuwe denkwijzen
o Nieuwe focuspunten:
▪ Bio-sociologisch perspectief
▪ Levensloopcriminologie
Voorbeeld – Scared straight
• Jongeren → Gevangenis (Bang gemaakt om delinquent gedrag te voorkomen)
o Resultaat → Blijft gelijk / Neemt iets toe
o Verklaring - Zelfbeeld van jongeren ingedeukt (geïntimideerd) → In echte wereld
anders laten zien – Niet bang voor anderen
Voorbeeld – Belastingfraude
• Kans op belastingfraude in de jaren na inspectie neemt toe → bomb crater effect
,Waarom komen theorieën vandaan?
• Persoonlijke ervaringen
• Media – Ervaringen van anderen
• Autoriteit – Ouders / Leraren
• Consensus – Traditie / Religie / Politieke stroming
Mogelijke fouten
• Gebrekkige/selectieve waarneming
• Overgeneralisatie
• Persoonlijke betrokkenheid bij onderwerp
• Onlogisch of onvolledig redeneren (elliptisch)
• Partiële verklaring
Wat is een theorie?
• Wetenschappelijke theorieën zijn voorlopige antwoorden op kennisvragen, gebaseerd op
nauwkeurig omschreven samenhangen tussen observeerbare gebeurtenissen.
o Voorlopige
▪ Scepticisme:
• Nieuw empirisch onderzoek kan feiten opleveren die niet in
overeenstemming zijn met de huidige theorie
▪ Algemene uitspraken
• Algemene uitspraken waarop de theorie gebaseerd is, kunnen zelf
onderwerp van nieuwe verklaringen worden gemaakt.
o Antwoorden op kennisvragen
▪ Context:
• Welke kennisvragen worden op een bepaald moment als probleem
ervaren?
▪ Karl Popper (1985)
• Doel wetenschap = Uitleg geven over wat uitleg nodig heeft
▪ Antwoord = Startpunt van beleid
• Theorie gebaseerd op onjuiste premissen kunnen ‘werken’
▪ Theorieën = Nooit volledige accurate beschrijving van de werkelijkheid
• Map is not the territory
o Theorie is een versimpeling van de werkelijkheid
▪ Géén enkele wetenschapper is 100% objectief
• Reden → Het ligt eraan waar de focus op ligt
o Nauwkeurig omschreven samenhangen
▪ Wetenschappelijke theorieën moeten zo zijn opgesteld dat toetsbare
hypothesen kunnen worden afgeleid
o Observeerbare gebeurtenissen
▪ Theorieën moeten gebaseerd zijn op observeerbare gebeurtenissen
• Bij gebrekkige operationalisatie voldoet een theorie hier niet aan.
o Theorie → Voldoende geoperationaliseerd
, Elementen – Theorie
• Object
o De eenheden waarover de theorie uitspraak doet
• Explanans
o De ‘verklaring’ / Het mechanisme / Oorzaak
▪ Mensbeeld
• Explanandum Voorbeeld – Elementen van een theorie
o Dat wat de theorie verklaart
Jongens met delinquente vrienden zijn vaker
zelf delinquent
Operationalisatie
• Het vertalen van theoretische eigenschappen in waarneembare variabelen
o Object
▪ Eenheden waarover uitspraak wordt gedaan
• Steekproefkader
o Explanans
▪ Verklarend mechanisme
• (On)volledige weergave van theoretische concepten
o Explanandum
▪ Criminaliteit
• Onder/over-rapportage
• Gedrag individu / Gedrag strafrechtelijk systeem
• Verklaringsniveau
Verklaringsniveaus
• Micro-theorieën
o Individuele verschillen
▪ Individueel gedrag / Sociaal proces
• Macro-theorieën
o Samenleving en groepspatronen in crimineel gedrag
▪ Epidemiologie / Sociale structuur
o Macro-theorieën verklaren verschillen tussen groepen, maatschappelijke klassen,
buurten en samenlevingen m.b.v. verschillen in hun sociale of culturele kenmerken
Voorbeeld – Verklaringsniveaus