RECHTSGELEERDHEID
GRONDRECHTEN -
EXAMENGIDS S1
Instelling: Tilburg University (TiU)
Vak: Grondrechten
Leerjaar: Pre-master Rechtsgeleerdheid
Semester: S1
, PRE-MASTER
RECHTSGELEERDHEID//
GRONDRECHTEN EXAMENGIDS S1
WEEK 1// GRONDRECHTENBESCHERMING EN DE NATIONALE RECHTSORDE
1.1 ELEMENTEN GRONDRECHT
Elementen grondrecht
1. ‘A’ heeft;
2. Een aanspraak (recht) op ‘X’;
3. Jegens ‘B’;
4. Berustend op ‘Y’;
5. Af te dwingen voor ‘C’.
1.2. OBJECTIEF RECHT VS. SUBJECTIEF RECHT
Objectief recht vs. subjectief recht
Objectief recht Objectief recht is een recht/plicht die voor iedereen
in de samenleving van toepassing is.
Subjectief recht Subjectief recht is een recht/plicht alleen specifiek
voor een individu/bepaalbare groep.
1.3. ART. 9 EVRM
Om een geslaagd beroep te kunnen doen op art. 9 EVRM moeten de opvattingen voldoen aan de criteria die uit
het ABRvS Pastaparianism en EHRM De Wilde/ Nederland voldoen.
Voorwaarden art. 9 EVRM
1. Overtuigingskracht
2. Ernst
3. Samenhang
4. Belang
WEEK 2// GRONDRECHTENBESCHERMING EN DE EU-RECHTSORDE
2.1 RECHTVAARDIGINGSGROND ART. 35 EVRM
Op grond van art. 35 EVRM dienen de nationale rechtsmiddelen uitgeput te zijn voordat de burger zich kan
wenden tot het EHRM. Een burger die de nationale rechtsmiddelen niet heeft uitgeput, staan twee
rechtvaardigingsgronden ter beschikking:
1. Bijzondere omstandigheden; of
2. Rechtsmiddel inadequaat en ineffectief.
Rechtvaardigingsgrond art. 35 EVRM
1. Bijzondere omstandigheden
Een klager kan opvoeren dat hij vanwege bijzondere
omstandigheden ontheven was van de plicht om de
nationale rechtsmiddelen uit te putten. Als