adolescents and their parents – Maykel Verkuyten, Jochem Thijs en Gonneke Stevens
De meeste migranten jongeren of jongeren van etnische minderheidsgroepen hebben moeite met het
combineren van hun subgroep identiteit en verbindingen van de natiestaat. Ontwikkelingsonderzoek
heeft zich altijd veel geconcentreerd op etnische minderheid identiteit en veel minder op de nationale
identificatie. De Religieuze identiteit wordt meestal buiten beschouwing wordt gelaten. Dit is heel erg
jammer want de religie is in dit soort minderheidsgroepen vaak heel erg van belang en daarnaast
behoren religieuze groepen tot de steunpilaren van identiteit. In vergelijking tot identificatie met andere
sociale groepen biedt identificatie met een religieuze groep een ‘heilig’ en ongevoelig wereldbeeld,
morele begeleiding voor praktijken en keuzes en behoor je tot een ‘eeuwig’ groepslidmaatschap.
Wanneer er gekeken wordt naar immigratie en diversiteit gaat het meestal over de religieuze diversiteit.
Kijk maar naar de Islam, er wordt hier steeds vaker over gesproken. Moslims worden gezien als
onverteerbare minderheid en die Islam zorgt voor een grens tussen immigranten en de ontvangende
samenleving. In dit onderzoek kijken we naar de identificatie van Marokkaanse-Nederlanders, deze
groep wordt het minst geaccepteerd in Nederland. We focussen we ons op adolescenten met de leeftijd
tussen de 11 en 18 jaar die Moslim zijn, uit Marokko komen en in Nederland wonen. Het doel van het
onderzoek is tweeledig. Allereerst willen we onderzoeken of religieuze, nationale en etnische identiteit
complementair of tegenstrijdig zijn bij adolescenten en hun ouders en voor vroege en middel
adolescenten. Daarnaast onderzoeken we wat de rol van ouders is voor het identificeren van de
religieuze, etnische en nationale identiteit. Deze twee dingen worden onderzocht vanuit een acculturatie
perspectief waarin de mate van groepsidentificatie centraal staat. in het onderzoek wordt de
identiteitsontwikkeling vergeleken tussen jonge adolescenten (11-14 jaar) en middel adolescenten (15-
18 jaar).
Multiple identities
Immigranten jongeren ontwikkelen niet alleen een etnische identiteit maar ze zijn ook betrokken in het
vestigen van een gevoel van verbondenheid met het land waar ze gaan wonen. Er is nog weinig
onderzoek gedaan naar de identificatie van immigranten met de grotere gemeenschap. Immigranten
jongeren kunnen struggelen met het combineren van hun gevoel en verbondenheid naar hun etnische
gemeenschap en die van het volk. Cross-nationaal acculturatie onderzoek heeft een negatieve associatie
gevonden tussen etnische identificatie en nationale identificatie in Europa, dit is echter niet gevonden in
Canada of Amerika. In landen zoals Nederland, Spanje of Duitsland zijn de termen Marrokkaan-
Nederlander, Marrokkaan-Spanjaard of Turkse-Duitser meer ongewoon en problematisch dan de termen
Mexicaan-Amerikaan of Aziaat Amerikaan. Vandaag de dag zijn de Nederlandse samenleving en de
meerderheidsgroep eerder de immigranten aan het afwijzen. Er is een groei het repressieve liberalisme.
Moslims worden steeds kritischer bekeken op hun loyaliteit naar hun nationale waarden en hun publieke
uitingen (hoofddoekjes, moskeeën) worden steeds meer afgewezen vanwege de dreiging van
Islamificatie van de Nederlandse Cultuur. Vaak heeft dit tot gevolg dat de etnische groep zich sterker
verbindt met hun etnische groep dan dat ze zich proberen te mengen met de nationale samenleving.
Moslim immigranten moeten niet een oplossing vinden tussen de potentiele concurrentie van etnische
en nationale identiteiten zij moeten ook nog onderhandelen over hun religie. In veel Europese landen
zijn de Moslim identiteit en nationale identiteit gepolariseerd (tegenstellingen tussen
bevolkingsgroepen). Nederland is een van de meest wereldlijke landen van de wereld maar sinds de late
jaren 90 laten wij een sterke weerstand tegen de aanwezigheid van Moslims in de Nederlandse
samenleving zien. Deze situatie leidt tot de verwachting dat de Moslim identificatie erg sterk zal zijn bij
de Marokkaanse-Nederlandse adolescenten en ouders en dat de Nationale identificatie niet sterk zal
zijn. De levens van oplettende gelovers zijn georganiseerd rondom hun religieuze geloof, waarden en
, praktijken die zekerheid, verbondenheid en zin geven. In dit onderzoek gaan we kijken naar de centrale
rol van Moslim identiteit aan de hand van de relatie tussen religieuze, etnische en nationale identificatie
bij ouders en hun nakomelingen.
Generations and parental transmission
Assimilatie is een proces dat lang duurt en opzettelijk is, meestal duurt dit niet een singel leven maar dit
duurt vaak generaties lang. Hoe verder in de generatie, hoe meer er aangepast wordt aan de Nationale
cultuur en hoe langzamerhand delen van de etnische cultuur verdwijnen. In het onderzoek wordt vaak
de rol van religie verwaarloosd maar er is eerder gebleken dat aanpassing aan de Nederlandse
samenleving geassocieerd is met het verliezen van religie onder de Moslim immigranten. Als de 1 e en 2de
generatie Moslim migranten met elkaar wordt vergeleken zie je dat bij de 2 de generatie zij minder waarde
hechten aan hun religie en hun etnische identiteit en dat zij steeds meer verbonden gaan voelen met de
Nationale samenleving. Daarvoor kan verwacht worden dat Marokkaanse-Nederlandse adolescenten
zwakkere religieuze en etnische identificatie (Marokkaanse) tonen en sterkere nationale (Nederlandse)
identificatie tonen dan hun ouders. Uit onderzoek is gebleken dat er vaak sprake is van een
interconnectie tussen Moslim identiteit en etnische identiteit. Hiermee wordt bedoelt dat wanneer je
Marokkaanse voelt dit positief gerelateerd is aan het zijn van een Moslim. Omdat we de rol van ouders in
de Moslim identiteit van jongeren willen onderzoeken kijken we naar de relatie tussen de identificatie
van ouders en de identificatie van de kinderen. Religie speelt een belangrijke rol in het leven van
adolescenten en de ontwikkeling van hen en het blijkt dat ouders de meest invloedrijke rol spelen tijdens
de religie ontwikkeling. er is een relatie gevonden tussen de perceptie van kinderen over hun ouders
geloof en hun eigen geloof. Er is nog geen eerder onderzoek gedaan naar de relatie tussen ouders en
kinderen religieuze groep identificatie. Maar in onze studie verwachten we dat de relatie erg sterk zal
zijn.
Age differences
Uit onderzoek is gebleken dat de invloed van de ouders tijdens de pubertijd afneemt. Volgens de cultural
broadening theory wordt het gedrag, gedachtes en houdingen tijdens de pubertijd steeds meer liberaal
en minder traditioneel en dit wordt sterker met de leeftijd. Tijdens de adolescentie is er sprake van je
autonomie zoeken, je krijgt steeds meer weerstand naar je ouders toe maar Moslim adolescenten
moeten ook nu acculturatie ondergaan met de Westerse samenleving. Wanneer adolescenten steeds
meer autonomie ontwikkelen en leeftijdsgenoten krijgen steeds meer invloed op de adolescenten kan
dit gevolgen hebben op de invloed van de ouders. Uit onderzoek blijkt ook dat ouders steeds minder
invloed krijgen, deze afname is ook gevonden voor de etnische en radicale socialisatie. Uit
ontwikkelingsmodellen is gebleken dat jonge adolescenten meer ‘foreclosed’ etnische identiteit hebben
en dat de oudere adolescenten vaker een ‘achieved identiteit’ kenmerken. Bij het vormen van deze
identiteit. Bij foreclosed is er een sterk gevoel van etnische verbondenheid dat weerspiegelt wordt door
de mening van ouders en andere autoritaire personen. Bij ‘achieved identiteit’ heeft het individu zelf een
sterke verbondenheid gebaseerd op wat ze zelf denken en ze begrijpen wat de implicaties van hun
etnische lidmaatschap voor invloed heeft. Deze twee soorten etnische identiteit is ook gevonden voor de
Moslims die wonen in de UK en Nederland. hierbij verwachten we dus dat de religieuze groep
identificatie sterker is onder de jong adolescenten dan bij de middel adolescenten. Daarnaast zal de
relatie van Moslim identificatie tussen ouders en kinderen significant sterker zijn bij jong adolescenten.
Dit verwachten we ook bij etnische identificatie, we verwachten dit niet bij nationale identificatie omdat
ouders bij deze identificatie een minder belangrijke rol spelen. Omdat oudere adolescenten beter inzien
dat de Islam in een negatief beeld staat, verwachten we dat er een sterkere negatieve associatie tussen
Moslim- en nationale identificatie zal zijn bij oudere adolescenten. Over het algemeen, begrijpen middel
adolescenten de maatschappij beter, en voor hen kan de islam een oppositionele identiteit worden die