H3
3.1 Observatie en analyse
Bij muzisch-agogisch handelen ga je uit van een zorgvuldige observatie van de doelgroep en de
situatie. Vervolgens ga je over tot analyse van de informatie die je door je observatie gekregen hebt.
Afhankelijk van de hulpvraag stel je je doelen op en kies je een strategie en een activiteit.
3.2 Richtlijnen voor stapsgewijze analyse
Door te observeren kun je duidelijk zien wat het probleem is en welke deelproblemen er zijn.
Stap 1: Beschrijf wat je uiteindelijke doel is. Je kunt hierbij denken aan de doelstelling van de
instelling waarbinnen het probleem zich voordoet, maar het kan ook de doelstelling zijn zoals die in
het behandelingsplan van de cliënt is opgenomen. In beide gevallen gaat het om een verder weg
gelegen doel, oftewel een langetermijndoel.
De meerwaarde van deze stap is dat je je realiseert in welk kader je je analyse en activiteiten moet
plaatsen. Een uiteindelijk doel, de uiteindelijke gewenste situatie, is vaak breed en ambitieus en kan
daardoor ‘vaag’ overkomen.
Stap 2: Noem de deelproblemen op die je in de situatie kunt onderscheiden. Bij de beschrijving
hiervan helpen de volgende richtlijnen:
- Geef een korte beschrijving van het probleem.
- Geef aan tussen welke personen het probleem speelt.
- Geef aan wie het als een probleem ervaart.
- Beschrijf mogelijke oorzaken van het probleem.
Benader je het probleem puur systeemtheoretisch, en betrek je dus de directe omgeving van de
cliënt erbij, dan is een depressie bij een kind mede te verklaren vanuit onderlinge
communicatiepatronen in het gezin, wat een interventie voor het systeem nodig zou maken. De
analyse is dan volledig anders dan bij een verklaring vanuit het medisch-biologische
verklaringsmodel, waarbij het probleem wellicht gerelateerd wordt aan de te snel veranderende
hormoonhuishouding en ontbrekende stoffen in het zenuwstelsel van het kind, waarbij een
interventie bijvoorbeeld runningtherapie of medicatie zou kunnen zijn.
Het zogenoemde meervoudig risicomodel van Van der Ploeg laat zien hoe verschillende invalshoeken
gecombineerd kunnen worden. (zie figuur 3.1)
Stap 3: Geef aan wat jij als onderliggende problematiek ziet. Waar komen volgens jou de
deelproblemen uit voort? Het kan zijn dat er sprake is van één onderliggende problematiek waar alle
deelproblemen mee samenhangen. Het kan ook zijn dat je clusters van problemen kunt maken, dus
dat je meerdere onderliggende problemen tegenkomt. Het is ook mogelijk dat je één duidelijk
onderliggende problematiek signaleert, maar dat je daaraan niet alle deelproblemen kunt koppelen.
Stap 4: Kies een deelprobleem uit dat te maken heeft met de onderliggende problematiek, en dat
volgens jou met een muzisch-agogische interventie is aan te pakken, en wel op zo’n manier dat het
uiteindelijke doel dichterbij komt.
Stap 5: Ga na welke factoren in de gegeven situatie je positief kunt gebruiken. Je kunt hierbij denken
aan de interesses die een cliënt heeft of een specifieke vaardigheden waarover hij beschikt.
(zie analysemodel tabel 3.1)
Stap 6: Inventariseer de kaders waarbinnen je werkt. Je zult bij de keuze van je muzisch-agogische
middelen rekening moeten houden met bepaalde randvoorwaarden, bijvoorbeeld omdat je weet dat
je ergens niet veel aan kunt veranderen.
3.3 Muzisch interveniëren
Muzisch werken is een vorm van agogisch werken en valt onder de sociale-interventiekunde.