H1 Waarom doe je onderzoek?
Kennisvraag= Vraag waarbij de antwoorden kennis opleveren over een onderwerp (theoriegericht of
fundamenteel onderzoek)
Praktijkvraag= Vraag waarbij de antwoorden leiden tot het oplossen van een praktijkprobleem
(praktijkgericht onderzoek)
Kwalitatief onderzoek= Onderzoek met behulp van niet-cijfermatige gegevens.
Kwantitatief onderzoek= Onderzoek met behulp van cijfermatige gegevens.
Triangulatie= De hoofdvraag in je onderzoek aanpakken met meerdere onderzoeksmethoden.
Mixed method benadering= Onderzoek waarbij kwalitatieve en kwantitatieve methoden worden
ingezet
Inductief onderzoek= Theorie ontwikkelend onderzoek
Deductief onderzoek= Theorie toetsend onderzoek
Betrouwbaarheid= De mate waarin onderzoek vrij is van toevallige fouten
Validiteit= De mate waarin onderzoek vrij is van systematische fouten
Bruikbaarheid= De mate waarin onderzoek praktisch relevant is.
,H2 het onderwerp kiezen
Ontwikkelde verwachtingen= Heldere en eenduidige verwachtingen van de uitkomsten van een
project die van tevoren zijn geformuleerd en vastgesteld en die met alle betrokkenen besproken zijn.
H3 De aanleiding van je
onderzoek
Een aanleiding is een reden om een onderzoek naar een bepaalde situatie te starten, zonder
aanleiding heeft een onderzoek geen bestaansrecht.
Aanleiding tot onderzoek= Reden waarom je een bepaald onderzoek opstart.
, De 6W methode= Methode waarbij je aan de hand van zes hulpvragen de aanleiding voor je
onderzoek kunt bepalen (maar ook de hoofdvraag en de doelstelling).
De 6 vragen:
1. Wat is het probleem?
2. Wie heeft het probleem
3. Wanneer is het probleem ontstaan?
4. Waar doet het probleem zich voor?
5. Waarom is het een probleem?
6. Waartoe leidt het onderzoek?
Door deze vragen te beantwoorden ontstaat een verhaal dat de aanleiding vormt voor je onderzoek.
Vooronderzoek= probleemanalyse
Vooronderzoek= Onderzoeksfase waarin je oriënterende informatie verzamelt over het
onderzoeksonderwerp. Ook wel probleemanalyse genoemd.
Logboek (audit trail)= Onderzoeksdagboek dat je regelmatig bijhoudt en waarin je notities maakt die
met het proces en de inhoud van je onderzoek te maken hebben.
Big 6 methode:
1. Definieer het probleem
2. Kies de juiste zoekstrategie
3. Bepaal waar je gaat zoeken.
4. Selecteer de informatie die je nodig hebt en bestudeer deze goed.
5. Organiseer de informatie zo dat die antwoord geeft op je vraag/probleem.
6. Evalueer het resultaat
Kennisvraag= Vraag waarbij de antwoorden kennis opleveren over een onderwerp (theoriegericht of
fundamenteel onderzoek)
Praktijkvraag= Vraag waarbij de antwoorden leiden tot het oplossen van een praktijkprobleem
(praktijkgericht onderzoek)
Kwalitatief onderzoek= Onderzoek met behulp van niet-cijfermatige gegevens.
Kwantitatief onderzoek= Onderzoek met behulp van cijfermatige gegevens.
Triangulatie= De hoofdvraag in je onderzoek aanpakken met meerdere onderzoeksmethoden.
Mixed method benadering= Onderzoek waarbij kwalitatieve en kwantitatieve methoden worden
ingezet
Inductief onderzoek= Theorie ontwikkelend onderzoek
Deductief onderzoek= Theorie toetsend onderzoek
Betrouwbaarheid= De mate waarin onderzoek vrij is van toevallige fouten
Validiteit= De mate waarin onderzoek vrij is van systematische fouten
Bruikbaarheid= De mate waarin onderzoek praktisch relevant is.
,H2 het onderwerp kiezen
Ontwikkelde verwachtingen= Heldere en eenduidige verwachtingen van de uitkomsten van een
project die van tevoren zijn geformuleerd en vastgesteld en die met alle betrokkenen besproken zijn.
H3 De aanleiding van je
onderzoek
Een aanleiding is een reden om een onderzoek naar een bepaalde situatie te starten, zonder
aanleiding heeft een onderzoek geen bestaansrecht.
Aanleiding tot onderzoek= Reden waarom je een bepaald onderzoek opstart.
, De 6W methode= Methode waarbij je aan de hand van zes hulpvragen de aanleiding voor je
onderzoek kunt bepalen (maar ook de hoofdvraag en de doelstelling).
De 6 vragen:
1. Wat is het probleem?
2. Wie heeft het probleem
3. Wanneer is het probleem ontstaan?
4. Waar doet het probleem zich voor?
5. Waarom is het een probleem?
6. Waartoe leidt het onderzoek?
Door deze vragen te beantwoorden ontstaat een verhaal dat de aanleiding vormt voor je onderzoek.
Vooronderzoek= probleemanalyse
Vooronderzoek= Onderzoeksfase waarin je oriënterende informatie verzamelt over het
onderzoeksonderwerp. Ook wel probleemanalyse genoemd.
Logboek (audit trail)= Onderzoeksdagboek dat je regelmatig bijhoudt en waarin je notities maakt die
met het proces en de inhoud van je onderzoek te maken hebben.
Big 6 methode:
1. Definieer het probleem
2. Kies de juiste zoekstrategie
3. Bepaal waar je gaat zoeken.
4. Selecteer de informatie die je nodig hebt en bestudeer deze goed.
5. Organiseer de informatie zo dat die antwoord geeft op je vraag/probleem.
6. Evalueer het resultaat