Operations management
Hoofdstuk 1
Operations management: het effectief laten aansluiten van vraag en aanbod
d.m.v:
Kwantitatieve modellen (wiskundige procedures of formules) en kwalitatieve instrumenten
Deze instrumenten worden gebruikt om:
- Middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten
- Afwegingen te maken tussen concurrerende doelstellingen (frontier)
- Herontwerp van activiteiten
Hoofdstuk 2
Gant diagram
- Geeft informatie over de activiteit- of procestijd
- Kritieke pad: bestaat uit alle activiteiten, waarbij uitloop van een activiteit zorgt voor
een uitloop van het totale project
Procesmiddelen: alle mensen en materialen die nodig zijn voor het bedrijfsproces. Als het
aanbod hiervan niet aansluit bij de vraag ontstaat er wachttijd. Dit ontstaat wanneer er
meerdere patiënten behoefte hebben aan hetzelfde schaarste middel (dokter)
Processtroomdiagram: waarbij middelen (arbeid, kapitaal) worden ingezet om inputs
(grondstoffen) worden veranderd in outputs (eindproducten). Hierbij stroomt de
stroomeenheid door het proces, waarbij het begint als input en eindigt als output
Voorraad: het aantal stroomeenheden dat is opgenomen in het proces (WIP)
Doorlooptijd: hoelang het duurt voordat een stroomeenheid door het hele proces is, inc
wachttijden
Doorloopsnelheid: snelheid waarmee een proces zijn output kan leveren
Capaciteit: de maximale snelheid van een proces
- Hoge voorraad hoge doorlooptijden
- Korte doorlooptijd kortere levertijd
Cumulatieve in-en uitstroom
, Little’s law
Gemiddelde voorraad (WIP) = gemiddelde doorloopsnelheid * gemiddelde doorlooptijd
Voorraadomloopsnelheid = 1/doorlooptijd
Doorlooptijd = aantal dagen in een jaar/leveringsdagen
Voorraadkosten per stuk = jaarlijkse voorraadkosten/jaarlijkse voorraadomloopsnelheid
Voorraadbeheer
Pijpleidingvoorraad
- Basisvoorraad (altijd)
- Minimale tijd (kritieke pad) dat een stroomeenheid in een proces zit
- Kan worden verkleind door doorloopsnelheid te verlagen
Seizoen voorraad
- Capaciteit is inflexibel en de vraag varieert
Cycle voorraad
- Wachten met verzenden totdat de capaciteit van het transportmiddel volledig benut
is
Buffers
- Voorraad tussen processtappen
- Vangen variatie in doorloopsnelheden op door een leveringsbron te zijn voor de
stroomafwaarts stap
Veiligheidsvoorraad
- Stochastische vraag (moeilijk te voorspellen vraag) kan hoger uitpakken waardoor er
een veiligheidsvoorraad wordt gehouden
Product-procesmatrix
Levenscyclus van een product gaat van linksboven naar rechtsonder
Layout typen
- Fixed-position layout: product op een vaste plaats, medewerkers, machines gaan
naar het product
- Functional layout: soortgelijke middelen worden gegroepeerd
Hoofdstuk 1
Operations management: het effectief laten aansluiten van vraag en aanbod
d.m.v:
Kwantitatieve modellen (wiskundige procedures of formules) en kwalitatieve instrumenten
Deze instrumenten worden gebruikt om:
- Middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten
- Afwegingen te maken tussen concurrerende doelstellingen (frontier)
- Herontwerp van activiteiten
Hoofdstuk 2
Gant diagram
- Geeft informatie over de activiteit- of procestijd
- Kritieke pad: bestaat uit alle activiteiten, waarbij uitloop van een activiteit zorgt voor
een uitloop van het totale project
Procesmiddelen: alle mensen en materialen die nodig zijn voor het bedrijfsproces. Als het
aanbod hiervan niet aansluit bij de vraag ontstaat er wachttijd. Dit ontstaat wanneer er
meerdere patiënten behoefte hebben aan hetzelfde schaarste middel (dokter)
Processtroomdiagram: waarbij middelen (arbeid, kapitaal) worden ingezet om inputs
(grondstoffen) worden veranderd in outputs (eindproducten). Hierbij stroomt de
stroomeenheid door het proces, waarbij het begint als input en eindigt als output
Voorraad: het aantal stroomeenheden dat is opgenomen in het proces (WIP)
Doorlooptijd: hoelang het duurt voordat een stroomeenheid door het hele proces is, inc
wachttijden
Doorloopsnelheid: snelheid waarmee een proces zijn output kan leveren
Capaciteit: de maximale snelheid van een proces
- Hoge voorraad hoge doorlooptijden
- Korte doorlooptijd kortere levertijd
Cumulatieve in-en uitstroom
, Little’s law
Gemiddelde voorraad (WIP) = gemiddelde doorloopsnelheid * gemiddelde doorlooptijd
Voorraadomloopsnelheid = 1/doorlooptijd
Doorlooptijd = aantal dagen in een jaar/leveringsdagen
Voorraadkosten per stuk = jaarlijkse voorraadkosten/jaarlijkse voorraadomloopsnelheid
Voorraadbeheer
Pijpleidingvoorraad
- Basisvoorraad (altijd)
- Minimale tijd (kritieke pad) dat een stroomeenheid in een proces zit
- Kan worden verkleind door doorloopsnelheid te verlagen
Seizoen voorraad
- Capaciteit is inflexibel en de vraag varieert
Cycle voorraad
- Wachten met verzenden totdat de capaciteit van het transportmiddel volledig benut
is
Buffers
- Voorraad tussen processtappen
- Vangen variatie in doorloopsnelheden op door een leveringsbron te zijn voor de
stroomafwaarts stap
Veiligheidsvoorraad
- Stochastische vraag (moeilijk te voorspellen vraag) kan hoger uitpakken waardoor er
een veiligheidsvoorraad wordt gehouden
Product-procesmatrix
Levenscyclus van een product gaat van linksboven naar rechtsonder
Layout typen
- Fixed-position layout: product op een vaste plaats, medewerkers, machines gaan
naar het product
- Functional layout: soortgelijke middelen worden gegroepeerd