CGO
De student weet wat thuiszorg is en wat dit inhoudt/ te bieden heeft.
Dit betekend dat de patiënt ondersteuning/ verzorging thuis krijgt zodat deze zolang mogelijk in zijn
vertrouwde omgeving kan blijven wonen.
De student weet wat gezond “ouder worden” betekent en kan een paar voorbeelden geven
Dat een persoon ouder wordt zonder al te veel lichamelijke klachten of eenzaamheid. Bijvoorbeeld
altijd nog goed kunnen lopen, voldoende sociale contacten.
De student weet wat een normaal en een afwijkend slaappatroon is van ouderen.
Lichter, kortere en vaker onderbroken slaap.
De student kent de maatschappelijke ontwikkelingen in de zorg met betrekking tot de ouderenzorg.
De student kan de risicofactoren benoemen voor eenzaamheid en depressie bij ouderen.
De student weet wat de impact is van incontinentie op een zorgvrager.
Het zelfvertrouwen van de patiënt gaat er op achteruit, de patiënt zal alleen maar ergens naartoe gaan
waar een toilet is dus veel minder vaak buiten komen, met eenzaamheid als gevolg.
De student herkent in de casus de kenmerken van een blaasonsteking en kan de gevolgen voor een
patient benoemen.
De student weet wat zelfmanagement is bij ouderen en hoe je dit kunt stimuleren en ontwikkelen.
VTV
De student kan de noodzaak van mondhygiëne uitleggen en toelichten.
Zodat de patiënt kan blijven bijten, kauwen, drinken en praten. Dit reflecteert zich weer in de
algemene gezondheidstoestand van de patiënt.
De student kan de verzorging van de schaamstreek beschrijven bij mannelijke en vrouwelijke
zorgvragers.
Bij een vrouw: Gebruik geen zeep.
1. Trek handschoenen aan, werk van het schaambeen naar het rectum.
2. Gebruik voor elke beweging een afzonderlijk deel van het washandje.
3. Vervang het washandje als het vuil is.
4. Was de grote schaamlippen door de schaamlippen te spreiden en was het gedeelte tussen de grote
en kleine schaamlippen.
5. Was de clitoris, de uitmonding van de urinebuis en de vaginaopening.
6. Droog het genitale gebied deppend af.
De student weet wat thuiszorg is en wat dit inhoudt/ te bieden heeft.
Dit betekend dat de patiënt ondersteuning/ verzorging thuis krijgt zodat deze zolang mogelijk in zijn
vertrouwde omgeving kan blijven wonen.
De student weet wat gezond “ouder worden” betekent en kan een paar voorbeelden geven
Dat een persoon ouder wordt zonder al te veel lichamelijke klachten of eenzaamheid. Bijvoorbeeld
altijd nog goed kunnen lopen, voldoende sociale contacten.
De student weet wat een normaal en een afwijkend slaappatroon is van ouderen.
Lichter, kortere en vaker onderbroken slaap.
De student kent de maatschappelijke ontwikkelingen in de zorg met betrekking tot de ouderenzorg.
De student kan de risicofactoren benoemen voor eenzaamheid en depressie bij ouderen.
De student weet wat de impact is van incontinentie op een zorgvrager.
Het zelfvertrouwen van de patiënt gaat er op achteruit, de patiënt zal alleen maar ergens naartoe gaan
waar een toilet is dus veel minder vaak buiten komen, met eenzaamheid als gevolg.
De student herkent in de casus de kenmerken van een blaasonsteking en kan de gevolgen voor een
patient benoemen.
De student weet wat zelfmanagement is bij ouderen en hoe je dit kunt stimuleren en ontwikkelen.
VTV
De student kan de noodzaak van mondhygiëne uitleggen en toelichten.
Zodat de patiënt kan blijven bijten, kauwen, drinken en praten. Dit reflecteert zich weer in de
algemene gezondheidstoestand van de patiënt.
De student kan de verzorging van de schaamstreek beschrijven bij mannelijke en vrouwelijke
zorgvragers.
Bij een vrouw: Gebruik geen zeep.
1. Trek handschoenen aan, werk van het schaambeen naar het rectum.
2. Gebruik voor elke beweging een afzonderlijk deel van het washandje.
3. Vervang het washandje als het vuil is.
4. Was de grote schaamlippen door de schaamlippen te spreiden en was het gedeelte tussen de grote
en kleine schaamlippen.
5. Was de clitoris, de uitmonding van de urinebuis en de vaginaopening.
6. Droog het genitale gebied deppend af.