FIA 2.1 + 2.2
Carmen Bruisten
I6208148
10-12-21
, Toetsvraag 2.1 1.
Er is veel controverse geweest over de vraag of gezondheidsverschillen verklaard moeten
worden door de leefstijl van mensen of door de leefomgeving van mensen.
- Leg eerst de kernideeën van Kuhn en Latour uit.
Kuhn zette vraagtekens bij het dominante concept van wetenschappelijke vooruitgang, dat
vooruitgang zag als "ontwikkeling-door-accumulatie" van geaccepteerde feiten en
hypothesen. Kuhn stelde een episodisch model voor waarin perioden van conceptuele
continuïteit en cumulatieve vooruitgang, die hij 'normale wetenschap' noemde, werden
onderbroken door perioden van revolutionair onderzoek. Een paradigma is volgens Kuhn een
reeks overtuigingen, filosofische grondslagen en normen die door een groep onderzoekers
worden gedeeld (Koningsveld, 2010). Wetenschap, zo stelt hij, is onvergelijkbaar:
paradigma's volgen elkaar niet logisch op, en je kunt de een niet naar de ander leiden.
Communicatie is ook onmogelijk. Wanneer een paradigmaverschuiving optreedt, verandert
niet alleen de interpretatie, maar ook de waarneming zelf. Tijdens wetenschappelijke
revoluties worden "anomalieën" ontdekt, die leiden tot nieuwe paradigma's. Nieuwe
paradigma's stellen nieuwe vragen over bestaande gegevens, die verder gaan dan het eerdere
paradigma (Kuhn, 1962).
Er is een gegeven en een manier om de feiten van de wereld te vinden om de werkelijkheid te
ontdekken, volgens de wetenschapsfilosofie. Dat is iets waar Latour het niet mee eens is.
Latour gelooft in verwevenheid in plaats van demarcatie. Niets kan alleen door de wetenschap
worden bereikt. De wetenschap kan alleen iets bereiken als ze met een groot aantal mensen
(bondgenoten) samenwerkt. Wetenschap is een netwerk van netwerken, een heterogeen
netwerk dat alles omvat. Deze netwerken zijn met elkaar verbonden. Als gevolg hiervan heb
je een diverse set partners nodig. Onderzoek is gericht op verweving met de samenleving. Het
belangrijkste is dus niet demarcatie, maar afhankelijkheid en netwerken (Latour, 1988).
Een wetenschapper moet kiezen uit verschillende bondgenoten. In je onderzoek moet je
verschillende actoren samenroepen. Wetenschappers zijn niet afgesloten van de rest van de
wereld, ze moeten verbindingen vormen. Ze moeten netwerk opbouwen. Wetenschappers
regeren de wereld niet; je moet onderhandelen met alle actoren van het netwerk. Het creëren
van wetenschappelijke kennis is een constante activiteit voor het opbouwen van netwerken,
Carmen Bruisten
I6208148
10-12-21
, Toetsvraag 2.1 1.
Er is veel controverse geweest over de vraag of gezondheidsverschillen verklaard moeten
worden door de leefstijl van mensen of door de leefomgeving van mensen.
- Leg eerst de kernideeën van Kuhn en Latour uit.
Kuhn zette vraagtekens bij het dominante concept van wetenschappelijke vooruitgang, dat
vooruitgang zag als "ontwikkeling-door-accumulatie" van geaccepteerde feiten en
hypothesen. Kuhn stelde een episodisch model voor waarin perioden van conceptuele
continuïteit en cumulatieve vooruitgang, die hij 'normale wetenschap' noemde, werden
onderbroken door perioden van revolutionair onderzoek. Een paradigma is volgens Kuhn een
reeks overtuigingen, filosofische grondslagen en normen die door een groep onderzoekers
worden gedeeld (Koningsveld, 2010). Wetenschap, zo stelt hij, is onvergelijkbaar:
paradigma's volgen elkaar niet logisch op, en je kunt de een niet naar de ander leiden.
Communicatie is ook onmogelijk. Wanneer een paradigmaverschuiving optreedt, verandert
niet alleen de interpretatie, maar ook de waarneming zelf. Tijdens wetenschappelijke
revoluties worden "anomalieën" ontdekt, die leiden tot nieuwe paradigma's. Nieuwe
paradigma's stellen nieuwe vragen over bestaande gegevens, die verder gaan dan het eerdere
paradigma (Kuhn, 1962).
Er is een gegeven en een manier om de feiten van de wereld te vinden om de werkelijkheid te
ontdekken, volgens de wetenschapsfilosofie. Dat is iets waar Latour het niet mee eens is.
Latour gelooft in verwevenheid in plaats van demarcatie. Niets kan alleen door de wetenschap
worden bereikt. De wetenschap kan alleen iets bereiken als ze met een groot aantal mensen
(bondgenoten) samenwerkt. Wetenschap is een netwerk van netwerken, een heterogeen
netwerk dat alles omvat. Deze netwerken zijn met elkaar verbonden. Als gevolg hiervan heb
je een diverse set partners nodig. Onderzoek is gericht op verweving met de samenleving. Het
belangrijkste is dus niet demarcatie, maar afhankelijkheid en netwerken (Latour, 1988).
Een wetenschapper moet kiezen uit verschillende bondgenoten. In je onderzoek moet je
verschillende actoren samenroepen. Wetenschappers zijn niet afgesloten van de rest van de
wereld, ze moeten verbindingen vormen. Ze moeten netwerk opbouwen. Wetenschappers
regeren de wereld niet; je moet onderhandelen met alle actoren van het netwerk. Het creëren
van wetenschappelijke kennis is een constante activiteit voor het opbouwen van netwerken,