Probleem 2.3
Carl Rogers
Boek: Gleitman/Larsen
Phenomenology is de studie die de uniekheid van een persoon probeert te begrijpen. Het doel is om
zijn bewuste experience te begrijpen, door het begrijpen van de interpretatie van de wereld
(construal)
Carl Rogers is een humanist. Hij heeft een persoonlijkheids theory bedacht, waarin de actieve
pogingen van een individu om zijn behoeftes te bevredigen. Hij focust op de manier die
zelfverwerkelijking bevorderd en bevestigd.Deze pogingen zijn constant aan zijn zelfbeeld. Dit is de
self theory/client-centered therapy. Ook William James heeft hier ideën over. Hij onderscheidt net
zoals andere psychologen de I en de me. De I is de zelf dat denkt en voelt en de me is de fysieke en
psychologische acties die laten zien hoe je bent als persoon. Rogers heeft hier een bepaald beeld aan
toegevoegd. Hij stelt dat de I de acties onderneemt en de belsuiten maakt. De me is wat mensen zien
en wat wel of niet leuk wordt gevonden. Hij gelooft dat acualizing een deel van de mens is. Dit belief
koppelt hij aan organismic valuing proces. Het idee is dat de mens automatisch de ervaringen die hij
beleeft heeft evlaueert en aangeeft of ze wel of niet zorgen voor actualization. Als het niet zo is, heeft
het persoon een gevoel dat er iets niet goed is.
Je ‘self’ is een belangrijk aspect van je persoonlijkheid, omdat je hier bedenkt wat je bent en wat je
zou moeten zijn. Rogers gelooft dat mensen van nature goed zijn en dat is in contrast met Freud. Zijn
theorie legt uit hoe het kan dat mensen hun direction verliezen. Om te beginnen heeft hij een
bepaald ideaal gemaakt, dat is de fully functioning person. Dit persoon is op weg naar self-
actualization. Hij is nog niet self-actualized, maar wordt niet geblokkeerd op weg naar dit doel. Deze
mensen staan open voor nieuwe ervaringen en houden van variteit. Ze blijven niet in het verleden
hangen en vertrouwen zichzelf en hun gevoelens.
Alle mensen worden geboren met de behoefte om geliefd en geaceppteerd te worden. Deze
aangeboren behoefte noemt hij verlangen naar positieve regard. Als kind kun je een sport gaan
beoefenen, terwijl je deze niet leuk vindt, maar puur omdat je ouders het wel willen en je zo
positieve regards verdiend. Dit noem je conditions of worth, dat zijn de vereisten die ouders stellen
voordat je een regard krijgt. Het ontvangen van een positief regard, terwijl het verdiend moet worden
met andere omstandigheden moemen we conditional positve regard. Als kinderen veel van deze
conditions ervaren, kan het zijn dat ze hun eigen verlangens verliezen en kunnen niet naar een fully
function person komen. Als ze volwassen worden, kan het zijn dat ze meer bezig zijn met wat anderen
leuk vinden, dat wat ze zelf willen. Ze zijn afhankelijk van een positieve regard van anderen. Om te
voorkomen dat dit gebeurd, is het belangrijk dat positieve regards gegeven worden zonder bepaalde
condities. Dit is een unconditional positieve regard. Hierbij accepteren de ouders het kind om wie hij
is. Deze kinderen leren het accepteren van nieuwe ervaringen en zullen zich niet gedragen als een
model dat iemand wil. Ze zijn in staat om zichzelf een regard te geven, positief self-regard. Dit is een
start van fully functioning person en ze beginnen te beseffen dat ze het waard zijn.
Mensen die de fully functioning person niet kunnen ervaren, ervaren anxiety. Dit is volgens Rogers
het resultaat van een ervaring die niet gelijk staat met self-conception. Bijvoorbeeld het altijd halen
van goede cijfers geeft een beeld van slim zijn en dat past niet bij het halen van een onvoldoende.
Een FFP zal kunnen zeggen dat je niet altijd hoge cijfers nodig hebt. Ook kunnen je
verdedigingsmechanismen gebruiken, zoals distortion. Ze zullen de schuld eerder bij de situatie
neerleggen. De toets hebben ze veel te moeilijk gemaakt.
Carl Rogers
Boek: Gleitman/Larsen
Phenomenology is de studie die de uniekheid van een persoon probeert te begrijpen. Het doel is om
zijn bewuste experience te begrijpen, door het begrijpen van de interpretatie van de wereld
(construal)
Carl Rogers is een humanist. Hij heeft een persoonlijkheids theory bedacht, waarin de actieve
pogingen van een individu om zijn behoeftes te bevredigen. Hij focust op de manier die
zelfverwerkelijking bevorderd en bevestigd.Deze pogingen zijn constant aan zijn zelfbeeld. Dit is de
self theory/client-centered therapy. Ook William James heeft hier ideën over. Hij onderscheidt net
zoals andere psychologen de I en de me. De I is de zelf dat denkt en voelt en de me is de fysieke en
psychologische acties die laten zien hoe je bent als persoon. Rogers heeft hier een bepaald beeld aan
toegevoegd. Hij stelt dat de I de acties onderneemt en de belsuiten maakt. De me is wat mensen zien
en wat wel of niet leuk wordt gevonden. Hij gelooft dat acualizing een deel van de mens is. Dit belief
koppelt hij aan organismic valuing proces. Het idee is dat de mens automatisch de ervaringen die hij
beleeft heeft evlaueert en aangeeft of ze wel of niet zorgen voor actualization. Als het niet zo is, heeft
het persoon een gevoel dat er iets niet goed is.
Je ‘self’ is een belangrijk aspect van je persoonlijkheid, omdat je hier bedenkt wat je bent en wat je
zou moeten zijn. Rogers gelooft dat mensen van nature goed zijn en dat is in contrast met Freud. Zijn
theorie legt uit hoe het kan dat mensen hun direction verliezen. Om te beginnen heeft hij een
bepaald ideaal gemaakt, dat is de fully functioning person. Dit persoon is op weg naar self-
actualization. Hij is nog niet self-actualized, maar wordt niet geblokkeerd op weg naar dit doel. Deze
mensen staan open voor nieuwe ervaringen en houden van variteit. Ze blijven niet in het verleden
hangen en vertrouwen zichzelf en hun gevoelens.
Alle mensen worden geboren met de behoefte om geliefd en geaceppteerd te worden. Deze
aangeboren behoefte noemt hij verlangen naar positieve regard. Als kind kun je een sport gaan
beoefenen, terwijl je deze niet leuk vindt, maar puur omdat je ouders het wel willen en je zo
positieve regards verdiend. Dit noem je conditions of worth, dat zijn de vereisten die ouders stellen
voordat je een regard krijgt. Het ontvangen van een positief regard, terwijl het verdiend moet worden
met andere omstandigheden moemen we conditional positve regard. Als kinderen veel van deze
conditions ervaren, kan het zijn dat ze hun eigen verlangens verliezen en kunnen niet naar een fully
function person komen. Als ze volwassen worden, kan het zijn dat ze meer bezig zijn met wat anderen
leuk vinden, dat wat ze zelf willen. Ze zijn afhankelijk van een positieve regard van anderen. Om te
voorkomen dat dit gebeurd, is het belangrijk dat positieve regards gegeven worden zonder bepaalde
condities. Dit is een unconditional positieve regard. Hierbij accepteren de ouders het kind om wie hij
is. Deze kinderen leren het accepteren van nieuwe ervaringen en zullen zich niet gedragen als een
model dat iemand wil. Ze zijn in staat om zichzelf een regard te geven, positief self-regard. Dit is een
start van fully functioning person en ze beginnen te beseffen dat ze het waard zijn.
Mensen die de fully functioning person niet kunnen ervaren, ervaren anxiety. Dit is volgens Rogers
het resultaat van een ervaring die niet gelijk staat met self-conception. Bijvoorbeeld het altijd halen
van goede cijfers geeft een beeld van slim zijn en dat past niet bij het halen van een onvoldoende.
Een FFP zal kunnen zeggen dat je niet altijd hoge cijfers nodig hebt. Ook kunnen je
verdedigingsmechanismen gebruiken, zoals distortion. Ze zullen de schuld eerder bij de situatie
neerleggen. De toets hebben ze veel te moeilijk gemaakt.