Inhoud
Samenvatting antropologie ahv theorieboek.........................................................................................1
Hoofdstuk 2; het ontstaan van de diverse samenleving in de Nederlandse en Belgische context.....2
Hoofdstuk 7; capabilitybenadering: wat kan een mens zijn en worden?...........................................4
Hoofdstuk 9; diversiteitsbewuste communicatie...............................................................................6
Hoofdstuk 10; Participatie, toegankelijkheid en inclusie....................................................................8
Hoofdstuk 12; Religie. Op het snijpunt van persoon, beroep en samenleving.................................11
Hoofdstuk 13; Seksuele en genderdiversiteit, in het spectrum van intersectionaliteit....................16
Hoofdstuk 14; Migratie.....................................................................................................................17
Hoofdstuk 15; Beeldvorming en media............................................................................................18
1
,Hoofdstuk 2; het ontstaan van de diverse samenleving in de
Nederlandse en Belgische context
Minderheden = De groepering die weinig macht heeft en vaak gediscrimineerd wordt.
Migratie = het permanent/langdurig verwisselen van vaste verblijfplaats van individuen en/of
groepen binnen een groter geografisch gebied dan de geboortestreek
- de voortdurende zoektocht naar een betere leefomgeving
- van alle tijden
- Maakt deel uit van overlevingsstrategieën van individuen en groepen mensen
- Kleuren onze hedendaagse samenleving
- Kan: vrijwillig, semivrijwillig en onvrijwillig zijn
Vrijwillige migratie = het permanent/langdurig verwisselen van vaste verblijfplaats op vrijwillige
basis
- Bv. door huwelijk, gezinshereniging of behoefte aan verandering.
- Migrant kiest zelf voor het verwisselen van de verblijfplaats
Semivrijwillige migratie = het permanent/langdurig verwisselen van vaste verblijfplaats vanwege een
gebrek aan werk of toekomstperspectief of uit onvrede met de bestaande situatie in zijn land.
- Migrant kiest zelf voor het verwisselen van de verblijfplaats
Onvrijwillige migratie = men wordt gedwongen om permanent/langdurig te verwisselen van vaste
verblijfplaats door dreiging of politiek.
Natiestaat = men identificeert zich met het gebied waarin men woont.
- Hierbij horen zaken zoals: paspoort, wet- en regelgeving rondom belasting en grenzen
Grenzen = bakenen een bepaald grondgebied af.
- Daarin worden specifieke wetten en regels afgesproken die de burgers zowel beschermen als
controleren
Groepen die vanaf 1945 naar Nederland zijn geëmigreerd.
- Indonesië (1946 – 1962, 300.000 – 350.000 mensen)
- Molukkers (1951, 12.500 mensen)
- Suriname (1965, 1973 – 1975, 300.000 mensen)
- Antillianen en Arubanen (1970 – heden studenten, 1990 vooral laaggeschoolde, 161.265
mensen)
Gastarbeiders = mensen van een andere afkomst die (tijdelijk) naar Nederland komen om te
werken.
Gezinshereniging = Het herenigen van gezinnen door de gezinsleden die achter gebleven zijn naar
Nederland te halen.
Gezinsvorming = in Nederland opgegroeide jongeren trouwde met een partner van een andere
afkomst.
Arbeidsmigranten uit de Midden- en Oost-Europese landen = MOE-landen = Als gevolg van de
uitbreiding van de EU (2004 – 2007) heeft er in een korte tijd een grote toename plaatsgevonden van
arbeiders uit deze landen.
- Het gaat om circulaire migratie of seizoenmigratie = migranten komen en gaan, op zoek naar
kansen op werk
2
, Kennis- en diplomamigranten = Hoogopgeleide mensen of topsporters die zich vanwege hun
wetenschappelijke kennis of prestaties in Nederland gevestigd hebben.
- Hoeven geen tewerkstellingsvergunning te hebben en hun gezinsleden mogen overkomen
zonder aan de inburgeringsvereisten te voldoen.
- Gemeente zorgt doorgaans goed voor deze groep
Studenten = studenten komen een kortere tijd voor een studie of buitenlandse stage en zijn meestal
gericht op terugkeer naar het land van herkomst als deze afgerond is.
Interconnectiviteit = onderlinge verbondenheid
Transnationaliteit = mensen kunnen niet langer door één nationaliteit of identiteit gedefinieerd
worden.
Transmigratie = een migrant heeft niet alleen een transnationaal netwerk, maar behoudt en
onderhoudt ook contacten in verschillende landen.
Groepen die vanaf 1945 naar België zijn geëmigreerd.
- Congo
- Italië (1946 – 1949, 77.000 Italiaanse werkkrachten)
- Polen (1946 – 1949, 20.000 Poolse werkkrachten)
- Griekenland en Spanje (1956, werkkrachten)
- Marokkanen en Turken (1964, werkkrachten)
- 1974 werd de werving van arbeidsmigranten stopgezet
Vluchtelingenverdrag = Het verdrag van Geneve (1951)
- Gericht op vluchtelingen als gevolg van de tweede wereldoorlog
- Ondertekend door ruim 100 landen
- Van toepassing op ieder persoon dat als een vluchteling wordt gezien
- Bevat geen recht op toelating, maar een verbod om uitgezet te worden naar zijn land van
herkomst
Vluchtelingen = Een persoon die het thuisland is ontvlucht en een verblijfsvergunning gekregen heeft
Asielzoeker = een persoon die het thuisland is ontvlucht en asiel aanvraagt in Nederland of België,
maar nog geen verblijfsvergunning heeft
Emancipatiebewegingen = de strijd voor het vrijkomen van vroegere beperkende bepalingen en het
verkrijgen van rechten.
- LHBTI+ beweging, feminisme en migranten-zelforganisatie
Patriarchale organisatie = mannen en de mannelijke rollen zijn dominant in de maatschappij.
Feminisme = de strijd naar gelijkheid van mannen en vrouwen
- streeft naar maatschappelijke verandering om de positie van vrouwen te verbeteren
- Verzetten zich tegen patriarchaat en seksisme
- Sommige feministe: streven naar het vervrouwelijken of feminiseren van de maatschappij
- Is in brede zin een denkbeeld
- Strijd om abortuswet, pil
- Kent meerdere heterogene golven:
o De eerste feministische golf (1850 – 1900):
3