Samenvatting Interculturele Communicatie
Cultuur:
-> aangeleerd, is nurture. Het bepaald ons denken, voelen en gedrag. Hoe we dingen waarnemen en
ook ons oordeel over anderen. Het beïnvloed onbewust hoe we communiceren met anderen.
Cultuur is zichtbaar en onzichtbaar-> 3 lagen (ui):
Tastbare zaken (buitenste laag) zicht:
o Dingen die opvallen aan Nederlanders.
o Dingen die opvallen in het buitenland.
o Sfeer op bijv. hogescholen en bedrijven.
Normen en waarden:
o Hoe gaan we met elkaar om?
o Wat vinden we normaal?
o Sociale afspraken zoals verjaardagen.
Basiswaarden (diepste laag):
o Dingen die niet opvallen als je ergens voor het eerst komt.
o Aangeleerd voor je 7e jaar.
o Op onbewust niveau (onzichtbaar en abstract)
o Soms niet door hebben dat deze ook onderdeel zijn van de cultuur.
Definitie van cultuur (Hofstede, 1991): Cultuur is de collectieve mentale programmering die de leden
van een groep onderscheidt van die van andere groepen.
Culture programmering:
Drie lagen van culturele programmering:
Individu
o Je kan er voor kiezen om af te wijken van de
norm (geen culturele robot)
o Individuele keuzevrijheid
o (eten met handen of bestek? Delen of niet?)
Cultuur-> aangeleerd gedrag
o Opvoeding (handen schudden)
o Socialisatie (harde/slappe hand geven)
o Normen en waarden (opstaan voor ouderen)
o Waarneming (goed om je heen kijken)
Menselijke natuur
o Genetisch bepaald gedrag
Subculturen: Niet alleen in verschillende nationaliteiten of werelddelen->
Etnische cultuur
Regio
Stad/platteland
Geloof
Sociale klassen
Geslacht
1
, Leeftijden
Beroep
Hobby
bedrijfscultuur
Studentencultuur
Studentenvereniging cultuur
Iedereen bevindt zich in verschillende subculturen, ook weer overeenkomsten/overlappingen tussen
subculturen.
Communicatie:
-> Is het uitwisselen van informatie.
Coderen-> taal, gebaren/non-verbale uitdrukkingen.
Ruis: Afhankelijk van: praatvolume, grootte lokaal, wat gebeurt er buiten? Gevolg-> dat de
boodschap op een andere manier geïnterpreteerd of oppakt wordt, dan wat de bedoeling is.
-> Ontstaan miscommunicatie. Kan zowel veroorzaakt worden door zenden als ontvanger.
Context-> omgeving waar de communicatie plaats vindt( formeel, informeel, familie, crisissituatie).
Verschillende context zorgt voor verschillende manieren van ruis.
Interculturele communicatie:
->De communicatie tussen zender en ontvanger uit verschillende (sub)culturen.
Bij interculturele communicatie hoeft het dus niet altijd te gaan om communicatie tussen mensen uit
verschillende landen/culturen/geloofsovertuigingen.
2
Cultuur:
-> aangeleerd, is nurture. Het bepaald ons denken, voelen en gedrag. Hoe we dingen waarnemen en
ook ons oordeel over anderen. Het beïnvloed onbewust hoe we communiceren met anderen.
Cultuur is zichtbaar en onzichtbaar-> 3 lagen (ui):
Tastbare zaken (buitenste laag) zicht:
o Dingen die opvallen aan Nederlanders.
o Dingen die opvallen in het buitenland.
o Sfeer op bijv. hogescholen en bedrijven.
Normen en waarden:
o Hoe gaan we met elkaar om?
o Wat vinden we normaal?
o Sociale afspraken zoals verjaardagen.
Basiswaarden (diepste laag):
o Dingen die niet opvallen als je ergens voor het eerst komt.
o Aangeleerd voor je 7e jaar.
o Op onbewust niveau (onzichtbaar en abstract)
o Soms niet door hebben dat deze ook onderdeel zijn van de cultuur.
Definitie van cultuur (Hofstede, 1991): Cultuur is de collectieve mentale programmering die de leden
van een groep onderscheidt van die van andere groepen.
Culture programmering:
Drie lagen van culturele programmering:
Individu
o Je kan er voor kiezen om af te wijken van de
norm (geen culturele robot)
o Individuele keuzevrijheid
o (eten met handen of bestek? Delen of niet?)
Cultuur-> aangeleerd gedrag
o Opvoeding (handen schudden)
o Socialisatie (harde/slappe hand geven)
o Normen en waarden (opstaan voor ouderen)
o Waarneming (goed om je heen kijken)
Menselijke natuur
o Genetisch bepaald gedrag
Subculturen: Niet alleen in verschillende nationaliteiten of werelddelen->
Etnische cultuur
Regio
Stad/platteland
Geloof
Sociale klassen
Geslacht
1
, Leeftijden
Beroep
Hobby
bedrijfscultuur
Studentencultuur
Studentenvereniging cultuur
Iedereen bevindt zich in verschillende subculturen, ook weer overeenkomsten/overlappingen tussen
subculturen.
Communicatie:
-> Is het uitwisselen van informatie.
Coderen-> taal, gebaren/non-verbale uitdrukkingen.
Ruis: Afhankelijk van: praatvolume, grootte lokaal, wat gebeurt er buiten? Gevolg-> dat de
boodschap op een andere manier geïnterpreteerd of oppakt wordt, dan wat de bedoeling is.
-> Ontstaan miscommunicatie. Kan zowel veroorzaakt worden door zenden als ontvanger.
Context-> omgeving waar de communicatie plaats vindt( formeel, informeel, familie, crisissituatie).
Verschillende context zorgt voor verschillende manieren van ruis.
Interculturele communicatie:
->De communicatie tussen zender en ontvanger uit verschillende (sub)culturen.
Bij interculturele communicatie hoeft het dus niet altijd te gaan om communicatie tussen mensen uit
verschillende landen/culturen/geloofsovertuigingen.
2