instabiliteit van het glenohumerale gewricht
Beantwoord onderstaande vragen a.d.h.v. de voor te bereiden literatuur.
LET OP: de vragen worden NIET expliciet in de lessen beantwoord. Het beantwoorden ervan is juist
nodig ter voorbereiding, zodat de lessen goed gevolgd kunnen worden. Het is tevens cruciale
informatie om om te kunnen gaan met de complexe casuïstiek en de praktijktoets met succes te
kunnen afsluiten.
Vragen Van Nugteren & Winkel (2007) H 3a, 4a
1. Als alleen de m. deltiodeus de arm omhoog zou brengen, welk effect zou dit dan hebben op
de humeruskop?
- Dan zal de humeruskop tegen het acromion botsen. Nu contraheren de rotatercuffspieren en
zorgen dat de humerkop ong. op 1 cm afstand van het acromion gefixeerd wordt.
2. Welke belangrijke structuren zijn er in de subacromiale ruimte en kunnen impingement
veroorzaken?
De belangrijkste subacromiaal gelegen structuren zijn:
- De pezen van de rotatorcuffspieren.
- De bursa subacromialis.
- Het craniale deel van het gewrichtskapsel.
Bij een impingementsyndroom wordt subacromiaal weefsel ingeklemd tussen de schouderkop en het
schouderdak. Het schouderdak bestaat uit het acromion, het processus coracoideus en het ertussen
gespannen ligamentum coraco-acromiale. De diagnose impingementsyndroom kan men daarom het
best beschouwen als: een complex van symptomen die het gevolg zijn van inklemming van weefsel
tussen het schouderdak en de humerus. Deze inklemming kan ontstaan bij verschillende vormen van
schouderpathologie.
3. Waar wordt de pijn meestal gevoeld bij deze aandoening?
- Pijn wordt gevoeld ter plaatse van de m. deltoideus, meestal anterolateraal, in ernstige
gevallen uitstralend tot in de hand.
4. Als er ook pijn in rust is, waar zou dit dan op kunnen wijzen?