COLLEGE 8 – SAMPLING
Van steekproef populatie
1. Wat willen we met ons onderzoek?
Geïnteresseerd in beschrijving van de steekproef = contextueel begrip?
Of het beschrijven van een grotere groep, de populatie, op basis van je eigen steekproef?
Statistische inferentie = denken van steekproef naar populatie.
2. Statistische inferentie
3. Representativiteit van de data
Vaak is er sprake van bias. Oorzaken hiervan kunnen zijn:
a. Undercoverage/onderdekking = groepen in de populatie die systematisch niet worden
betrokken bij een steekproef.
b. Non respons = geselecteerde mensen die niet mee willen doen of niet bereikt konden
worden.
c. Sampling methode = door de verkeerde methode te gebruiken bij het steekproeftrekken, is
er een mismatch tussen de methode en de analyse. Dit zorgt voor een verkeerd beeld.
Van populatie steekproef
1. Wat is sampling?
Sampling is het selecteren van subjecten uit de populatie.
a. Sample/steekproef = deel van de populatie dat daadwerkelijk wordt onderzocht in het
onderzoek.
b. Sampling frame/steekproefkader = lijst van de populatie waaruit je de steekproef trekt.
c. Sampling design/steekproefmethode = de methode die gebruikt wordt om tot een
steekproef te komen.
2. Soorten samples
Indeling van Leary:
a. Non-probability samples = de kans dat een subject uit de populatie in de steekproef terecht
komt is niet bekend.
b. Probability samples = de kans dat een subject uit de populatie in de steekproef terecht komt
is wel bekend.
Soorten non-probability samples
- Voluntary response sample = steekproef die tot stand komt door de vrijwillige keuze van individuen
om mee te doen.
NADEEL: vaak partijdig en niet random, omdat vooral mensen met een sterke, vaak negatieve
mening participeren.
- Convenience sample = gelegenheidssteekproef van respondenten die makkelijk (toevallig)
beschikbaar zijn.
NADEEL: mensen die makkelijk te bereiken zijn, kunnen een hele andere mening hebben dan
mensen die niet makkelijk bereikbaar zijn.
VOORDEEL: je komt makkelijk aan proefpersonen in vergelijking met representatieve
steekproeven.
- Quota sampling = gelegenheidssteekproef waarbij a priori vastgesteld wordt hoeveel respondenten
met een bepaald attribuut (bijv. eigenschap) nodig zijn.
- Purposive sampling = doelbewuste steekproef waarbij een onderzoeker zijn respondenten kiest op
basis van zijn/haar (de onderzoeker) eigen oordeel.
, Soorten probability samples
- Simple random sample (SRS) = enkelvoudige aselecte steekproef, waarbij alle mogelijke combinaties
een even grote kans hebben om voor te komen. Een SRS van grootte n bestaat uit n individuen uit
een populatie zodanig dat iedere groep van n individuen een even grote kans van voorkomen heeft.
- Stratified random sample = gestratificeerde steekproef wat nauwkeuriger is dan SRS.
o De populatie wordt ingedeeld in groepen individuen die binnen de groep vergelijkbaar
zijn: strata = mensen groeperen op een bepaald kenmerk.
o Uit iedere stratum wordt vervolgens een SRS getrokken.
Er kan ook proportioneel gesampled worden.
- Cluster sample = (geografische) groepen selecteren, zodat je individuen efficiënter kan benaderen.
o Eerst verdeel je de populatie praktische/logische groepen.
o Kies willekeurig een aantal personen.
o Kies binnen iedere groep een SRS.
Alle keuzes in elke stadia zoveel mogelijk random!
Keuze van methode
Probability sample
VOORDEEL: maakt het mogelijk om een indicatie te geven van de mate waarin de gegevens van de
steekproef afwijken van de gegevens van de hele populatie. Deze foutenmarge is afhankelijk van de
steekproefgrootte en de variantie van de data.
NADEEL: het is tijdrovend, lastig, meestal ook niet vrij van sampling error (= verschil tussen steekproef en
populatie). Soms is een probability sample niet eens nodig.
COLLEGE 9 – BETROUWBAARHEID, VALIDITEIT, CAUSALITEIT
Definities
- Betrouwbaarheid = herhaald meten onder dezelfde omstandigheden en dezelfde conclusie kunnen
trekken.
- Validiteit = begrip zoals het bedoeld is = zoals het is bepaald.
Een valide meting is wel betrouwbaar, maar een betrouwbare meting is niet altijd valide. Een
onbetrouwbare meting is wel altijd invalide.
Betrouwbaarheid bepalen van meetinstrument
Je bepaalt de betrouwbaarheid van het instrument door:
1. Eerder onderzoek: betrouwbaarheid en validiteit van het instrument is vastgesteld.
2. Eigen onderzoek: zelf vaststellen in hoeverre de instrumenten betrouwbaar en valide zijn.
Of meetinstrumenten betrouwbaar en valide zijn hangt af van:
- Kwaliteit = nauwkeurigheid
- Helderheid = zal het cijfers opleveren waar je ook daadwerkelijk wat mee kan?
- Bruikbaarheid = is het specifiek voor een subgroep in de populatie of is het te generaliseren en in
welke mate?
Of een onderzoek betrouwbaar en valide is hangt af van:
- Inzichtelijkheid = geeft het goede inzichten?
- Herhaalbaarheid = zijn de gegevens en details duidelijk genoeg om het onderzoek te herhalen?
- Controleerbaarheid = iedereen moet de omstandigheden en de procedure kunnen controleren.