Hoorcollege Week 4
Opsporing: bijzondere opsporingsbevoegdheden
De zaak Paul van O. /Moord zonder lijk
Casus
Een man (Paul), verdwenen (overleden?) echtgenote en “Ko”. De man doet pas na 3 weken
aangifte van de verdwijning van zijn vrouw. Er wordt vanuit gegaan dat de man zijn vrouw
heeft vermoord, maar er is geen lijk gevonden, dus het kan niet worden bewezen. Hij wordt
op Schiphol aangehouden met vals geld en een valse identiteit, maar het kan nog steeds niet
bewezen worden dat hij zijn vrouw heeft vermoord. In de gevangenis doet een politieman
zich voor als een gevangene. Hij heeft de opdracht om Paul uit te horen. Paul vertelt aan de
politieman dat hij zijn vrouw heeft vermoord en daarna heeft begraven. Dit gesprek wordt
niet opgenomen, maar de politieman maakt later daarvan een proces-verbaal op.
Rechtsvraag
HR: de vraag betreft de toelaatbaarheid van het stelselmatig inwinnen van informatie door
een opsporingsambtenaar ingeval een verdachte voorlopig gehecht is, terwijl die
opsporingsambtenaar zich onder een andere identiteit, dus zonder dat voor de verdachte
kenbaar is dat hij optreedt als opsporingsambtenaar, bevindt in de omgeving van de
verdachte ter plaatse waar deze is ingesloten.
Relevante bepaling
Art. 126j Sv: stelselmatig inwinnen informatie door opsporingsambtenaar, zonder dat
kenbaar is dat hij optreedt als opsporingsambtenaar (undercover)
Er is geen sprake van infiltratie, omdat de opsporingsambtenaar dan zelf strafbare feiten
pleegt.
De wetgever
Bij gesprek tussen opsporingsambtenaar en verdachte, is geen sprake van verhoor. Dus ook
de waarborgen rondom verhoor niet van toepassing (zoals de cautie en de aanwezigheid van
een raadsman bij het verhoor). Er is slechts sprake van een gesprek tussen een
opsporingsambtenaar en een verdachte.
Relevante Straatsburgse jurisprudentie
EHRM in zaak Allan v. UK
Antwoord Hoge Raad op de rechtsvraag
“Toepassing van art. 126j Sv ten aanzien van een voorlopig gehechte verdachte licht het
gevaar in zich bergt dat de verdachte op zodanige wijze feitelijk komt te verkeren in een
verhoorsituatie waarbij de waarborgen van een formeel verhoor door een politiefunctionaris
ontbreken, dat aldus verklaringen worden verkregen die in strijd met de in art. 29 lid 1 Sv tot
uitdrukking gebrachte en in art. 6 lid 1 EVRM besloten liggende verklaringsvrijheid van de
verdachte zijn afgelegd”
Daarom: alleen inzitten als het echt niet anders kan (proportionaliteit en subsidiariteit). En
dan nog: is informatie van verdachte in strijd met art. 29 Sv en art. 6 EVRM verkregen? Bij de
Opsporing: bijzondere opsporingsbevoegdheden
De zaak Paul van O. /Moord zonder lijk
Casus
Een man (Paul), verdwenen (overleden?) echtgenote en “Ko”. De man doet pas na 3 weken
aangifte van de verdwijning van zijn vrouw. Er wordt vanuit gegaan dat de man zijn vrouw
heeft vermoord, maar er is geen lijk gevonden, dus het kan niet worden bewezen. Hij wordt
op Schiphol aangehouden met vals geld en een valse identiteit, maar het kan nog steeds niet
bewezen worden dat hij zijn vrouw heeft vermoord. In de gevangenis doet een politieman
zich voor als een gevangene. Hij heeft de opdracht om Paul uit te horen. Paul vertelt aan de
politieman dat hij zijn vrouw heeft vermoord en daarna heeft begraven. Dit gesprek wordt
niet opgenomen, maar de politieman maakt later daarvan een proces-verbaal op.
Rechtsvraag
HR: de vraag betreft de toelaatbaarheid van het stelselmatig inwinnen van informatie door
een opsporingsambtenaar ingeval een verdachte voorlopig gehecht is, terwijl die
opsporingsambtenaar zich onder een andere identiteit, dus zonder dat voor de verdachte
kenbaar is dat hij optreedt als opsporingsambtenaar, bevindt in de omgeving van de
verdachte ter plaatse waar deze is ingesloten.
Relevante bepaling
Art. 126j Sv: stelselmatig inwinnen informatie door opsporingsambtenaar, zonder dat
kenbaar is dat hij optreedt als opsporingsambtenaar (undercover)
Er is geen sprake van infiltratie, omdat de opsporingsambtenaar dan zelf strafbare feiten
pleegt.
De wetgever
Bij gesprek tussen opsporingsambtenaar en verdachte, is geen sprake van verhoor. Dus ook
de waarborgen rondom verhoor niet van toepassing (zoals de cautie en de aanwezigheid van
een raadsman bij het verhoor). Er is slechts sprake van een gesprek tussen een
opsporingsambtenaar en een verdachte.
Relevante Straatsburgse jurisprudentie
EHRM in zaak Allan v. UK
Antwoord Hoge Raad op de rechtsvraag
“Toepassing van art. 126j Sv ten aanzien van een voorlopig gehechte verdachte licht het
gevaar in zich bergt dat de verdachte op zodanige wijze feitelijk komt te verkeren in een
verhoorsituatie waarbij de waarborgen van een formeel verhoor door een politiefunctionaris
ontbreken, dat aldus verklaringen worden verkregen die in strijd met de in art. 29 lid 1 Sv tot
uitdrukking gebrachte en in art. 6 lid 1 EVRM besloten liggende verklaringsvrijheid van de
verdachte zijn afgelegd”
Daarom: alleen inzitten als het echt niet anders kan (proportionaliteit en subsidiariteit). En
dan nog: is informatie van verdachte in strijd met art. 29 Sv en art. 6 EVRM verkregen? Bij de