Toetsweek 3 maatschappijwetenschappen
De multiculturele samenleving, een verkenning
Multiculturele samenleving: samenleving waarin naast de oorspronkelijke autochtonen
bevolking verschillende etnische groepen leven die oorspronkelijk afkomst zijn uit een ander
land en met een andere cultuur.
Een normatieve betekenis krijg je door het begrip te verbinden met een mening, een norm of
een ideaal.
Ethnikos: behorende tot een ethnos, een volk.
Etnische groep: onderscheidt zich van andere groepen doordat de leden ervan gezamenlijke
factoren delen zoals nationaliteit, stamverwantschap, religie, taal, huidskleur, cultuur of
geschiedenis.
Etnische minderheden: de etnische groepen die niet uit Nederland afkomstig zijn en waarvan
de leden naar verhouding vaker een lage maatschappelijke en culturele positie innemen.
Allochtoon: iemand die zelf of waarvan een van de ouders niet in Nederland geboren is.
(allos: anders chthon: aarde/land)
Eerste generatie: allochtonen die zelf in het buitenland zijn geboren.
Tweede generatie: allochtonen die In Nederland geboren zijn.
Kenmerken van een multiculturele samenleving
Gevoel van samenhorigheid: de mensen sprake dezelfde taal en deelden globaal gesproken
dezelfde godsdienst, belangen en geschiedenis.
Eigen geschiedenis en culturele achtergrond. Nationale en mondiale ontwikkelingen
Globalisering: mensen staan wereldwijd steeds meer en makkelijker met elkaar in
verbinding.
Hightech-kenniseconomie: veel producten worden geïmporteerd uit lagelonenlanden.
Wereldwijde migratiestromen: werknemers gaan op zoek naar geschikt werk en asielzoekers
naar een veiliger plek, eventueel in een ander deel van de wereld.
Europeanisering: de geleidelijke ontwikkeling waarbij Europese landen steeds meer
samenwerken, eerst op economisch en later op politiek gebied.
Individualisering: mensen worden niet langer als lid van een groep, of gezin beschouwd,
maar als onafhankelijke individu.
Verzuiling: elk van de vier groepen had een eigen krant, sport en toneelvereniging en eigen
scholen (katholieke, socialisten, algemeen liberale en protestants-christelijk).
De multiculturele samenleving, een verkenning
Multiculturele samenleving: samenleving waarin naast de oorspronkelijke autochtonen
bevolking verschillende etnische groepen leven die oorspronkelijk afkomst zijn uit een ander
land en met een andere cultuur.
Een normatieve betekenis krijg je door het begrip te verbinden met een mening, een norm of
een ideaal.
Ethnikos: behorende tot een ethnos, een volk.
Etnische groep: onderscheidt zich van andere groepen doordat de leden ervan gezamenlijke
factoren delen zoals nationaliteit, stamverwantschap, religie, taal, huidskleur, cultuur of
geschiedenis.
Etnische minderheden: de etnische groepen die niet uit Nederland afkomstig zijn en waarvan
de leden naar verhouding vaker een lage maatschappelijke en culturele positie innemen.
Allochtoon: iemand die zelf of waarvan een van de ouders niet in Nederland geboren is.
(allos: anders chthon: aarde/land)
Eerste generatie: allochtonen die zelf in het buitenland zijn geboren.
Tweede generatie: allochtonen die In Nederland geboren zijn.
Kenmerken van een multiculturele samenleving
Gevoel van samenhorigheid: de mensen sprake dezelfde taal en deelden globaal gesproken
dezelfde godsdienst, belangen en geschiedenis.
Eigen geschiedenis en culturele achtergrond. Nationale en mondiale ontwikkelingen
Globalisering: mensen staan wereldwijd steeds meer en makkelijker met elkaar in
verbinding.
Hightech-kenniseconomie: veel producten worden geïmporteerd uit lagelonenlanden.
Wereldwijde migratiestromen: werknemers gaan op zoek naar geschikt werk en asielzoekers
naar een veiliger plek, eventueel in een ander deel van de wereld.
Europeanisering: de geleidelijke ontwikkeling waarbij Europese landen steeds meer
samenwerken, eerst op economisch en later op politiek gebied.
Individualisering: mensen worden niet langer als lid van een groep, of gezin beschouwd,
maar als onafhankelijke individu.
Verzuiling: elk van de vier groepen had een eigen krant, sport en toneelvereniging en eigen
scholen (katholieke, socialisten, algemeen liberale en protestants-christelijk).