Hogeschool taaltoets Engels
Present Simple
[B1] Je gebruikt de present simple om een feit, een gewoonte of een regelmatige gebeurtenis uit te
drukken:
This text says that clients dislike negative advertisements. (feit)
I always take the bus to work. (gewoonte)
Michael often apologises for being late, but never changes his behaviour. (regelmatige gebeurtenis)
Vaak staan woorden
als always (altijd), often (vaak), never (nooit), sometimes (soms), usually (gewoonlijk), frequently (vaa
k) en every day, every week, enzovoort in de zin. Ze geven gewoonte of regelmaat aan. Als een van
deze woorden in de zin staat, is dat een aanwijzing om de present simple te gebruiken. (Om meer te
leren over waar je deze woorden plaatst in een zin, zie bijwoorden in Adjectives and adverbs en
tijdsbepalingen in Word order.)
We usually meet each other at conferences.
I charge my tablet every evening.
The secretary always answers the phone for her boss.
In de present simple gebruik je het hele werkwoord. Let op: bij he, she en it (of woorden die daarnaar
verwijzen, zoals namen) zet je -(e)s achter het hele werkwoord.
We work from 8a.m. to 4p.m.
I live in the city, while my boyfriend lives in the country.
Susan doesn’t like writing, but Lea and Simon do.
Vragen maak je meestal door do of does + het hele werkwoord te gebruiken.
Ontkenningen maak je meestal door do of does + not + het hele werkwoord te gebruiken.
Do you buy a new phone every year?
Normally we don’t advise on political issues.
Als een werkwoord eindigt op een medeklinker + -y, dan vervalt de -y en zet je -ies achter dat hele
werkwoord bij he, she en it.
carry: He always carries his own equipment to the car.
apply: She applies for a new job every two years.
Present Simple
[B1] Je gebruikt de present simple om een feit, een gewoonte of een regelmatige gebeurtenis uit te
drukken:
This text says that clients dislike negative advertisements. (feit)
I always take the bus to work. (gewoonte)
Michael often apologises for being late, but never changes his behaviour. (regelmatige gebeurtenis)
Vaak staan woorden
als always (altijd), often (vaak), never (nooit), sometimes (soms), usually (gewoonlijk), frequently (vaa
k) en every day, every week, enzovoort in de zin. Ze geven gewoonte of regelmaat aan. Als een van
deze woorden in de zin staat, is dat een aanwijzing om de present simple te gebruiken. (Om meer te
leren over waar je deze woorden plaatst in een zin, zie bijwoorden in Adjectives and adverbs en
tijdsbepalingen in Word order.)
We usually meet each other at conferences.
I charge my tablet every evening.
The secretary always answers the phone for her boss.
In de present simple gebruik je het hele werkwoord. Let op: bij he, she en it (of woorden die daarnaar
verwijzen, zoals namen) zet je -(e)s achter het hele werkwoord.
We work from 8a.m. to 4p.m.
I live in the city, while my boyfriend lives in the country.
Susan doesn’t like writing, but Lea and Simon do.
Vragen maak je meestal door do of does + het hele werkwoord te gebruiken.
Ontkenningen maak je meestal door do of does + not + het hele werkwoord te gebruiken.
Do you buy a new phone every year?
Normally we don’t advise on political issues.
Als een werkwoord eindigt op een medeklinker + -y, dan vervalt de -y en zet je -ies achter dat hele
werkwoord bij he, she en it.
carry: He always carries his own equipment to the car.
apply: She applies for a new job every two years.