C1
Huidtherapie
HOGESCHOOL UTRECHT
, Les 1: zweet- en talgklieren
Huid bestaat uit twee lagen
Epidermis = ectoderm
Dermis = mesoderm
Zweet- en talgklieren ontstaan in de epidermis, groeien naar beneden, naar de dermis.
Haarfollikels ontstaan in stratum germinativum (kiemlaag; basale, spinosum, granulosum).
Van beneden naar boven
Dermis
Reticulaire laag
Papillaire laag
Epidermis
Basale
Spinosum
Granulosum
Lucidum
Corneum
Dermis
Reticulaire laag bindweefsellaag met collageenvezels en splijtlijnen
Papillaire laag losmazig collageen en elastinevezels
Epidermis
Stratum basale dermispapillen, melanine granula, melanocyten, mitose
Stratum spinosum verbindingen. Desmosomen
Stratum granulosum voorstadium van keratine
Starum lucidum platte, kernloze, doorzichtige cellen
Stratum corneum cellen met keratine, bovenste laag schilfers
Zweetklieren
Twee vormen: eccrien en apocrien
Eccrien apocrien
Vanaf geboorte actief Vanaf pubertijd actief; androgenen
Kleine klieren, wel meer Grote klieren, wel minder
Hele huidoppervlak Niet gehele lichaamsoppervlak;
Overmaat handpalmen, voetzolen, Oksels, anogenitale regio, areolae
voorhoofd mammae
Uitmondend aan huidoppervlak Uitmondend in haarfollikel
Regulatie lichaamstemperatuur Onder invloed van adrenaline
Warmteafgifte door
Straling radiatie
Geleiding conductie
Stroming convectie
Verdamping transpiratie