H6
DNA replicatie is semi-conservatief= elke dochtercel heeft één streng van de ‘ouder’ en één nieuwe
streng
Initiatoreiwitten binden aan ‘replication origins’ (ORI’s) en openen hier de dubbele helix
AT heeft 2 waterstofbruggen en is dus zwakker dan CG, die er 3 heeft. Daarom is AT veel aanwezig in
ORI’s. Een chromosoom heeft zo’n 220 ORI’s
DNA polymerase: katalyseert de additie van nt’s aan de groeiende streng, het ouderlijk DNA als
template gebruikend
Leading strand kan in één keer gerepliceerd worden, lagging strand in delen: Okazaki fragmenten
DNA polymerase maakt één fout in 107 nt’s
Primase= RNA polymerase: enzym dat RNA primer synthetiseert met DNA als template (6-16)
Op de leading strand: RNA primer is nodig om replicatie te starten op ORI, DNA polymerase kan aan
één stuk door
Op de lagging strand: RNA primers zijn steeds opnieuw nodig omdat de replicatie discontinu is
Om van de Okazaki fragmenten één DNA streng te krijgen: 3 enzymen nodig
Nuclease haalt RNA primer weg
DNA polymerase (repair polymerase) vervangt RNA door DNA, waarbij het vorige Okazaki
fragment als primer wordt gebruikt
DNA ligase verbindt het 5’-fosfaat uiteinde van het eerste deel met het 3’-hydroxyl uiteinde
van het volgende fragment
Primers bevatten vaak fouten omdat primase zijn werk niet ‘proofread’. Maar dit RNA wordt
vervangen door DNA
DNA helicase: beweegt zich voort en duwt daarbij het DNA uit elkaar. Het haalt energie uit ATP
hydrolyse
Single-strand DNA-binding proteins: klemmen zich vast aan het enkelstrengs DNA zodat de strengen
geen baseparen kunnen hervormen en houden de streng in gestrekte vorm zodat het als efficiënte
template kan dienen
Het ontwinden van de dubbele DNA helix leidt tot het extra strak opwinden van DNA aan de andere
kant van de vork, wat het ontwinden van de helix moeilijk maakt
DNA topoisomerase: enzym dat de spanning wegneemt door een tijdelijke knik te maken in de DNA
backbone
Sliding clamp: houdt DNA polymerase aan de template gebonden
Clamp loader: hydrolyseert ATP steeds als het een sliding clamp om een nieuw gevormd stuk DNA
sluit
Wanneer de replicatievork het eind van een chromosoom nadert RNA primer van lagging streng
wordt verwijderd lagging strand wordt korter bij elke DNA replicatie
Bacteriën hebben circulair DNA hebben dit probleem niet
Eukaryoten hebben lange herhalende nucleotiden aan het eind van chromosomen= telomeren
Telomerase verlengt de uiteinden van de lagging strengen
Telomeren zorgen voor completen replicatie van alle genen maar dienen ook als herkenpunt voor
uiteinden van chromosomen zodat de cel weet wanneer het een einde betreft en niet een breuk
halverwege het chromosoom
DNA replicatie is semi-conservatief= elke dochtercel heeft één streng van de ‘ouder’ en één nieuwe
streng
Initiatoreiwitten binden aan ‘replication origins’ (ORI’s) en openen hier de dubbele helix
AT heeft 2 waterstofbruggen en is dus zwakker dan CG, die er 3 heeft. Daarom is AT veel aanwezig in
ORI’s. Een chromosoom heeft zo’n 220 ORI’s
DNA polymerase: katalyseert de additie van nt’s aan de groeiende streng, het ouderlijk DNA als
template gebruikend
Leading strand kan in één keer gerepliceerd worden, lagging strand in delen: Okazaki fragmenten
DNA polymerase maakt één fout in 107 nt’s
Primase= RNA polymerase: enzym dat RNA primer synthetiseert met DNA als template (6-16)
Op de leading strand: RNA primer is nodig om replicatie te starten op ORI, DNA polymerase kan aan
één stuk door
Op de lagging strand: RNA primers zijn steeds opnieuw nodig omdat de replicatie discontinu is
Om van de Okazaki fragmenten één DNA streng te krijgen: 3 enzymen nodig
Nuclease haalt RNA primer weg
DNA polymerase (repair polymerase) vervangt RNA door DNA, waarbij het vorige Okazaki
fragment als primer wordt gebruikt
DNA ligase verbindt het 5’-fosfaat uiteinde van het eerste deel met het 3’-hydroxyl uiteinde
van het volgende fragment
Primers bevatten vaak fouten omdat primase zijn werk niet ‘proofread’. Maar dit RNA wordt
vervangen door DNA
DNA helicase: beweegt zich voort en duwt daarbij het DNA uit elkaar. Het haalt energie uit ATP
hydrolyse
Single-strand DNA-binding proteins: klemmen zich vast aan het enkelstrengs DNA zodat de strengen
geen baseparen kunnen hervormen en houden de streng in gestrekte vorm zodat het als efficiënte
template kan dienen
Het ontwinden van de dubbele DNA helix leidt tot het extra strak opwinden van DNA aan de andere
kant van de vork, wat het ontwinden van de helix moeilijk maakt
DNA topoisomerase: enzym dat de spanning wegneemt door een tijdelijke knik te maken in de DNA
backbone
Sliding clamp: houdt DNA polymerase aan de template gebonden
Clamp loader: hydrolyseert ATP steeds als het een sliding clamp om een nieuw gevormd stuk DNA
sluit
Wanneer de replicatievork het eind van een chromosoom nadert RNA primer van lagging streng
wordt verwijderd lagging strand wordt korter bij elke DNA replicatie
Bacteriën hebben circulair DNA hebben dit probleem niet
Eukaryoten hebben lange herhalende nucleotiden aan het eind van chromosomen= telomeren
Telomerase verlengt de uiteinden van de lagging strengen
Telomeren zorgen voor completen replicatie van alle genen maar dienen ook als herkenpunt voor
uiteinden van chromosomen zodat de cel weet wanneer het een einde betreft en niet een breuk
halverwege het chromosoom